‘Wil je met me trouwen, en wil je de zaak in? Anders maak ik ’t uit’

Ruud (53) en Chantal (49) Gremmee hebben een bakkerij in Rossum. Deze periode is het topdrukte. „Het is constant bijbakken, bijbakken, bijbakken, dat gaat dag en nacht door.”

Ruud: „De laatste dagen hebben we een vaste lijn met de shoarma- en friettent.” Foto David Galjaard

Hé oliebol

Ruud: „Waar we ook komen, iedereen begint over de oliebollen. Dat begint al met Sinterklaas. Mijn gedicht begint altijd met ‘hé oliebol’. Tijdens het testen kan ik ’s nachts niet slapen. Alles moet wel kloppen.”

Chantal: „Vier jaar geleden dacht jij: we doen eens mee aan de AD-oliebollentest. We werden twee keer 29ste, in 2013 werden we vijfde. Vorig jaar zijn we als tweede geëindigd. Toen we in de topvijf belandden was het echt van: wat gebeurt hier?”

Ruud: „De verkoop vloog ineens van 20.000 naar 60.000 oliebollen.”

Chantal: „Ik dacht: ik doe de winkel vast open, lekker in mijn eentje. Maar het is ongelofelijk waar de mensen vandaan kwamen.”

Ruud: „Uit België.”

Chantal: „Uit Putte. Die wilden per se een bol uit de topvijf.”

Ruud: „Een goeie bol is lekker luchtig en aan de buitenkant krokant. Een lekkere vulling met krenten, rozijnen en stukjes appel. Naturel, daar zitten bij mij ook appeltjes in, anders vind ik ze niet te pruimen. Vorig jaar verkochten we er rond de 80.000. Ik heb er nu al 46.000 in bestelling staan. Afgelopen zaterdag heb ik er nog 7.000 gebakken voor de voetbalvereniging. Morgen bak ik er weer duizend, dat is eigenlijk de moeite niet. Maar ja, ik pak ze toch mee, hè?”

Chantal: „Afgelopen zondag zaten we om zes uur ’s ochtends de boekhouding te doen.”

Ruud: „Aan het einde van het jaar zijn er zo veel bedrijven die alleen maar oliebollen nodig hebben. Het hele tuinhuis staat vol met grondstoffen. Dat moet allemaal op temperatuur zijn. Vorig jaar hadden we twee chauffeurs die in een straal van twintig kilometer rond de bakkerij duizend kilometer hebben gereden. Dat is van hier naar Oostenrijk!”

Chantal: „Normaal gaat de wekker om zes uur. Dan is het koffiedrinken, de krant lezen en om half zeven de bakkerij in. Voor mij is het dan brood snijden en de winkel vullen, Ruud gaat meteen bakken.”

Ruud: „De broodbakkers beginnen om elf uur ’s avonds. De banketbakkers vallen halverwege de nacht in. De volgende ochtend maken wij er kerstpakketten van. Chantal print de leverbonnen uit en ’s morgens gaan ze op transport.”

Op elkaars lip

Chantal: „Om acht uur gaat de winkel open. We hebben een vaste verkoophulp. Maar als het druk is, duik ik de winkel in. Ik heb een opleiding gedaan voor doktersassistente. Toen kwam de vraag: wil je met me trouwen?”

Ruud: „Daar was niks romantisch aan. Ik heb gezegd: wil je met me trouwen en mee de zaak in, anders maak ik het uit. Een bakkerij overnemen doe je niet in je eentje.”

Chantal: „Nee, dat vond ik niet lastig. Maar ik heb wel gezegd: ik wil minimaal een jaar werken als doktersassistente. Toen was het jaar om en ging ik de zaak in. Dat is echt niet vanzelf gegaan. Je maakt lange dagen.”

Ruud: „In het begin was het taai. Ze moest wennen aan de drukte. En je zit de hele dag op elkaars lip.”

Chantal: „Van lieverlee ging het beter. Nu wil ik voor geen goud meer anders. Het is heerlijk zo samen.”

Ruud: „We maken nu heel veel kerststollen, kerstkransen, kerststaven. Een paar honderd op een dag. Wij doen het inpakwerk. Je bent toch wel even bezig. Het moet allemaal gevuld, afkoelen, poedersuiker erop en in een doos met een sticker. Die doet Chantal weer in kerstpakketten. En de normale productie komt erbovenop. Dat maakt die kerstperiode zo speciaal.”

Ruud: „Ik denk dat de oliebollen eentiende zijn van de hele omzet. De laatste drie dagen van vorig jaar heb ik drie uur geslapen. Een keer twee uur en een keer een uur. Het is constant bijbakken, bijbakken, bijbakken, dat gaat dag en nacht door.”

Chantal: „De adrenaline zit tot het plafond.”

Ruud: „Je hebt geen keus. De tijd vliegt. Je hebt geen tijd om te stoppen.”

Roofbouw

Chantal: „Voor jou is het ook spannend of alles het wel blijft doen.”

Ruud: „Ik ben 35 jaar geleden begonnen met een pannetje op gas. Toen maakte ik er 120 per uur. Nu is alles geautomatiseerd en zijn het er 3.500 per uur. We hebben twee bakken van een paar meter en twee doseringsmachines. Vorig jaar viel er een verwarmingselement uit. Dan moet er meteen een elektricien worden geregeld. Anders kun je zo 3.500 oliebollen weggooien. Want dat beslag rijst gewoon door. Dus ik durf gewoon niet te gaan slapen.”

Chantal: „De laatste dagen wordt er eigenlijk ook niet meer gekookt.”

Ruud: „We hebben een vaste lijn met de shoarma- en friettent. En mijn zus kookt altijd een paar pannen vol soep. Ook voor ’t personeel, ze moeten wel op de been blijven.”

Chantal: „Oudjaarsavond hebben we nog wel gevierd, met twee stellen. Als we dan in coma vallen, kunnen we gewoon naar bed, dachten we. We hebben het tot half twee gered.”

Ruud: „Afgelopen jaar had ik tot half januari last. Alles doet zeer, voeten, rug. Dat is gewoon roofbouw hoor. En dan bellen ze in januari nog!”

Chantal: „‘Hebben jullie nog bollen?’ Nee!”

Ruud: „Schei toch asjeblief es uit!”