Schrijf over wat je niet begrijpt

Michaïl Sjisjkin De Russische schrijver was in Nederland, in Zwitserland en in Oekraïne. Niet in Rusland.

Foto Robin Utrecht

Moet een schrijver als het oorlog is niet gewoon de loopgraven ingaan om voor zijn vaderland te vechten?” Het was een provocerend bedoelde vraag van de gespreksleider tijdens het Eerste Internationale Literatuurfestival in Odessa aan de Zwarte Zee. De Russische schrijver Michaïl Sjisjkin debatteerde daar begin oktober in hotel Londen aan de Zeekade met zijn Oekraïense collega Sergyi Zjadan over het thema: ‘De intellectueel als vijand van het volk’. Het is een verwijzing naar de politieke hetze in Rusland tegen kunstenaars die kritiek hebben op Ruslands rol in de oorlog in Oekraïne. Ook in Odessa dreigde in het voorjaar van 2014 een pro-Russische opstand à-la-Donbas.

Michaïl Sjisjkin (56), gelauwerd schrijver van boeken als De inname van Izmail, Onvoltooide Liefdesbrieven en Venushaar, woont al 20 jaar in Zwitserland. Maar hij ging jaarlijks op tournee door Rusland, om contact te houden met zijn lezers. Sinds de oorlog in Oekraïne heeft hij gebroken met het land van Poetin. Zjadan (41) schreef boeken als Anarchy in the UKR, Het Kapitaal, Maradona en Vorosjilovgrad. Hij is ook dichter en muzikant en is in Oekraïne een cultfiguur aan het worden. Hij woont in de Oost-Oekraïense stad Charkiv, vlakbij de grens met Rusland.

Sjisjkin en Zjadan hebben afwijkende opvattingen over de rol van de schrijver in Tijden van Troebelen. Sjisjkin woonde in 2011 een jaar in Moskou en zag hoe het Poetin-regime de ‘bourgeoisrevolutie’, die ontstond in navolging van de Arabische Lente, de kop indrukte. „De misdadige staat”, zei hij in Odessa, „ziet intellectuelen als vijanden.” De laatste druppel was voor hem het spandoek bij zijn geliefde Huis van het Boek in Moskou waarop zijn vrienden als landverraders aan de schandpaal werden genageld. „Rusland is weer terug in de Middeleeuwen en stevent met volle zeilen op het fascisme af.”

Zjadan zit in een totaal andere situatie: zijn land probeert nu juist onder die laars vandaan te kruipen en hij maakt onderdeel uit van de politieke strijd in zijn verdeelde land. Dat maakt hem voorzichtiger: „Ik ben geen vijand van het volk, maar deel van het volk. Ik voel me geen morele autoriteit. Ik houd niet van schrijvers die hun mening geven over de toestand op de oliemarkt.” Voor Zjadan heeft een schrijver eerder een bescheiden rol: geen schade berokkenen. Toch nam hij deel aan Euromajdan. Hij werd in Charkiv door pro-Russische activisten in elkaar geslagen. Voor de loopgraven koos hij niet, maar hij heeft vaak opgetreden voor de Oekraïense troepen in de Donbas.

Die avond dineren we met Michaïl Sjisjkin en zijn vrouw in de stad, waar zijn grote voorbeeld Ivan Boenin met Vervloekte dagen een dagboek schreef over de burgeroorlog na de Oktoberrevolutie van 1917. Alles in Odessa is zwanger van geschiedenis, oorlog en literatuur. Een vriend van Sjisjkin, voorheen zakenman, geeft ons een ontluisterend inkijkje in de wereld van business en maffia in de smokkelhavenstad, die een eeuw geleden zo werd geromantiseerd door schrijvers als Isaak Babel. Ik zie Sjisjkins hoop op een Oekraïense renaissance bij elke hap verder vervliegen.

