Wij zijn klaar voor de volgende wolf

Peter Venema, ecoloog bij de provincie Drenthe, had zijn handen vol aan de eerste wolf sinds 1879 die Nederland bezocht. Vier dagen liep het dier door Drenthe en Groningen.

Als de ecologen ter plaatse waren, was de wolf steeds verdwenen Foto’s Ilka Reinhardt, Peter Venema

Groot binnenlands nieuws, op zaterdagochtend 7 maart: een automobilist had langs de provinciale weg bij het Drentse dorp Noord-Sleen een wolf gezien. Maar achter de schermen was van verrassing over het wilde dier totaal geen sprake. „We wisten dat deze wolf er aankwam”, zegt Peter Venema, ecoloog bij de provincie Drenthe. „We waren alles al aan het voorbereiden.”

We zijn net wandelend vertrokken vanaf het provinciehuis in Assen, richting het Asserbos. We praten over het weekend van de wolf, en Venema (1962) praat graag lopend. Hij viel in het provinciehuis ook wat uit de toon, tussen de rokjes en de pantalons. Hij draagt zijn steile haar lang, tot ver over de schouders. Baard, houthakkersoverhemd, werkbroek. Zwarte houten klompen, ogen die tot twinkelen neigen.

Heel Nederland was verrast dat in Drenthe een wolf was gezien, maar u niet?

„Iedereen in het vak wist dat deze wolf in Niedersachsen liep, net over de Duitse grens, en dat hij richting de Nederlandse grens trok. Want de collega’s in Duitsland hadden nog nooit een wolf meegemaakt als deze: hij gedroeg zich zo opzichtig. Toen ik die vrijdag telefoon kreeg van mijn teamleiding, ‘er is iets met een gehandicapte wolf’, wist ik precies om welke wolf het ging. Ik dacht: ik kom wel naar het provinciehuis, want dit wordt een druk weekend.”

Peter Venema mag eruit zien als een boswachter, als een wolvenman zelfs, hij is ambtenaar. Als ecoloog maakt hij voor de provincie plannen voor wilde planten en dieren: regelgeving, ruimtelijke ordening. Hij begon zijn carrière als vogelonderzoeker, maar komt nu zelden meer buiten. Hij regelt, en dat deed hij ook die vrijdag. De boswachters moesten ingelicht, de gedeputeerde, de persvoorlichters. „En ik hield de media in de gaten. Als iemand in het land de wolf zou zien, zou ik het binnen een paar minuten weten.”

En er was meer aan de hand, vertelt Venema. Zijn klompen tikken op de straat, het is bewolkt maar aangenaam. „De Duitse collega’s hadden al geprobeerd om de wolf te verdoven en met een zender uit te rusten, maar ze kregen hem niet te pakken. We besloten dat we in Nederland hetzelfde beleid zouden voeren als in Duitsland: verdoven en zenderen. Mocht het nodig zijn, dan kun je de wolf opsporen, en vangen of uitschakelen.”

Het was niet uitgesloten dat de wolf zou worden doodgeschoten?

„Als het tamme gedrag zou ontaarden in aanvallen op mensen, dan is dat geen vraag. Dan gebeurt dat.”

Was u zenuwachtig?

„Nee. Mijn grootste zorg was: hoe zorgen we dat dit dier heelhuids zijn reis kan maken? Een wolf die overdag rondloopt, loopt het risico dat hij opgejaagd wordt, in paniek raakt en onder een auto komt. Dat was voor mij het horrorscenario. De eerste wolf in Nederland, en dan hier in de provincie doodgereden.

En, vertelt Venema: het verdovingsteam bestond nog niet. „Twee ervaren wolvenecologen uit Duitsland waren naar ons toe gekomen. Maar een Duitser met een verdovingsgeweer kan hier niet zomaar aan de slag, vanwege de Wapenwet. Stel dat je op ad hoc basis denkt: Duitsers, kom lekker hier, en er gaat iets fout? Dan maak je als overheid een enorme blunder.

„Uiteindelijk kwamen we uit bij de politie: die hebben een team dat gespecialiseerd is in losgebroken vee. Dat was op afroep beschikbaar, heel prettig. Toen moesten we de rest nog regelen. Vergunningen, noodopvang voor de wolf voor als er iets fout zou lopen. Het kan gebeuren dat je het dier niet goed raakt, dat je de verkeerde dosis gebruikt, dat het gewond raakt. Zaterdagavond hadden we alles in orde.”

