In nieuwe Spaanse parlement wordt coalitievorming zeer lastig

De regerende conservatieve PP verliest haar absolute meerderheid. Spanje krijgt een veelkleurig politiek landschap. Een duidelijke meerderheidscoalitie dient zich niet aan.

Een versplinterd parlement

Mariano Rajoy (60) mocht als leider van de grootste partij van Spanje de verkiezingswinst claimen, maar zijn Partido Popular leed gisteren tegelijkertijd een gevoelige nederlaag. De conservatieven zijn in Spanje de absolute meerderheid kwijt en het sluiten van een coalitie lijkt een vrijwel onmogelijke opdracht. Aan de aloude situatie waarbij twee partijen afwisselend de regeringsmacht hadden, is na bijna vier decennia een einde gekomen.

Nieuwe partijen braken door zonder dat ze de oude partijen wegvaagden. Eenderde van de kiezers stemde anders dan vier jaar geleden waardoor er een pluriform landschap met vier grote partijen ontstaat. Dat maakt de vorming van een regering gecompliceerd. Als de rechtlijnige Rajoy premier wil blijven dan zal hij niet ontkomen aan compromissen. De PP zal voor het leiden van een stabiel kabinet pacten moeten sluiten met een oude politieke tegenstander als de socialistische PSOE of met nieuwe partijen als Ciudadanos en Podemos.

De PP beleefde de verkiezingen met gemengde gevoelens. Rajoy slaagde erin de grootste te blijven, maar verloor toch eenderde van het aantal zetels. Met zijn boodschap dat de economie weer groeit en de werkloosheid terugloopt wist de premier de stem van de oudere conservatieve kiezers te behouden. Op het platteland is de politieke kaart van Spanje nog blauw gekleurd, maar in de grote steden moest de PP terrein prijsgeven aan Podemos en Ciudadanos. De socialisten verloren over de hele linie en behaalden hun slechtste uitslag ooit.

Nieuwe generatie Spanjaarden

De uitslag van de verkiezingen markeert een nieuw tijdperk waarin een kloof geslagen wordt tussen de gevestigde orde en een nieuwe generatie Spanjaarden, die zich liever vertegenwoordigd zien in partijen zonder diepgewortelde banden met het verleden. Door de burgeroorlog (1936-1939) en de dictatuur van Francisco Franco (1939-1975) raakte het land scherp verdeeld tussen rechts en links. Na de transitie van 1978 kwam Adolfo Suárez in een overgangsregering aan de macht. Sinds de socialist Felipe González in 1982 de verkiezingen won, waren de PSOE en de PP afwisselend aan de macht. Spanje zal het jaar 2016 ingaan als een land met een veelkleurig politiek landschap. Met name Ciudadanos en Podemos dringen aan op een vernieuwd bestel waarbij corruptie en conformisme bestreden worden.

In aanloop naar de verkiezingen wilden de PP en de PSOE doen geloven dat er van een nieuw Spanje geen sprake was. Premier Rajoy ging op televisie alleen in debat met oppositieleider Pedro Sánchez en stelde simpel vast dat een groot land als Spanje een tweepartijenstelsel dient te hebben. De socialist Sánchez richtte zijn campagne op het aanvallen van de PP en stelde arrogant vast dat hij het enige alternatief was voor een Spanje dat om verandering vraagt. Met hun houding miskenden de PP en de PSOE de onvrede die er leeft onder de nieuwe beroepsbevolking. De werkloosheid van nog altijd 21 procent treft met name jongeren.

Conservatisme, arrogantie afgestraft

Het conservatisme van Rajoy en de arrogantie van Sánchez werden bestraft door een grote groep kiezers die hun steun gaven aan nieuwe geluiden. Het liberale Ciudadanos haalde vooral onder hoger opgeleide jongeren in de grote steden stemmen weg aan de linkerkant van de PP door zich als een partij ‘van de weldenkende Spanjaard’ te presenteren. Ciudadanos is vanuit het niets de vierde partij van Spanje.

Podemos zette onder leiding van Pablo Iglesias vanaf links hard de aanval in op de PSOE. Podemos was begin dit jaar in navolging van het Griekse Syriza als spreekbuis van ontevreden Spanjaarden in de peilingen even de grootste partij, maar verloor door die radicale opstelling in een weer opkrabbelende economie een deel van de potentiële aanhang. Desondanks is Podemos in een paar jaar tijd van een protestbeweging nu uitgeroeid tot een nieuwe machtsfactor.

Portugees doemscenario

Spanje gaat een nieuwe tijd tegemoet met andere politieke machtsverhoudingen. Geen van de partijen wilde tijdens de verkiezingscampagne voortuitlopen op komende coalitieonderhandelingen. Rajoy hield keer op keer vol dat de grootste politieke partij van Spanje diende te regeren. Dat herhaalde hij gisteravond nogmaals. Rivera, Sánchez en Iglesias willen niet in een regering stappen waarbij ze zelf de tweede viool dienen te spelen. Het staat op voorhand vast dat partijen bij de vorming van een regering concessies aan elkaar moeten doen, waarbij ook een gedoogconstructie heel wel mogelijk is. Op papier komt alleen een combinatie van PP en PSOE of Podemos aan een meerderheid. Voor iedere andere coalitie zijn er drie partijen of meer nodig. De PP behaalde een meerderheid in de senaat waardoor de partij wetswijzigingen altijd kan blokkeren.

Voor de conservatieve PP zijn de recente ontwikkelingen in Portugal een doemscenario. Daar kwam begin oktober de coalitie van premier Pedro Passos Coelho als grootste uit de bus, maar raakte een absolute meerderheid kwijt. Een nieuwe minderheidsregering hield slechts tien dagen stand. Na een impasse kreeg een nieuwe socialistische regering van António Costa steun van Het Linkse Blok en de communisten. Het kostte Rajoy vorige maand veel moeite hem te moeten feliciteren.