Kleinlützel

Anderhalve maand eerder, in augustus, was ik te gast bij Sjisjkin in het Zwitserse dorp Kleinlützel onder Bazel, waar hij een modern huis met een fikse tuin bewoont met zijn vrouw Zjenja, haar twee tienerdochters, hun driejarige zoontje Iljoesja en een witte terriër. Het is een vreemd gezicht: een Moskouse schrijver in een gezellig modern westers interieur in een saai aangeharkt dorp, waar de dochters op de dorpsschool Schwizerdütsch hebben leren spreken. Hij vindt het heerlijk. ’s Avonds wandelen we door de beboste heuvels. De kerkklok luidt, een hond blaft in de verte.

Anders dan je zou denken is emigratie voor Sjisjkin bepaald geen straf. Zijn belangrijkste boeken schreef hij hier. „Als je in Rusland woont, is dat je schrijverskosmos, maar het is ook een gordijn dat je afscheidt van de rest van de wereld. Ik moest dat opentrekken om naar buiten te kunnen kijken. Het Russische decor is niet meer dan de buitenkant, de huid van de mens. De kern zit vanbinnen: botten, bloed, hersens, hart en ziel. Ik moest me bevrijden van de Russische modder om die kern te bereiken. Dat snapte ik pas toen ik Rusland verliet. Veel Russische schrijvers van dit moment blijven steken in Russische exotica, die voor de westerse lezer oninteressant is. Tolstojs helden zijn Russen, maar elke Chinees of Amerikaan kan zich identificeren met Andrej Bolkonski of Pierre Bezoechov uit Oorlog en Vrede.”

Na aankomst in Zwitserland kreeg Sjisjkin aanvankelijk geen pen meer op papier. Zijn roman De inname van Izmail liep vast. Dus schreef hij Russisch Zwitserland, een gids over zijn talloze landgenoten die met Zwitserland verbonden zijn: Lenin, Bakoenin, Tolstoj, Nabokov, Dostojevski, Rachmaninov, Netsjajev, Boenin. „Alle Russen die onze cultuur hebben gecreëerd – of vernietigd – hebben in Zwitserland in de spiegel gekeken.” Via Zwitserland leerde hij anders naar zijn eigen land te kijken. Pas na dit boek was hij in staat zijn roman totaal te herschrijven. „Pas nu kan mijn held ook over de Schulstrasse in Kleinlützel lopen.” Of werken bij de Zwitserse Immigratiedienst om de bizarre verhalen van Russische asielzoekers op te tekenen, zoals in zijn roman Venushaar. „Ik voelde me hier als een hongerige koe op een vette alpenwei.”

De inname van Izmail was Sjisjkins poging om Rusland te begrijpen. De titel verwijst naar een beroemde veldslag in 1790, toen generaal Soevorov deze Turkse vesting ten zuiden van Odessa in de Turks-Russische oorlog voor Catherina de Grote veroverde. Die slag staat symbool voor de Grote Russische Overwinning. Maar de epische titel is overdrachtelijk en de roman is autobiografisch. „Mijn vader zei altijd tegen me: ‘Je moet het leven nemen zoals je een vesting neemt’. De roman laat zien dat de overheid altijd misbruik maakt van de burger bij het manipuleren van de macht. Het boek is doordrenkt van een ironie die voor elke Russische lezer onmiddellijk herkenbaar is.”

De roman bevat een schitterende monoloog van drie bladzijden waarin een vrouw uitlegt waarom haar land verdoemd is en je jezelf maar beter in veiligheid kunt brengen. „Het is de Russische hartekreet van alle tijden: heeft dit land een toekomst of niet?” Een jonge toneelregisseur bracht het boek een jaar of vijf geleden in Moskou op de planken. Toen Sjisjkin hem vroeg of die monoloog niet achterhaald was en zou moeten worden geschrapt, zei de regisseur: „Michaïl, geloof mij nou maar en wacht af. We schrappen die monoloog niet.” En zie, zegt Sjisjkin: opnieuw is die tekst in Rusland brandend actueel. „Weer verlaten de hoogopgeleiden het land. De emigranten van de jaren 70 vormen nu de elite van Sillicon Valley en Google. Met hun nageslacht meegerekend zijn dat minstens 20 miljoen Russen in de diaspora, die in een ander Rusland willen leven.”