We lopen inmiddels midden in het Asserbos. Tussen de eiken staat Peter Venema even stil. Het oudste deel van het bos stamt nog uit de Middeleeuwen, vertelt hij. Het lag bij een klooster en is een van de oudste bossen van Nederland. En dat ín de stad Assen, tussen het centrum en het provinciehuis. Op een lage tak zit een bekend vogeltje. Appelvink? „Goudvink”, corrigeert Venema goedmoedig.

„De zondagochtend was voor mij een gekke ochtend. Ik zat aan huis gekluisterd om alles te regelen, en tegelijk kregen we een melding dat de wolf twee kilometer van Assen was gezien. Dat was een gekke gewaarwording. De wolf op een paar kilometer van mijn huis, en ik kon er niet even langs om te kijken.”

Zo verliepen de zondag, de maandag en de dinsdag. Elke ochtend en avond waren er voorbijgangers die de wolf tegenkwamen, op maandagochtend zelfs in een woonwijk in Hoogezand. Maar tegen de tijd dat de ecologen ter plaatse waren, was de wolf steeds verdwenen en was het nutteloos om de politie op te roepen – al stonden er uiteindelijk wel zeven verdovingsteams klaar. De wolf deed een dutje op een rustige plek, en zelfs de meest ervaren wolvenkenners van West-Europa konden hem niet vinden. Venema werkte die dagen 18 tot 20 uur per dag. „Ik was na afloop helemaal uitgeput.”

En u heeft de wolf uiteindelijk helemaal niet gezien.

„Nee. Maar ik ben er op een andere manier toch dichtbij geweest. Bij schapen die aangevallen waren, hebben we DNA-monsters verzameld, van speeksel van de wolf. De wattenstaafjes lagen bij mij te drogen. Het DNA van dat dier, bij mij in de huiskamer! Dichterbij een wolf kun je niet komen. Dat ik het dier niet in levenden lijve heb gezien, prima. Het is maar net... hoe dicht je op een dier wilt komen. Mijn beleving met deze wolf lag meer in de sociale interactie met mensen die hierbij betrokken waren.”

Hoe bedoelt u dat?

„Vergeleken met andere dieren roept een wolf heel sterke emoties op.” Hij zoekt naar de juiste woorden. „Hij is een intelligent dier en werkt als een spiegel voor jezelf. Ben je snel bang... dan ben je ook bang voor de wolf. Er gaat een kracht uit van het dier, hij zorgt dat je niet meer overal regie over hebt. Dat maakt emoties los – positief of negatief. Een aantal collega’s vond het fantastisch. Ikzelf ben van huis uit geen wolvenfanaat. Het is gewoon mijn werk.

„En het is behoorlijk goed gelopen. Ondanks onze (Venema grinnikt even) jammerlijk mislukte pogingen om de wolf te vinden zijn er toch geen ongelukken geweest. Het dier is veilig en wel het land weer uitgelopen. We zijn klaar voor de volgende. Dat de wolf een plekje krijgt in de Nederlandse natuur beschouw ik als een gegeven.”

Verheugt u zich erop om de wolf terug te krijgen in Drenthe?

„Verheugen... Ik had het wel verwacht. En een stukje chauvinisme: ik vind het leuk dat de eerste wolf van Nederland hier in de provincie liep. Maar ik zie de wolf niet als de kroon op ons werk. Het is in de natuur een komen en gaan van planten en dieren. Ik heb de laatste korhoenders en kemphanen nog uit Drenthe zien verdwijnen. Het is wel leuk dat daar nu iets tegenover staat.”

Na die vier dagen in maart liet de wolf zich niet meer in Nederland zien. Het dier werd op 15 april doodgereden door een vrachtwagen op de A7, iets ten noorden van Hannover. Maanden later identificeerde een Duits onderzoeksteam het kadaver via DNA-analyse.

In Nederland is sinds het voorjaar geen wolf meer waargenomen. Maar omdat er nog altijd meerdere wolvenroedels leven in het noorden van Duitsland, lijkt het een kwestie van tijd voor de volgende wolf Nederland binnenwandelt.