Verlies moet je nemen

Louise Gunning De president-commissaris van Schiphol redde het niet als bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam.

Op de toiletrolhouder van de wc in de Universiteitsbibliotheek aan het Amsterdamse Koningsplein, staat de tekst: ‘Je bent student, géén consument. Stop UvA BV. Stop vastgoedspeculatie met jóuw collegegeld.’

De gemoederen zijn nog niet bedaard aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), de grootste van Nederland. Vorige maand werd er nog een UvA-kantoortje gekraakt. Begin dit jaar bezetten studenten twee universiteitsgebouwen in de binnenstad: het Bungehuis en het Maagdenhuis. Alleen met hulp van rechter en politie konden de panden worden ontruimd.

Toenmalig bestuursvoorzitter Louise Gunning (64) stond lijnrecht tegenover de bezetters, die zich hadden verenigd in De Nieuwe Universiteit (DNU). DNU wilde meer inspraak van studenten en docenten en volledige openbaarheid van bestuur. Toen meer dan honderd hoogleraren en docenten Gunning in een open brief verzochten op te stappen, legde zij haar functie neer.

Voor één keer wil zij in NRC terugblikken op het pijnlijkste hoofdstuk uit haar carrière. „Daarna is het afgerond, het moet me niet blijven achtervolgen.” Ze kiest zorgvuldig haar woorden en zegt dat ze niet achteraf haar gelijk wil halen. „Verlies moet je gewoon nemen.”

Het was een jaar met twee gezichten, benadrukt ze. „Een onverwachte vlam in de pan” aan het begin van het jaar. Maar ook „de mogelijkheid mijn kennis met de samenleving te blijven delen”. Want na haar vertrek trad ze aan als president-commissaris van Schiphol.

Ook bleef ze aan als universiteitshoogleraar Gezondheid en Maatschappij aan de UvA. Gunning beoordeelt weer proefschriften, en hoopt een onderwijsmodule samen te stellen over vaccinatiebeleid. Ze begeeft zich weer dagelijks onder de mensen die haar aftreden eisten.

Krijgt u veel reacties?

„In de bibliotheek zie ik af en toe iemand wegduiken. O nee, ze is weer terug!” Gunning vertelt dat ze op straat geregeld wordt aangesproken door UvA-medewerkers en studenten. „Velen spreken alsnog hun steun uit. Dat is mij heel dierbaar.”

We zijn driekwart jaar verder. Hoe kijkt u terug op de gebeurtenissen van toen?

„Toen ik er middenin zat, was ik moe en teleurgesteld. Ik vond het vreselijk dat de twee akkoorden die we gesloten hadden over een vrijwillig vertrek niet geaccepteerd werden door de general assembly [de democratische vergadering van de bezetters waarin besluiten werden genomen]. Iedereen, ook de studentendelegaties, hadden daar zó hard aan gewerkt.”

Had u niet moeten zien aankomen dat het protest zo groot zou worden?

„Ik denk dat ik heb onderschat hoe groot de onrust was over de bezuinigingen bij de faculteit der geesteswetenschappen. Bij de bezetting van het Bungehuis bundelden boze studenten en docenten de krachten met de actiegroep DNU. Had ik het anders kunnen aanpakken? Ik heb de film vaak in mijn hoofd teruggedraaid. Misschien hadden we als college van bestuur eerder bij de geesteswetenschappen aan tafel moeten gaan zitten...” Ze denkt even na. „Ja, ik denk dat ik dat echt onderschat heb.”

Gunning begint zelf over de dwangsom van 100.000 euro die de UvA eiste van de bezetters van het Bungehuis voor elke dag dat ze niet zouden vertrekken. „Het is een standaard onderdeel van een juridische procedure, maar ik zag de negatieve reacties niet aankomen. Achteraf denk ik: Louise, je had zo’n bepaling moeten opmerken. Ik weet niet of het iets had uitgemaakt, maar het zijn wel dingen die door mijn hoofd zijn gegaan.”

Mede door de hoge dwangsom verloren studenten en een deel van de docenten sympathie voor het UvA-bestuur. Een protestmars na de ontruiming van het Bungehuis ontaardde in de bezetting van het Maagdenhuis. Die ging wekenlang door.

Wat heeft u het meest geraakt?

Stilte. „Dat is ingewikkeld.”

U bent ook maar een mens.

„Ik wist dat het Maagdenhuis belangrijk was. Dat is de hoofdprijs, het mooiste podium. Hervormingsdiscussies moesten wat mij betreft dáár gevoerd worden. Wat mij geraakt heeft, is dat het zo moeilijk was een inhoudelijke discussie te voeren. Dat heeft met het Occupy-achtige karakter van het studentenprotest te maken; discussies werden vaak verstoord. Terwijl er best punten op de agenda stonden waar ik mij in kon vinden. Wij zijn een academische gemeenschap, debatteren is ons vak. Ik dacht: we gaan ons niet verlagen tot oneliners, dat past niet bij de universiteit.”

