Mijn moeder wist dat ik nooit zoiets zou doen

Romano van der Dussen zit al twaalf jaar in een Spaanse gevangenis voor een misdaad die een ander heeft bekend.

Jeugdfoto van Romano van der Dussen uit de huiskamer van zijn vader.

Telkens tikt hij met zijn vingers tegen het glazen raam van spreekhokje nummer 3 om zijn woorden kracht bij te zetten. „Ik heb wel duizend brieven geschreven naar alle mogelijke Spaanse en Nederlandse instanties. Maar steeds krijg ik hetzelfde antwoord. Ik kan enkel en alleen terecht bij de rechter die over de zaak gaat. Zo is het al jaren. Zelfs nu al het bewijs er ligt, schiet het maar niet op. De rechter die het opnieuw zou gaan bekijken, is ziek. En diens opvolger ook. Nu is de zaak in handen van een rechter voor wie alles helemaal nieuw is. Soms vrees ik weleens dat ik hier echt mijn hele straf uitzit. Dan ben ik meer dan vijftien jaar van mijn leven kwijt.” 

Romano van der Dussen (42) zit al twaalf jaar vast voor het aanvallen en aanranden van drie vrouwen van 19, 29 en 33 jaar, het toebrengen van letsel aan twee van hen en een tweetal diefstallen met geweld. Misdrijven gepleegd tussen 4.30 en 6.00 uur in de ochtend van 10 augustus 2003 in de Spaanse badplaats Fuengirola. Van der Dussen heeft altijd volgehouden onschuldig te zijn. „Ik ben zelfs nooit in die bewuste straten geweest”, zegt hij. Uit een onderzoeksrapport blijkt dat de bewijsvoering aan alle kanten rammelt. Zo heeft Van der Dussen een alibi, maar zijn de Engelsen die kunnen bevestigen dat hij die nacht bij hen in Torremolinos was, nooit gehoord. De slachtoffers krijgen vooraf te horen dat de dader ‘van het blanke ras’ is en Engels spreekt. Ze wijzen de Nederlander daarna aan bij een Osloconfrontatie waar hij als enige buitenlander in een rijtje donkere Spanjaarden staat.

Er heeft zich zelfs een dader gemeld. De Engelse crimineel Mark Dixie, wiens DNA in het schaamhaar van één van de slachtoffers is aangetroffen, heeft in een verklaring toegegeven dat hij verantwoordelijk was voor de verkrachtingspoging. De Nederlandse regering oefent achter de schermen diplomatieke druk uit op Spanje, maar minister Bert Koenders (Buitenlandse zaken) zegt zich niet met de rechtsgang in Spanje te kunnen bemoeien. Tweede-Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) heeft de zaak aangekaart bij de Raad van Europa. Van der Dussen eist van Nederland dat openbaar wordt gemaakt wat er precies voor hem is gedaan. Hij houdt hoop dat zijn onschuld vast komt te staan. Maar in al die jaren heeft de Nederlander geleerd dat hij in het bureaucratische Spanje nergens op hoeft te rekenen. „Het is een corrupt zooitje hier”, benadrukt Van der Dussen keer op keer.

Van der Dussen ontvangt op deze zonnige zondagmorgen in de gevangenis van Mallorca. De magere en bleke Nederlander stapt samen met tientallen andere gevangenen even na 11.00 uur de zaal in waar het bezoek in verschillende ruimtes achter glas zit te wachten. Op sommige plekken klinkt geschreeuw. Jonge kinderen bezoeken hun vaders. Er wordt zelfs een baby van een paar weken naar binnen gedragen. Van der Dussen heeft er geen oog voor. Hij gaat recht op zijn doel af en neemt in een gekleurd Nike-shirt en een grijze trainingsbroek plaats bij hokje 3, groet even kort, pakt de witte telefoon en wacht tot de bewaker het geluid aan zet.

