Hij is de man achter de schermen bij de beursgang van ABN

Chef beursgang Fred Bos van ABN Amro bracht al schipperend de bank terug naar de beurs. 

Chef beursgang Fred Bos (rechts) en bestuursvoorzitter Gerrit Zalm van ABN Amro, vlak voor de beursgang. Foto Koen van Weel/ ANP

Met z’n allen zijn ze de avond voor de beursgang bijeen op het hoofdkantoor van ABN Amro: het team van de bank, de begeleidende zakenbankiers, hoge ambtenaren. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) krijgt telefonische updates. Maanden hebben ze samen opgetrokken, nu moeten ze met elkaar in onderhandeling. De inzet: de prijs per aandeel. Financiën, verkopend aandeelhouder, wil wat hoger. De zakenbanken wat lager, dat verkoopt beter. „Komen we eruit?” Dat vraagt Fred Bos zich die avond wel even af. 

Fred Bos (54) is chef beursgang binnen ABN Amro, dé verantwoordelijke man achter de schermen. Dat betekent: constant laveren tussen snelle zakenbankiers, Haagse ambtenaren, strenge toezichthouders en grote beleggers. Maar het is gelukt: vrijdag 20 november ging ABN Amro naar de beurs. Bos hield aantekeningen bij. Nu de beursgang geslaagd is, blikt Bos voor het eerst terug.

De onderhandeling over de prijs markeert voor Bos de laatste spannende hindernis op weg naar de beursgang, de volgende ochtend. Het duurt ‘uren’, maar ze komen er toch uit. De 17,75 euro per aandeel is „precies de goede prijs”. Bos grinnikt. „Dat had je niet gedacht, hè?”

Gebroken ribben

Al in 2013 vraagt het bestuur van ABN Amro aan Bos, dan nog risicomanager, of hij de beursgang wil leiden. Bos zegt ja, maar merkt al snel wie er écht de baas is: de minister van Financiën. Echt beginnen kan Bos pas als Dijsselbloem het startsein geeft. Hij moet geduld hebben – niet zijn grootste talent, zegt hij. En wat al helemaal ‘bloedirritant’ is: als Bos net benoemd is, breekt hij drie ribben in een rugbywedstrijd. Hij rugbyt al 30 jaar, maar nu stopt hij er nu toch mee. Onhandig, want rugby is „een mooie manier om af en toe je agressie uit te leven”.

Terwijl Bos op de minister wacht, doet hij vast wat hij kan: praten met klanten en medewerkers en met zakenbanken die de beursgang willen begeleiden. Die laatste groep gaat nogal enthousiast te werk. Ze sturen enorme teams langs om ABN Amro te imponeren, tot wel negen man. Bos somt op wie er allemaal bij zijn: „De equity capital markets specialist”, die vertelt over beursgangen. „De financial institutions group specialist”, die weet alles over banken. „De coverage banker”, die doet eigenlijk niet zoveel, flapt Bos eruit. Hij lacht. „Die introduceert iedereen en zegt tot ziens.”

Het is een andere wereld dan die van Bos, zoon en kleinzoon van bankiers. De zakenbankiers „willen bij die ene deal betrokken zijn” – in dit geval ABN Amro, de grootste Nederlandse beursgang van het jaar. Maar dat is niet Bos’ stijl. „Ik ben liever een ABN Amro-bankier.” Iets bescheidener, meer op lange relaties gericht.

Vol verwachting kijkt ABN Amro uit naar vrijdag 27 maart. Alles wijst erop dat Dijsselbloem die dag gaat besluiten dat de bank naar de beurs mag. Maar in de dagen daarvoor krijgt Bos bange vermoedens. Er is wel héél veel ‘gedoe’ over de salarisverhoging van de top, en over misstanden op het ABN Amro-kantoor in Dubai. Het gonst van de geruchten over uitstel. Bos’ contacten bij NLFI, de stichting die de aandelen ABN Amro beheert, willen niks zeggen. Als ze dan ook nog plots een belangrijke vergadering afzeggen, is Bos overtuigd: het gaat niet door. Verdorie, denkt hij als hij gelijk krijgt. Nu wordt het wéér later. Maar hij probeert zich niet mee te laten slepen door de teleurstelling. Bos dwingt zichzelf scherp te blijven. Want wat stelt de minister nou eigenlijk uit? Alleen het besluit, concludeert hij. Niet de beursgang. Dus: „Niet de boel laten vieren.”