Het past ook niet bij u.

„Nee, daarom houd ik ook zo van de universiteit. Dat is mijn habitat. Maar los daarvan maakte ik mij ook zorgen over de veiligheid in het Bungehuis en het Maagdenhuis. Er zaten veel studenten op een kluitje. Als er iets zou zijn gebeurd, hadden ze via een keukentrapje naar buiten moeten klauteren. Daar heb ik echt wakker van gelegen.” Toen Gunning op Facebook las dat ruim 700 studenten het Festival of Science and Humanities in het bezette Maagdenhuis wilden bezoeken, kreeg ze het benauwd. „Als ik achteraf verwijtbaar die veiligheid niet in acht had genomen, dan had ik mezelf niet meer recht in de ogen kunnen kijken. Daarom wilde ik op last van de rechter het pand laten ontruimen.”

Actievoerders legden uw actie anders uit: onder het mom van veiligheid gelast ze ons festival af.

„Dat is het lot van de bestuurder. Ik heb geen controle over hoe dat in de pers komt.”

Misschien had ze het trappetje naar het Bungehuis moeten beklimmen, zegt Gunning. Of met de bezetters in de general assembly moeten gaan praten, waar iedereen dezelfde spreektijd krijgt. Ze haalt haar schouders op. „Ik heb wel ontzettend mijn best gedaan.”

Op de eerste avond in het Maagdenhuis hield Gunning de studenten voor dat ze geen bezit mochten nemen van andermans eigendom, „als jullie democratisch zijn”. De studenten gingen met haar in discussie, waarbij de gemoederen hoog opliepen en bewaking aan de kant werd geduwd. „Ik was boos omdat ze de beveiligers met geweld behandeld hadden. Bezetten, dat snap ik. Maar geweld tegen onze mensen gebruiken? Dan ga je een grens over die niet past bij onze universiteit.”

Diezelfde avond verscheen burgemeester Van der Laan ten tonele. Om de kastanjes uit het vuur te halen, zo leek het. Voor een onafhankelijke vrouw als u moet dat moeilijk zijn geweest.

„Het feit dat Van der Laan er ook was? Of dat hij zoveel beter overkwam in de pers?”

U zegt het.

„Ik heb bewondering voor Van der Laan. Hij is een echte vakman. Later heeft hij tijdens een persoonlijk gesprek gezegd: ik vind het heel rot en oneerlijk dat jou dit overkomt.”

U vertegenwoordigde het gezag.

„Dat is de rol die je dan moet vervullen. Het is niet leuk, maar het hoort ook bij de functie dat dan alle kwaad in één persoon verenigd wordt. Misschien hielp het ook wel. Want daarmee kon ik aftreden en ruimte bieden aan de organisatie om verder te gaan.”

U bracht een offer?

„Dat klinkt wat dramatisch. Maar het gebeurt vaak dat iemand het boegbeeld wordt van een probleem. Daarmee wordt alles op één persoon gericht. Als het beeld kantelt, heeft dat soms gunstige neveneffecten en kunnen zaken weer op de rails worden gezet.” Of haar aftreden onvermijdelijk was, durft Gunning niet te zeggen. „Maar het zou erger zijn geweest als het hele college van bestuur was afgetreden. Dan hadden we de universiteit stuurloos achtergelaten.”

Is de UvA beter geworden van wat er dit jaar is gebeurd?

„Ik hoop dat de UvA snel weer een volledig college heeft. We hadden net met elkaar het instellingsplan vastgesteld. Daarna heeft het een jaar stil gelegen. Ik vind het ontzettend belangrijk dat de UvA internationaal haar positie behoudt.” Later zegt Gunning dat ze het betreurt dat er „door de defensieve reactie na het Maagdenhuis” nooit gediscussieerd is over de problemen in het hoger onderwijs. „Nederland heeft daar heel erg op bezuinigd, terwijl de landen om ons heen dat niet deden. Ik vind dat riskant beleid.”

Met het miljard dat vrijkomt met de hervorming van de studiefinanciering, wil minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) meer docenten aan het werk helpen. Volgens Gunning kan ze dat geld beter besteden aan een grondige analyse van het hoger onderwijs. „De politiek zou serieus moeten bekijken waar het heen moet met het onderwijs, hoe doelen moeten worden vormgegeven en hoe geld moet worden besteed. De blik vooruit in plaats van meer van hetzelfde. Soms heb ik het gevoel dat de Maagdenhuisbezetting het debat in de Tweede Kamer heeft gesmoord.”