Ik heb leren vechten

In een mengeling van Nederlands en Spaans doet Van der Dussen in drie kwartier zijn verhaal. Zijn kennis van het Spaanse rechtssysteem is verbluffend. Dat heeft hij zich eigen gemaakt in de gevangenisbibliotheken. Af en toe verliest hij zich in de uitleg van ingewikkelde juridische details en ratelt hij aan één stuk door. Zo nu en dan veegt hij een haarlok uit zijn gezicht en kijkt hij met priemende ogen naar het bezoek. Hij zit vol vuur. „Uiteindelijk kom ik hier sterker uit. Ik heb leren vechten. En daar zal ik tot het einde mee doorgaan. Als ik vrij kom zal ik een afkoopsom van misschien wel 2,5 miljoen euro eisen. Ik zet geen voet buiten Spanje voordat ik dat geld heb.”

Vanaf het moment dat hij door de Spaanse politie als verdachte wordt opgepakt, staat Van der Dussen permanent onder hoogspanning. Via gevangenissen in Málaga, Granada, Murcia, Valencia, Castellón en Alicante is hij uiteindelijk op Mallorca terechtgekomen. „Omdat ik vrijwel geen bezoek krijg, willen ze me steeds verhuizen. Dan komt mijn plek vrij voor iemand die wel familie heeft in de stad waar hij vastzit. Ze wilden me nu weer naar Madrid overplaatsen, maar dat heb ik tegen weten te houden. Deze gevangenis is wat rustiger. Hier zitten de meesten maximaal twee jaar. In de andere steden is dat wel anders. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst in Málaga de gevangenis binnen liep. Al die gevangenen wisten precies wie ik was. Via de lokale televisie hadden ze gezien waarvoor ik gestraft was. Ik was een violador. Dat is binnen een gevangenis zo’n beetje het ergste. Ik werd direct helemaal in elkaar geslagen. Ik moest overleven. Daar was ik totaal niet op voorbereid.”

Zijn cel is een ruimte van 2,5 bij 5 meter die hij deelt met twee anderen. Daar verblijft Van der Dussen 23 uur per dag tussen de kakkerlakken. De tijd doodt hij er met opdrukken, lezen en slapen. Zijn bed is een vies stuk schuimrubber. Wassen doet hij in een emmer met water. Hij leerde op hardhandige wijze de wetten van het gevangenisleven kennen. Altijd moet hij op zijn hoede zijn voor een onverwachte aanval.

Zo krijgt Van der Dussen een keer een afgeslepen tandenborstel op zijn keel gedrukt. Hij kijkt de dood in de ogen. „Ik kreeg met allerlei figuren te maken. Sommigen hadden niets te verliezen. Zoals ETA-moordenaars, die nog tientallen jaren te gaan hadden. Ik moest me tegen hen zien te verweren. Ik heb contact gezocht met van die hele grote Russische gasten. Van die klerenkasten. Die gaf ik dan geld en dan zorgden ze ervoor dat ik een beetje met rust werd gelaten. Dat werkte wel.”

De Nederlander raakt na een paar jaar met zichzelf in de knoop. Van der Dussen is volledig op zichzelf aangewezen. Familie en vrienden keerden hem als ‘verkrachter’ de rug toe. Hij heeft alleen nog telefonisch contact met zijn vader. „Ik heb een dochter van vijftien jaar. Ik heb haar nooit meer gezien. Mijn ex-vriendin wil niets meer met me te maken hebben. Die schermt haar voor me af. Ik sta in Nederland ingeschreven in de gemeente Langedijk, maar de mensen daar lieten al snel weten dat ik daar beter niet kan terugkeren. De meesten geloofden niet in mijn onschuld. Misschien is dat wel begrijpelijk. Ik bladerde vroeger weleens door De Telegraaf en als ik dan las dat een misdadiger alles ontkende dacht ik: ‘Ja, het zal wel’. Nu weet ik zelf wat het is onschuldig vast te zitten. Bij andere gevangenen hoef je geen steun te zoeken. Die geloven je vaak ook niet.”

