Bij Piotr Anderszewski klinkt Bach onbehaaglijk geniaal

Het zal een vreemd gezicht zijn geweest voor Piotr Anderszewski. De Poolse pianist keek vrijdagavond bij zijn opkomst in de Doelen naar een nog niet voor de helft gevulde zaal. En het was ook nog eens de kleinere Jurriaanse Zaal in plaats van de Grote Zaal, die door het Rotterdams Philharmonisch was opgeëist. In New York krijgt hij Carnegie Hall met ruim 2.800 plaatsen vol. Is Anderszewski in Nederland nou zo onbekend of moeten we hem niet?

Wie erbij was, zal beamen dat hij het grootste podium verdient. Misschien zou hij daar met zijn toucher nog beter tot zijn recht komen.

Zoals hij Schumanns Papillons benaderde, hoor je het nooit: bij hem geen poezelige akkoorden en dromereitjes, maar wilde, obscene scènes, wat de pianostemmer in de pauze nog wat werk opleverde.

Maar het meest indrukwekkend waren zijn Bach-vertolkingen. Bij Piotr Anderszewski klinkt Bach nog genialer, op het onbehaaglijke af, door de wijze waarop hij alle middenstemmen weet te laten spreken.

Hij beschikt bovendien over een royaal scala aan kleuren – Anderszewski klonk als een organist die naar hartenlust zijn registers combineerde, de smachtend gespeelde Zesde partita (BWV 830) was het hoogtepunt van de avond. De volgende keer dat Piotr Anderszewski Nederland bezoekt, kunt u er maar beter bij zijn.