Recht & Onrecht

Gaan mensen minder roken door grotere waarschuwingen op tabak?

Nare plaatjes op sigarettendoosjes zijn een vorm van bang maken. Het heeft meer zin om positieve adviezen af te drukken op saaie doosjes. Gerjo Kok en Rob Ruiter, hoogleraren toegepaste psychologie, analyseren een nieuwe Europese richtlijn.

Bangmakerij

Tabaksproducenten moeten op verpakkingen van rookwaren explicieter gaan waarschuwen tegen de gezondheidsrisico’s van roken. Recent is daarover een nieuw ‘ontwerpbesluit-houdende-besluit-uitvoering-tabakswet’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Het betreft een uitwerking van een Europese Richtlijn, die gesteund wordt door de WHO. De nieuwe waarschuwingen moeten niet alleen groter zijn dan ze tot nu toe waren maar ook een combinatie bevatten van teksten en nare plaatjes. De EU lidstaten moeten de maatregelen uiterlijk op 20 mei 2016 hebben ingevoerd.  Details zullen nader geregeld worden in een algemene maatregel van bestuur.

Is waarschuwen tegen risico’s dan geen goed idee?

Roken is heel slecht voor de gezondheid van de roker en diens omgeving. Het regelen van het aanbod en de impact van roken bij wet is een goed idee. De overheid heeft de plicht om burgers te beschermen tegen rokers en om rokers te beschermen tegen zichzelf. Dat de tabaksindustrie en alle bedrijvigheid daaromheen hier schade van ondervindt is helder, maar dit is geen reden om het niet te doen. Uit onderzoek blijkt dat verhogen van de prijs van tabak het meest effect heeft, en daarna rookverboden in openbare ruimtes. Reclameverboden, publieksvoorlichting en preventieprogramma’s op school hebben eveneens een positief effect, maar waarschuwingen niet, teksten noch plaatjes, althans niet op gedrag.

Weet de overheid niet dat bangmakerij niet werkt?

De strijd tegen roken wordt zo hard gevoerd dat de wetenschap op de tweede plaats komt; soms helaas ook bij de onderzoekers zelf. Een veel geciteerd rapport  vermeldt 94 publicaties, waarvan echter geen enkele de kwaliteit heeft om echt gefundeerde uitspraken te doen over de effecten van waarschuwen. Een zeer recente overzichtsstudie  baseert zich voornamelijk op studies die intenties meten en niet gedrag, mensen zitten vol met goede intenties vooral als men de risico’s kent maar gedragsverandering moeilijk is. Het klopt dat goed onderzoek lastig is, maar dit is geen reden om conclusies te trekken uit slechte studies. Er bestaat wel goed onderzoek  en dat laat het volgende zien: mensen bang maken, want dat is wat waarschuwingen doen, zet uitsluitend aan tot het gewenste gedrag wanneer mensen denken dat er (1) een oplossing is en dat (2) die oplossing voor henzelf uitvoerbaar is.

Er zijn soms situaties waarin mensen echt niet weten dat hun gedrag gevaarlijk is en dan is informatie over de risico’s gewenst, samen met haalbare oplossingen. Maar voor rokers is dat niet aan de orde. Rokers vinden het heel erg moeilijk om te stoppen, ook al zeggen ze dat niet altijd. Veel rokers hebben al herhaaldelijk geprobeerd te stoppen, zonder succes. Bang maken leidt dan tot defensief gedrag, zoals wegkijken van de bedreigende informatie. Omdat stoppen met roken heel moeilijk is, geldt bovendien dat een simpele gedragsaanbeveling, zoals ‘bel dit nummer’ of ‘bezoek deze website’, niet volstaat om dit defensieve gedrag te voorkómen.

Waarom geloven zoveel mensen in het effect van waarschuwingen?

Het idee dat bangmaken leidt tot gedragsverandering is populair. Onderzoek  waarin mensen gevraagd wordt wat het effect is van angstaanjagende voorlichting, bijvoorbeeld op rokers, laat steeds zien dat mensen denken dat bangmaken werkt, zelfs nadat informatie is gegeven waaruit het tegendeel blijkt. Veel werkers in het preventieveld geven aan dat ze niet goed weten wat anders te doen dan waarschuwen voor de gevaren. Er zijn in de vakliteratuur al veel publicaties verschenen die aangeven dat bangmakerij niet werkt . Het is verrassend om te zien hoe creatief veel betrokkenen argumenten verzinnen waarmee het gebruik van waarschuwingen toch wordt goedgepraat. Politici gebruiken wetenschappelijke uitkomsten wanneer het hen uitkomt, de tabaksindustrie gebruikt ze om antirookmaatregelen tegen te houden en de antirooklobby ziet ze als een bedreiging voor hun acties. Het zijn alle reacties die niet bijdragen aan het voorkómen dat jongeren beginnen met roken en rokers helpen te stoppen.

Hoe moet het dan wel?

Nog steeds beginnen te veel jongeren met roken en nog steeds stoppen te weinig rokers ermee. Het lijkt misschien dat rokers niet weten dat hun rookgedrag schadelijk is voor hun gezondheid, maar deze ontkenning is een gevolg van het roken, niet de oorzaak daarvan. Nuttige acties zijn verhogingen van de tabaksprijzen, niet-rokenwetgeving, reclameverboden, vergoedingen van stoppen-met-rokenprogramma’s, rookpreventie onder jongeren, et cetera. Dat gebeurt al, maar het kan nog beter door meer onderbouwing met onderzoek  en betere implementatie in de dagelijkse praktijk. Er zijn manieren om beter met nicotineafhankelijkheid om te gaan en er zijn effectieve vormen van hulp en begeleiding. Heeft het zin om iets te doen met tabaksverpakkingen? Ja. Het verbieden van glamoureuze verpakkingen is een goede zaak. Maak sigarettenpakjes saai en zet er adviezen op waarmee rokers op een positieve manier gestimuleerd worden te stoppen met roken. Gedragswetenschappers met kennis op dit gebied kunnen daarbij helpen.

Gerjo Kok en Rob Ruiter zijn hoogleraar toegepaste psychologie aan de Universiteit Maastricht

 

Dit is de zesde aflevering van de NRC/WRR rubriek ‘Mensenkenners’ .  Daarin analyseren gedragswetenschappers actuele wetsvoorstellen op uitnodiging van dr. Petra Jonkers. Zij is co-auteur van “Met kennis van gedrag beleid maken” (2014), een advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.