Fijn, die morele helderheid van Star Wars

Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: de nieuwe Star Wars.

Foto Mark Schiefelbein/AP

We zien een Chinees in een bloedrode boerka met een metalige stok in de hand. Daarachter een stukje Chinese Muur en een heel terracottaleger van witte Playmobil-poppen. En witte, oplichtende Chinese karakters. ‘The Force Awakens’, vertaalde een vriendin die de taal machtig is.

Zo heet de nieuwe Star Wars-film. De foto is gemaakt tijdens een propagandashow van Disney, de producent van de film. China wordt binnen enkele jaren de grootste filmmarkt van de wereld, las ik in The Guardian. Star Wars is er nauwelijks bekend. De nieuwe film is er pas in januari te zien (niet omdat de inhoud subversief is, verre van, maar om de eigen markt te beschermen).

Wat Star Wars betreft was ik als het gros der Chinezen: ik kon er niet over mee praten. Ik was niet gevoelig voor de Force. Ik dacht dat het een cultfilm was, voor nerds met sentiment. Met een eigen geheimtaaltje, een beetje gymnasiaal. Een minderheidsdoelgroep, leek me. Maar de nieuwe Star Wars-film lijkt de beste bekeken film aller tijden te worden. Er voltrekt zich een transitie. De nerds hebben de wereld veroverd.

Vrijdag verschenen er in het Witte Huis na afloop van een persconferentie van Obama twee Stormtroopers (dat zijn die witte playmobil-poppen). Een dag eerder plaatste Facebook-baas Mark Zuckerberg al een foto van zijn baby in Star Wars-tenue (hij gebruikt haar vaker als etalagepop). Ook verschenen er verschillende recensies waarin de auteurs bekenden dat ze hadden moeten huilen. Huilen!

Als je de Chinese Muur, het Witte Huis, het keizerrijk Facebook én de Groene Amsterdammer-recensent achter je hebt – dan ben je als film onontkoombaar.

En als sterveling ben je nu een gevoelloze schlemiel als je niet weet wie Obi-Wan Kenobi is. Dus ging ik dit weekend voor het eerst van mijn leven naar een Star Wars-film. Om op maandag met de rest van de mensheid mee te kunnen praten.

Star Wars, de naam verklapt het al, bleek een oorlogsfilm. Er wordt heel veel in gevochten. Een soort Ilias met betere elektronica. En net als in de Ilias worden de gevechten onderbroken door goede gesprekken over waar het echt om gaat in het leven (familie).

Van het heelal krijg ik normaal pleinvrees, maar dit viel mee. Dit heelal was lekker roestig en tastbaar. Er waren veel aardse landschappen, zoals woestijnen, zeeën, grasvelden en besneeuwde bossen. Kostuums hadden krassen als derdehands ijshockeyhelmen. Een erg mooi decor was de taveerne, gevuld met liederlijke monsters zo creatief als die van Jeroen Bosch. Ook was er een lieve, kleine robot die gepokt en gemazeld aanvoelde, als een stofzuiger van de kringloop.

Een vrouw had een grote rol, een soort Rohingya-strijder. Maar de wereld redden was vooral een team effort. Alle kleuren en geslachten en nog wat Sesamstraat-monsters en aaibare gadgets hielpen mee.

Het plot was helder en irrelevant: er was iemand zoek, het antwoord stond op een floppy die de robot had. Twee uur lang lasergamen, en dan komt alles goed, voorlopig.

De moraal: er is goed en er is kwaad; kwaad is machtiger, maar schiet gelukkig steeds mis in achtervolgingscènes.

Het is prettig wegdromen bij die morele helderheid, want de echte wereld is veel verwarrender, omdat je daar meestal moet kiezen tussen twee kwaden. En in het gewone leven heb je ook morele dilemma’s, maar dan gaat het om de vraag of je een plakbandapparaat mag jatten van kantoor.

Over films moet je geen grapjes maken. Daarvoor houden mensen er te veel van en zijn ze te veel verweven met de werkelijkheid. Voorbeeld: bijna een derde van de Republikeinse stemmers in de Verenigde Staten steunt het bombarderen van het koninkrijk Agrabah. Dat had een opiniebureau vorige week gepeild. Agrabah is het fictieve koninkrijk uit de Disneyfilm Aladdin.

Zegt deze film, de wellicht best bezochte film aller tijden, iets over de tijd van nu?

De grootste kwestie van onze tijd, zeggen kenners, is niet de jihad, niet Poetin, zelfs niet het snel smelten van heel erg veel ijs, maar de vraag of China en Amerika wel of niet een oorlog gaan voeren. Maar nee, daar gaat de film niet over.

Een diepere laag? Om astronaut Joeri Gagarin verkeerd te citeren: ik keek en keek en keek en zag niets. Dit leek me vooral een leuke en lieve film over de menselijke familie, zonder het gedoe van seks en bloed. Oké, een heel klein veegje rood op de helm van zo’n Playmobil-man. Die vlek was meteen een groot ding, het besef dat oorlog echt is en dat je dan als de bliksem naar de goede kant van de geschiedenis moet snellen.

Om daar te lasergamen in mooie landschappen. Schermen met gloeiende tl-buizen. Lichttherapie, troostend als kerstlampjes.