Zijn opa stierf in de Goelag

Michaïl Sjisjkin schreef zijn eerste proza in een schoolschrift toen hij 9 jaar oud was, op de datsja. Hij was alleen en omringd door boeken. Zijn roman was maar één pagina lang. Trots liet hij hem aan zijn moeder lezen. Haar gezicht betrok. „Ze zei: Misja, je moet schrijven over dingen die je begrijpen kunt! Mijn ‘roman’ ging tegen haar verwachting in niet over dieren en kinderen, maar over ruziemakende ouders. Toen al ontdekte ik mijn schrijversadagium: schrijf over dingen die je niet begrijpt.”

Sjisjkin heeft een ‘normale’ sovjet-biografie. Zijn opa stierf in de Goelag. Zijn vader, in de oorlog matroos op een duikboot die in de Oostzee schepen met Duitse vluchtelingen naar de kelder joeg, dronk zich dood. Zijn broer, dichter, zat 5 jaar in een kamp wegens het bezit van verboden literatuur. Zijn moeder, directrice van zijn school, werd publiekelijk verguisd omdat ze leerlingen toestemming gaf een avond te houden over de omstreden bard Vladimir Vysotski. Ze werd uit de communistische partij gezet en ontslagen en dat werd haar dood, zegt Sjisjkin. Ze kreeg kanker. „Het verhaal van mijn moeder is hoe eerlijke mensen in het sovjet-systeem overeind probeerden te blijven. Op school leerde ze de kinderen te liegen, ze had geen keus. Dus gaf ze de keizer wat des keizers was, en de kinderen gaf ze Poesjkin. Op vergaderingen zei je: blablabla Brezjnev, in de les citeerde je Poesjkin.”

Deze schizofrenie verklaart waarom mensen nu opnieuw de leugens over Oekraïne accepteren, zegt Sjisjkin. „We hebben geleerd dat antwoord te geven dat je nodig denkt te hebben om te overleven. Eerst zegt Poetin dat er geen Russische soldaten zijn op de Krim, daarna zegt hij dat ze er wél zijn. Dat vinden Russen heel gewoon: het zijn de spelregels van de oorlog. Vijanden zijn er om misleid te worden.”

Dat die reflexen opnieuw springlevend zijn maakt Sjisjkin doodongelukkig. De hysterie van de ‘Krimnasjisten’ (de mensen die ‘Krim nasj’ roepen – ‘de Krim is van ons’) rukt overal op. „Wij zijn onder Brezjnev geboren in een gevangenenbarak. Toen had je geen keuze: je moest je aan de spelregels houden. Als je iets wilde bereiken moest je de laars van de machthebbers likken. Maar nu hebben we de vrijheid gekregen. En zie: in een paar jaar tijd hebben we dezelfde barak weer opgebouwd waaruit we waren ontsnapt. Dat maakt me razend. Moskou is mijn stad niet meer. Ik wil niet in één bus zitten met mensen die ‘Krim nasj’ schreeuwen.”

Sjisjkin zat afgelopen zomer met de (science fiction) schrijver Boris Akoenin in een restaurant in Londen, toen ze zagen dat hun vriend Dima Bak op de handtekeningenlijst stond van kunstenaars die Poetin steunden. „Heel begrijpelijk: hij is directeur van het Letterkundig Museum. Tekent hij niet, dan verliest hij zijn baan. Godzijdank ben ik niet van dat monster afhankelijk.” Ook bestselleracteur Bakoenin heeft Rusland inmiddels verlaten.

Tijdens de demonstraties van 2011 ging voor het eerst de middenklasse de straat op, zegt Sjisjkin. „Maar de overheid keerde de samenleving haar kont toe en koos de weg van de apocalyps. Zolang Poetin aan de top van de piramide staat is de situatie stabiel, maar zodra hij verdwijnt begint er een nieuwe etappe in het uiteenvallen van het imperium. Valt hij morgen, dan zien we een zee van bloed, blijft hij nog 20 jaar zitten, dan wordt het een oceaan van bloed.”

