V-raad omarmt vredesplan Syrië

De VN-Veiligheidsraad keurde gisteren een vredesplan voor Syrië goed. Toch blijven er grote verschillen van mening.

Een vrouw draagt een gewonde baby naar een veldhospitaal na een bombardement in een buitenwijk van Damascus. Foto Reuters

Diplomaten uit negentien landen waren vrijdag bijeen in New York om te praten over een plan dat een eind moet maken aan de oorlog in Syrië. De urgentie is groot gezien de vluchtelingencrisis in Europa en de dreiging van de terreurgroep Islamitische Staat.

Het was de derde bijeenkomst van de zogeheten Internationale Steungroep voor Syrië, die wordt geleid door de Verenigde Staten en Rusland. In de groep zijn de belangrijkste externe spelers in de oorlog vertegenwoordigd: de aartsrivalen Saoedi-Arabië en Iran, Turkije, en verschillende Arabische en Europese landen.

Tijdens de twee eerdere bijeenkomsten in oktober en november werd een plan opgesteld voor een vredesproces, dat binnen achttien maanden moet uitmonden in vrije verkiezingen. Het is het meest serieuze diplomatieke initiatief in jaren om de oorlog Syrië te beëindigen. Het plan behelst onder meer vredesbesprekingen tussen het Syrische regime en de oppositie over de vorming van een eenheidsregering onder auspiciën van de VN. Ook moet er een landelijke wapenstilstand komen.

Goedkeuring Veiligheidsraad

De gesprekken van vrijdag moesten leiden tot een resolutie van de VN-Veiligheidsraad, waarin het vredesplan wordt goedgekeurd en verder wordt uitgewerkt. De Veiligheidsraad stemde unaniem in met de resolutie. Daarin staat dat de vredesbesprekingen in januari moeten beginnen. Een wapenstilstand zou moeten ingaan zodra de partijen de eerste „initiële stappen” zetten richting een „politieke transitie” onder VN-toezicht.

Toch zijn er nog veel onderwerpen waarover de partijen van mening verschillen. De belangrijkste zijn welke rebellengroepen worden gedefinieerd als terroristen, of de Syrische president Assad (tijdelijk) aan de macht kan blijven, en of de Veiligheidsraad een alliantie van Syrische oppositie- en rebellengroepen moet erkennen als gesprekspartner.

Deze groepen waren eerder vorige week bijeen in de Saoedische hoofdstad Riad. Saoedi-Arabië, een belangrijke tegenstander van Assad, wilde de oppositie verenigen in aanloop naar de geplande vredesbesprekingen. Daar lijkt het in geslaagd. De groepen werden het eens over de oprichting van een 34 leden tellend secretariaat, dat een onderhandelingsteam moet vormen en moet toezien op de vredesbesprekingen.

Ook stelden de oppositiegroepen een gezamenlijke verklaring op waarmee ze de onderhandelingen ingaan. Daarin staat dat er een nieuw „pluralistisch” regime moet komen in Syrië, dat „alle sectoren” van de samenleving vertegenwoordigt. De staatsinstellingen moeten intact blijven, en het leger moet geherstructureerd worden. Maar Assad moet weg.

Toekomst van Assad

Rusland, Iran en het Syrische regime hebben de bijeenkomst in Riad echter afgewezen met het argument dat de groepen geen enkele legitimiteit hebben. Dit was volgens diplomaten vrijdag het belangrijkste struikelblok bij het opstellen van de resolutie.

Ook zijn er grote meningsverschillen over de toekomst van president Assad. Westerse landen vinden dat hij alle legitimiteit heeft verloren en uiteindelijk van het toneel moet verdwijnen. Maar meerdere landen, waaronder Turkije, hebben inmiddels laten doorschemeren dat Assad wat hen betreft mag aanblijven tijdens een overgangsperiode.

Het Westen hoopt dat Rusland zijn invloed in Damascus zal gebruiken om Assad onder druk te zetten. Tot nu toe hield Rusland vol dat het aan de Syrische bevolking is om te beslissen over de toekomst van Assad. Dit standpunt lijkt echter niet in steen gebeiteld. Rusland heeft te kennen gegeven dat het er geen bezwaar tegen heeft als Assad uiteindelijk opstapt als onderdeel van een vredesproces, zeiden diplomaten tegen Reuters.

Maar zelfs áls er een wapenstilstand komt en de onderhandelingen tussen het regime en de oppositie beginnen, dan is het nog lang geen vrede in Syrië. Want IS, de Syrische tak van Al-Qaeda en andere radicale groepen die de opstand domineren, zijn geen onderdeel van het vredesproces. Zij blijven gewoon vechten, of er nou gepraat wordt of niet.