In al haar functies – voorzitter van de Gezondheidsraad, lid van de WRR, voorzitter van de Raad van bestuur van het AMC, kroonlid van de SER – viel Gunning op door haar internationale blik. Door de baan van haar vader, die bij Shell werkte, reisde ze als kind de hele wereld over, van Marokko tot Canada en Spanje. „Ik spoor mensen altijd aan in het buitenland te gaan wonen, al is het maar voor korte tijd. Daardoor begrijp je beter dat er verschillen zijn, ook in Nederland.”

De gezondheidszorg is een goed voorbeeld, zegt Gunning. „Die stoort zich niet aan landsgrenzen. De bestrijding van ziekten, de grote preventieprogramma’s... het is altijd grensoverschrijdend geweest. Als onderzoeker ben je onderdeel van een internationale gemeenschap. Wie zich tot Nederland beperkt, brengt het niet ver in de wereld.”

Gunning praat graag over de anti-vaccinbeweging, een onderwerp dat haar als voorzitter van de Gezondheidsraad al bezighield. „Wat Nederland zo interessant en uitzonderlijk maakt is de bible belt, een groep protestantse gemeenten waar kerk, school en gemeenschap heel dicht bij elkaar liggen, die zich niet laten vaccineren. Die geslotenheid zorgt ervoor dat afwijkende standpunten niet doordringen tot die gemeenschap.”

Ze trekt een parallel met de social media, waar mensen door filtering steeds dezelfde mening horen. „Ze krijgen te zien, horen of lezen wat in hun profiel past. En dat zie je dus ook rond die vaccinatie: gesloten gemeenschappen waar mensen uitsluitend omgaan met gelijkgestemden. Dat is gevaarlijk voor een samenleving. De misvatting ontstaat dat hun kleine bubbeltje staat voor de wereld. ”

In een tijd dat het maatschappelijke debat over onderwerpen als vluchtelingen en Zwarte Piet soms zeer rauw wordt gevoerd, is zo’n brede blik volgens Gunning van groot belang. „Als je de discussie over vluchtelingenstromen niet goed framet, kan zo'n toestroom heel bedreigend overkomen. Het gaat om grote aantallen en schaarse voorzieningen waar ook andere Nederlanders behoefte aan hebben.” Gunning ziet Nederlanders eerder verharden dan met elkaar in discussie gaan – „terwijl juist het uitwisselen van standpunten karakteristiek is voor ons land”.

Heeft u nooit gedacht: ik ga de politiek in?

„Daar ben ik toch te veel wetenschapper voor. Ik heb er niks mee als één en één opeens drie is omdat er in Groningen een motie is aangenomen. Ik vind beleid heel belangrijk, maar houd er niet van als feiten veranderen als gewichten anders komen te hangen: pleiten voor een zweeftrein naar Groningen om Groningen aan je te binden – niet omdat dat logisch is.”

Door alle tumult in de eerste helft van het jaar, zou je bijna vergeten dat Louise Gunning ook een nieuw avontuur aanging. Sinds 1 september is zij president-commissaris bij Schiphol, na anderhalf jaar commissaris te zijn geweest. Eigenlijk zou ze in april al worden benoemd, maar door het studentenoproer vond zij dat geen opportuun moment. Schiphol zorgde in de tussentijd voor een waarnemer.

Heeft u getwijfeld of u de functie nog wilde?

„Ik wilde gezien worden als de voorzitter van de Raad van Commissarissen en niet als de net afgetreden bestuursvoorzitter van de UvA. Het was goed dat daar wat tijd tussen zat.”

Is uw reputatie zwaar beschadigd?

„De portretten in de kranten kun je onmogelijk positief noemen. Op mensen die mij kennen had het niet zo veel effect. Bij onbekenden is het beeld van de afgetreden bestuursvoorzitter blijven hangen.”

Was kennis van de luchtvaart voor zo’n functie geen vereiste?

„Nee, in de Raad van Commissarissen moet je verschillende kwaliteiten en netwerken hebben. De één heeft financiële ervaring, de ander weet alles van retail. Ik breng kennis in over de publiek-private interactie vanuit de gezondheidszorg. Natuurlijk zorg ik er wel voor dat ik alle ins en outs van zo’n organisatie ken.”

Na zo’n enerverend jaar maakt u een positieve indruk.

„Als je van nature optimistisch bent, kun je van iedere tegenslag een ander verhaal maken. Ik heb sinds mijn vertrek veel leuke dingen gedaan.”

Wat is de belangrijkste les die u dit jaar leerde?

„Dat tegenslag niet het einde van de wereld is. En dat het belangrijk is dat ook uit te dragen. Het kan iedereen overkomen. Daarom steek ik mensen die hetzelfde overkomt een hart onder de riem. Ik bel ze of stuur een sms’je.”

Wist u dat u zo veerkrachtig bent?

„Nee, maar het is wel prettig om te weten.”