Altijd maar wachten op blessures

NEC sloot 2015 af met een 3-1 overwinning op Feyenoord. Op doel stond Marco van Duin, die eindelijk z’n kans krijgt. „Je weet dat je als derde keeper niet één-twee-drie in het doel staat”.

De vrije trap van Tonny Vilhena zeilt over NEC-doelman Marco van Duin het doel in. NEC zou de achterstand later goedmaken (3-1). foto ANP pro shots

Van halverwege 2009 tot halverwege 2013 keepte Marco van Duin welgeteld nul minuten in het profvoetbal. Kwestie van pech, aldus de derde doelman van NEC. Bij geen van de clubs waar hij onder contract stond raakte de eerste doelman geblesseerd. „Bij NEC ben ik tweede doelman achter Gábor Babos en Jasper Cillessen geweest. Die speelden beiden alle 34 wedstrijden. Dus ja, het zat ook niet mee. Dan krijg je niet de kans.”

Zondagmiddag zat het wel mee. Wegens blessures bij zijn twee concurrenten kreeg Van Duin (28) wederom een basisplaats bij NEC, net als in de voorgaande drie wedstrijden. Thuis tegen Feyenoord, zijn eerste overwinning in de eredivisie (3-1). Hij en zijn medespelers waren vele malen gedrevener dan Feyenoord, dat in geen enkel opzicht liet zien dat het uit is op de landstitel. Voetballend was het zelfs zo slecht dat het bijna niet te geloven was dat Feyenoord derde staat. En of trainer Giovanni van Bronckhorst chagrijnig was. Opnieuw puntenverlies na het gelijkspel van vorige week tegen FC Groningen.

Al die zorgen, al die irritaties. Marco van Duin heeft er geen last van. Toen hij na de fiere overwinning de pers te woord stond, wekte hij de indruk dat hij van geluk mag spreken dat hij een bestaan als profvoetballer heeft kunnen opbouwen. Iemand die zijn droom leeft. Of dat nou gepaard gaat met veel of weinig speelminuten. Van Duin: „Voor de afgelopen drie duels met NEC heb ik toch maar mooi zo’n honderd wedstrijden in de eerste divisie gespeeld.”

Zijn verhaal is er een over een doelman die van ver moest komen om een kans in de eredivisie te krijgen. Bijna zes jaar geleden keepte hij nog bij HFC Haarlem. Het was zijn tweede seizoen in het profvoetbal en hij was hard op weg om voor het eerst een heel jaar ervaring op te doen in de eerste divisie. Tot het noodlot zich aandiende: Haarlem ging failliet. Op vrijdagavond 22 januari 2010 stond hij onder de lat toen Haarlem zijn laatste wedstrijd speelde, tegen Excelsior. Op de maandag erna was het gedaan.

Vier jaar geen minuut voetbal

Niet alleen de club kreeg een klap, maar ook de spelers. Sommigen daalden af naar de amateurs, anderen werden bij andere profclubs reserve. Zo ook Van Duin. Na de wedstrijd tegen Excelsior zou hij liefst vier jaar lang geen minuut in het profvoetbal keepen. Hij ging direct na het bankroet naar FC Volendam, maar kreeg daar nooit een kans. Daarna volgde NEC en Sparta. Pas bij Almere City kon hij weer minuten maken, in de onderste regionen van de eerste divisie.

Dat hij nu twee jaar later een kans in de eredivisie krijgt, heeft hem gretig gemaakt. Zo gretig dat hij zondagmiddag in de fout ging bij een indraaiende vrije trap van Feyenoorder Tonny Vilhena. Hebbes, dacht Van Duin. In plaats daarvan zeilde de bal over hem heen in het zijnet. „Ik schatte hem iets te verkeerd in.”

Het was het moment waarop Feyenoord zich rijk rekende. Met spelers die voortsjokten over het veld alsof een 1-0 voorsprong met hun kwaliteiten ruim voldoende was. Het tegendeel was waar, met legio mislukte passes, kleine kansen en blunders in de verdediging.

Vooral de vertoning van spits Michiel Kramer was flets. Wie hem in de punt van de aanval ziet wachten op kant-en-klaarkansen, begrijpt waarom de spits een afkeer heeft van hartslagmeters die clubs tegenwoordig gebruiken: de resultaten zouden namelijk altijd uitwijzen dat Kramer te weinig arbeid verricht.

Na zijn overstap naar jeugdliefde Feyenoord zei hij zijn droom te beleven, maar er is weinig van te zien. Na 58 minuten werd Kramer dan ook gewisseld. Alweer. Net als vorige week in Groningen. Trainer Van Bronckhorst was niettemin mild: „Het lag niet aan Michiel. We zijn met zijn allen tekortgeschoten”, zei de trainer tegen televisiezender Fox Sports.

Van Bronckhorst had in de tweede helft met lede ogen moeten aanzien hoe zijn centrumverdediger Sven van Beek op pijnlijke wijze het tweede tegendoelpunt weggaf. Een te korte terugspeelbal met zijn hoofd, resulterend in een doeltreffend lobje van Navarone Foor. Van Beek rende erna naar het doel om de bal uit het net te halen. Schuldbewust, maar ook illustratief voor het spel van Feyenoord: het was de eerste keer dat hij een volle sprint trok.

Trainer Van Bronckhorst vroeg zich na afloop hardop af hoe het had kunnen gebeuren: „Het goede gevoel van de eerste seizoenshelft is in één klap weg.”

Waar Van Bronckhorst aan de stand van Feyenoord verplicht is om te presteren, zijn de drie punten voor het gepromoveerde NEC mooi meegenomen. De club mág presteren en dat gold ook voor derde doelman Van Duin, van wie vooral wordt gehoopt dat hij presteert, niet verwacht. NEC-trainer Ernest Faber: „Het is niet makkelijk als je er ineens moet staan als derde doelman. Marco deed dat wel.”

Het is het lot van de derde doelman. Iemand die tijdens doordeweekse trainingen vooral sparringpartner is van zijn concurrenten, in het weekeinde de wedstrijden vanaf de tribune bekijkt en die op maandagavond voor een handvol toeschouwers mag opdraven in het tweede team. „Je weet dat je als derde keeper niet één-twee-drie in het doel staat”, zegt Van Duin. Hem deert het niet. Hij waardeert zijn rol en kan er naar eigen zeggen goed van leven.

De sluitpost heeft een dubbelrol in Nijmegen. Hij is niet alleen speler, maar traint ook de doelmannen van de jeugd. Tips die hij zijn pupillen meegeeft? „Dat ze vooral moeten genieten van wat ze doen. Plezier maken.” Dat doet hij zelf ook.