Turkse veiligheidsdiensten: 69 Koerdische militanten gedood

Turkije zegt ook PKK-kampen in het noorden van Irak te bombarderen.

Een vrouw loopt langs een huis dat beschadigd is door de gevechten tussen de Turkse staat en PKK in het stadje Silvan in de provincie Diyabakir, Murad Sezer / Reuters

Turkse veiligheidsdiensten en het leger zeggen dat zij in afgelopen vier dagen 69 Koerdische militanten hebben gedood. Daarmee is het aantal dodelijke slachtoffers bij de verboden Turkse Arbeiderspartij (PKK) sinds vrijdag opnieuw oplopen. Vrijdag hadden de Turkse veiligheidsdiensten het nog over 54 doden.

Ook zijn twee Turkse militairen om het leven gekomen bij de vier dagen van gevechten in het zuidoosten van Turkije, meldt persbureau Reuters.

De gevechten vinden plaats in de provincie Diyarbakir. Het Turkse leger zegt vrijdag ook PKK-kampen in het noorden van Irak te hebben gebombardeerd.

De PKK wordt door Turkije - en ook door de Verenigde Staten en de Europese Unie - als een terroristische organisatie gezien.

Toename van geweld sinds Turkse verkiezingen

Een tweejarig staakt-het-vuren tussen Turkije en de PKK viel afgelopen juli uiteen. Dat frustreerde het vredesoverleg tussen beide partijen. En het stookte het vuurtje op binnen het al drie decennia slepende conflict, dat aan meer dan 40.000 mensen het leven kostte.

Vooral na de parlementsverkiezingen waarbij de AK-partij van president Tayyip Erdogan een meerderheid behaalde, is het geweld tussen de Turkse staat en de PKK flink toegenomen.

Volgens Turkse media zijn er meer dan tienduizend Turkse veiligheidstroepen en militairen betrokken bij de operatie tegen de PKK. Afgelopen maand beëindigde de PKK zijn eenzijdig uitgeroepen staakt-het-vuren. De Turkse president Erdogan zei donderdag dat PKK-strijders “vernietigd” moeten worden.