Column

Bokma, niet te vangen in één verhaal

Shakespeare vloeit zo zijn mond uit. Maar als acteur Pierre Bokma geen rol speelt, hakkelt hij. Als hij wordt geïnterviewd over zichzelf, wimpelt hij vragen weg, met „mjah” of „neuh” of „weut ik nie”. Of hij laat zich juist ineens een onthullende volzin ontglippen. Zoals het citaat waarmee de portretterende documentaire De vele namen van Pierre Bokma (VARA), die zondagavond laat op televisie was, begon: „Misschien is het wel zo dat ik telkens een afgeleide van mezelf naar buiten stuur, en dat ik zelf opgesloten zit. Alsof ik, zoals ik hier zit, de figuur Bokma vertegenwoordig.”

Met dat begin stelde filmmaker Coen Verbraak zijn eigen film en ook maar meteen het hele genre ter discussie. De Bokma die wij te zien krijgen, is niet ‘de’ Bokma, maar ook een rol.

Nuttig kijkgereedschap voor de kerstvakantiehausse aan portretten en interviews. Het is terugkijktijd, dus portrettentijd. 5 jaar later begint weer, NPO Radio 1 heeft de marathoninterviews, kranten en tijdschriften pakken uit met grote portretten. Het gevaar bij dat genre is toch dat je vergeet dat zo’n portret een auteur heeft, of dat het narratief al heel deterministisch één kant op gaat. Een leven terugbrengen tot één verhaal, daar houden we van, maar het risico is dat het slechts één versie toont, van een mensenleven dat zich misschien beter in meerdere verhalen laat vertellen.

Bij Bokma gebeurt dat een beetje. Verbraak bezoekt met hem enkele plaatsen waar hij vroeger in pleeggezinnen heeft gewoond, Bokma woonde op dertien plekken, kreeg telkens een andere achternaam. Zijn jeugd was daardoor extreem gefragmenteerd. Had dat ook voordelen? „Dat weet ik niet”, verzucht Bokma en hij sputtert dat hij toch niet kan weten hoe het ánders zou zijn gegaan dan het gegaan is. Vervolgvraag: had dat invloed op zijn acteurschap? Bokma: „Nou ja, wel dat je je ve-veel meer kon voorstellen dat je heel erg snel kon, kon kon eh… adapteren ja, dat wel ja.” Het nadeel: een „heel gedegen zelfbeeld” ontwikkel „je” daardoor niet. Geen „as, spil, waarom alles draait”.

Mooie paradox: het verhaal van Bokma is dat hij niet één verhaal heeft. Dat hij telkens weer nieuwe rollen speelt. En dat hij rollen telkens weer als nieuw speelt, dat is ook zijn opdracht. Routine mag zijn toneelspel nooit worden, dan wordt het ongeloofwaardig. Dat klopt perfect met de versplinterde man-zonder-eigenschappen die uit dit portret opdoemt.

De documentaire voelde daardoor – ook lekker paradoxaal – een beetje onbevredigend: Bokma ontglipt ons weer. En dat deed me weer denken aan de aanpak van de prachtige documentaire Boudewijn de Groot – Come closer, die aanstaande vrijdagavond op tv komt (en al op IDFA draaide). Zanger De Groot toont zich daarin een vergelijkbaar weinig-enthousiaste zelfvorser als Bokma.

Filmmaker Suzanne Raes liet daarom vooral de mensen om hem heen aan het woord, en zijn werk, en archiefbeelden. Zonder hem te vangen in één dwingend verhaal, komen we hem daardoor wel nader.