Het Spui

Ons eerste gesprek vond plaats in Amsterdam, waar Sjisjkin dit voorjaar drie maanden boven de Athenaeum Boekhandel op het Spui bivakkeerde als writer in residence. Hij had met lichte verbijstering vanuit zijn raam de waanzin van Koningsdag gadegeslagen. Ik had net zijn ontroerende Onvoltooide Liefdesbrieven gelezen, een briefwisseling tussen een Russische soldaat die vecht in de Boksersopstand van 1905 in China, en zijn jonge verloofde in Moskou. De soldaat sneuvelt maar de dode blijft brieven schrijven over de gruwelen van de oorlog, terwijl zijn jonge weduwe haar leven voortzet in de nieuwe Sovjet-staat. Jaar na jaar groeien hun levens uit elkaar. Het ene gestold in modder, bloed en kanongebulder in China, het andere getekend door terreur, sovjet-realia en ongelukkige liefdes. Maar de liefdesbrieven blijven zinderen.

Sjisjkin kreeg in Amsterdam geen pen op papier. Zijn zorgen over de politieke ontwikkelingen leidden tot een writers block. Hij schrijft nu alleen nog essays om te laten zien dat er ook nog een ander Rusland bestaat. In tijden van oorlog kun je twee dingen doen, zegt hij. „Stefan Zweig verhing zich, Thomas Mann waarschuwde de wereld.” Op 9 mei, de zeventigste verjaardag van Ruslands overwinning op het fascisme, die in Moskou met groot militair vertoon werd gevierd, verscheen (onder meer in NRC Handelsblad) zijn indrukwekkende essay ‘Vader, wij Russen hebben de oorlog verloren’. Daarin fileert hij de immoraliteit van de macht, die misbruik maakt van het patriottisme van de Russen. Zijn vader wilde zijn leven geven voor de dictator die zijn eigen vader had vermoord. Sjisjkin walgt van dit cynisme.

Sjisjkin is genoemd naar zijn opa, een boer uit Tambov die zijn ene koe bij de collectivisatiecampagne van de landbouw niet wilde afgeven en daarom werd gearresteerd. Als Sjisjkin aan het eind van haar leven zijn dementerende oma belde, dan riep ze in de hoorn: Misja, Misja, waar brengen ze je heen? Laat hem gaan! „Ze dacht dat ik haar man was. Die dag keerde steeds terug in haar herinneringen.”

De vader van Sjisjkin werkte als ingenieur, bewaker, kleermaker, maar van zijn salaris kocht hij wodka. Dan nam hij zijn zoon op schoot en vertelde over de oorlog. Zijn hele leven was getekend door de angst dat zou uitlekken dat hij een zoon van een ‘volksvijand’ was. Eenmaal in het jaar, op 9 mei, trok hij zijn matrozenuniform aan en speldde zijn medailles op. „Mijn vader is zijn hele leven mentaal die matroos op die duikboot gebleven”, zegt Sjisjkin. „Ze hebben heel wat Duitse vluchtelingen naar de haaien gejaagd.” De zoon heeft het zijn vader vergeven.

Schrijven is een ziekte, zegt Sjisjkin, je zit eraan vast tot aan je dood. „In mijn jeugd heeft lezen me gered van die vreselijke sovjet-wereld. Het was een teug frisse lucht. Een schrijver zoekt antwoorden op levensvragen, waar de lezer wellicht wat mee opschiet. Daarom vind ik het ook geen punt mijn boeken gratis op internet te zetten. Literatuur is geen betaalde dienstverlening.”

Het mooiste moment is het zetten van de laatste punt van het boek. „Een boek is pas af als het in steen gehouwen is. Zodra de tekst klaar is, koelt hij af en versteent. Dat geeft een enorme euforie. Het is een gevoel van totale vrijheid.”