‘Van muziek gaat een religieuze kracht uit’

Masur in 2012. Foto: Stefan Sauer / EPA

In 2012, het laatste jaar waarin hij volop actief was, leidde de zaterdag overleden Duitse dirigent Kurt Masur ook het Koninklijk Concertgebouworkest. Een “magnifieke uitvoering” van Beethovens Zesde symfonie (‘Pastorale’): klassiek en liefdevol, aldus NRC.

Masur (88) overleed zaterdag in Greenwich, Connecticut. Hij leed al jaren aan de ziekte van Parkinson, maar wist zijn werk door een gedisciplineerde levenswijze (een dieet van soep en groene sla was er onderdeel van) lang voort te zetten, zij het de laatste jaren vanuit een rolstoel.

Masur oefende hij zijn vak in totaal bijna 65 jaar uit. Imposant door zijn boomlange gestalte en geloken adelaarsblik onderscheidde hij zich door detaillering, het schilderen met een grote, romantische klank en een strenge compromisloosheid, die niet was los te zien van de recente Europese geschiedenis waarmee zijn levensloop onlosmakelijk was verbonden.

Masur (Brieg, 1927) groeide op als zoon van een elektricien. Hij was lid van de Hitlerjugend en vocht in februari 1945, als 17-jarige soldaat, in Nederland. In een recent Duits televisieportret denkt hij terug aan die periode, de “nachtelijke uren, waarin we erover nadachten hoe zinvol die oorlog nou eigenlijk was.” Kort daarvoor had hij over zijn eigen lot (pianist worden ging niet door een handkwaal) al beschikt: hij hoorde de Negende symfonie van Beethoven, kwam thuis en zei: “Ik denk dat ik dirigent moet worden. En dat was het.”

Masur met het Gewandhausorchester bij een uitvoering van Brahms’ Tweede symfonie:

Als chef van het Gewandhausorchester in het Oost-Duitse Leipzig (1970-1997) leefde Masur lang onder de communistische dictatuur. In 1989 bewerkstelligde hij het vreedzaam verloop van de Wende in zijn stad, door via de radio op te roepen tot kalmte. “Pijn en verdriet zijn universeel, je moet een optimistische boodschap brengen naar de volgende generatie. Met muziek kun je die boodschap overbrengen”, vond hij. Ook na “9/11″ zette hij, toen chef-dirigent van het New York Philharmonic, die woorden om in daden en gaf met musici huiskamerconcerten rondom Ground Zero.

‘Van muziek gaat een religieuze kracht uit’

Masur was blij dat zijn eigen ziel “onverwoest” was door alles wat hij meemaakte. Maar ongeschonden? Met name een auto-ongeluk in 1972, waarbij zijn vrouw en twee anderen overleden, trok diepe voren, maar door Bachs Hohe Messe ging hij in elk geval door met dirigeren. In een interview met NRC zei hij in 2012: “De muziek heeft me enorm geholpen. Er gaat een religieuze kracht vanuit, die je kunt vergelijken met liefde. Armzalig is hij die de god van de liefde niet kent.”

Masurs internationale carrière als dirigent piekte pas na de val van de Muur: in 1991 werd hij, 64, chef in New York, in 2000 tot 2007 was hij chef van het London Philharmonic Orchestra, van 2002 tot 2008 van het Orchestre National de France.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij ook pas in 1999, maar daarna kwam hij er wel bijna elk jaar terug, met name voor het midden-Europese repertoire (Beethoven, Brahms, Mendelssohn, Mahler, Bruckner) waar zijn kracht lag. “Ik houd van dit orkest”, zei hij. “Het onderscheidt zich door een hoge spirit en sterke moraal, wellicht ook door de sterke culturele omgeving: met al die mooie Hollandse schilderijen lijkt een verbond te zijn gesloten.”

Het New York Philharmonic droeg zaterdagavond de uitvoering van Händels Messiah aan Masur op.