Twee maanden later – de salarisverhoging is inmiddels teruggedraaid – staat het hele beursgangteam bij Bos op de kamer rond de tv. Ook enkele bestuurders zijn een verdieping afgedaald om mee te kijken. Dijsselbloem houdt een persconferentie. Eindelijk zegt hij de woorden waar de bank zo lang op wacht: ABN Amro mag naar de beurs.

Geen uitstel

Op 1 juli, als alle vragen van de Eerste en Tweede Kamer beantwoord zijn, gaat de beursgangmachinerie vol draaien. Bos voelt haast. Dijsselbloem heeft gezegd dat ABN Amro in het vierde kwartaal naar de beurs kan. Dat is krap, vindt Bos, die weet welke immense stapel werk er ligt. Maar uitstel is geen optie: ABN Amro heeft zelf steeds gezegd dat ze er klaar voor is. Nu moet het ook gebeuren.

De grootste barrière is de toezichthouder. De Europese Centrale Bank (ECB) moet toestemming geven voor de beursgang en de beschermingsmuur die ABN Amro wil tegen vijandige overnames. Met name dat laatste gaat stroef. Er gaan „eindeloze calls” overheen, zegt Bos. De bescherming die ABN Amro wil is „heel erg onbekend” voor de ECB, dus de bank moet veel uitleggen. Er is een groot team toezichthouders uit allerlei landen en iedereen wil alles weten.

En dan heeft ABN Amro soms ook gewoon pech, bijvoorbeeld als een zware delegatie van de bank, Financiën en NLFI een afspraak heeft met de ECB in Frankfurt om alles nóg een keer door te spreken. Als ze in het Lufthansa-vliegtuig zitten, ziet Bos vanuit zijn raampje iemand aan de vleugel sleutelen. Er gaan „steeds meer schroefjes en boutjes los”. De live-ontmoeting wordt noodgedwongen een videoconferentie – en heeft niet het gewenste resultaat. Bos hoopt op een standpunt, maar de ECB stelt opnieuw vragen.

Om zich goed te informeren wil de ECB „duizenden documenten” hebben. Bos kan niet anders dan de mensen binnen de bank „redelijk chagrijnig” maken. Het zijn weken vol overuren, stress en onderbroken vakanties – ook voor bestuurders. „Gaan we dit wel halen”, denkt Bos af en toe. Maar het lukt. Vlak voor ABN Amro de eigen beursgang officieel aankondigt, op 27 oktober, geeft de ECB groen licht.

De nacht voor de beursgang is een korte. Tot half drie is Bos bij ABN Amro, de volgende ochtend is hij om half acht op Beursplein 5. Kort voor negen uur staat Bos klaar naast de gong, vlak achter topman Gerrit Zalm. Als die ABN Amro met een armzwaai naar de beurs brengt, voelt Bos – die zich altijd lijkt te beheersen – „toch wel ontlading”.

Want dít moment is „toch wel heel speciaal”. Iedereen leeft mee, voelt Bos. De hal van het hoofdkantoor in Amsterdam staat tjokvol mensen, die op grote schermen meekijken. Medewerkers in Hongkong en Sydney slaan op „een mini-gongetje”. Er is blijdschap – maar wel ingetogen. Bos blijft zichzelf eraan herinneren waar ze vandaan komen. „We zijn twee opgebroken banken geweest. En we zijn gered.” Die middag delen Bos en Zalm fruit uit op het hoofdkantoor, als „energizer”.

Bij het oude ABN Amro hing een groot bord met de beurskoers in de kantine. Die tijd komt wat Bos betreft nooit meer terug. Dat zou een verkeerd signaal zijn: het gaat om de lánge termijn. Zelf kijkt Bos er ook niet vaak naar om, vindt hij – niet meer dan „een paar keer per dag.”