Er zijn momenten waarop Van der Dussen het allemaal niet meer ziet zitten. Hij wijst op een groot litteken op zijn rechter onderarm. „Ik heb negen jaar geleden met het dekseltje van een blikje tonijn mijn polsen doorgesneden. Een straf tot 2019. Dat leek eindeloos. Ik zag geen andere uitweg. Het werd zwart voor mijn ogen. Op het laatste moment bedacht ik me toen en drukte ik op de rode alarmknop. Ik wilde toch niet dood. Nu sta ik er anders in. Ik zit al zo lang vast. Als het moet hou ik die paar jaar nog wel vol. Al zijn er wel dagen dat ik niet eens mijn cel uitkom om te ontbijten. Het eten is verschrikkelijk. Je krijgt hier alleen stokbrood, soep en sla. Als je fruit, kaas of vleeswaren wilt dan moet je dat kopen. Zonder geld verhonger je hier.”

Een zekere Mark Dixie

De zaak van Van der Dussen komt onverwachts onder de internationale aandacht als de Britse politie in november 2006 ene Mark Dixie arresteert. De crimineel wordt tot 34 jaar cel veroordeeld voor de verkrachting van en moord op Sally Anne Bowman in het Engelse Croydon in september 2005. Als Interpol het DNA van Dixie op een internationale databank zet wordt er in Spanje een opvallende ontdekking gedaan. Er blijkt een match met het dna dat op één van de vrouwen in Fuengirola is aangetroffen. Dixie blijkt in die tijd in Spanje te hebben gewoond. Van der Dussen staat vanaf dat moment niet meer alleen in zijn roep om onschuld. „Linda Bowman, de moeder van Sally Anne heeft me sindsdien altijd gesteund. Ze is ervan overtuigd dat haar dochter nog zou leven als de Spaanse politie haar werk goed had gedaan. Dan zou ik niet hier hebben gezeten, maar Dixie.”

De hoop op een snelle vrijlating blijkt ijdel. Van der Dussen moet vanuit zijn cel gefrustreerd toezien hoe Spanje en Engeland met elkaar in een bureaucratische strijd verwikkeld raken over enkele ontbrekende parameters op het DNA van Dixie. Om gek van te worden. De zaak gaat de archieven in. Ondertussen krijgt Van der Dussen een nieuwe klap te verwerken. Zijn moeder wordt ziek. Kanker. Ze is ten dode opgeschreven. „Ik heb nooit afscheid van haar kunnen nemen. Dat heeft veel pijn gedaan. Ook daarvoor zal Spanje een prijs moeten betalen. Mijn moeder heeft altijd in mijn onschuld geloofd. Ze is zelf verkracht geweest. Ze wist dat ik nooit zoiets zou doen.”

Bekennen is voor Van der Dussen nooit een optie geweest – een bekentenis bij de politie zou hij onder dwang hebben getekend. Hij wil niet met het stempel ‘verkrachter’ door het leven gaan. „Mijn allereerste advocaat zei dat ik zeven jaar zou krijgen als ik alles zou bekennen. Dat nooit. Dan zit ik nog liever honderd jaar vast. In Spanje mag je normaal gesproken na driekwart van je straf naar buiten. Maar dan moet je wel hebben bekend. Verlof krijg ik nooit. Daar ben ik volgens de psychologen niet aan toe. Dat krijg je alleen als je inziet wat je fout hebt gedaan en daarvoor spijt betuigt.”

Als het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in 2010 een onderzoek laat instellen naar de zaak hoopt Van der Dussen op een overplaatsing naar Nederland als tussenoplossing op weg naar de vrijheid. Hoewel deskundigen in een rapport zeggen te twijfelen aan de schuld van Van der Dussen is het dit keer Nederland zelf dat dwarsligt. Het ministerie van Justitie verleent geen toestemming voor de overplaatsing, omdat Van der Dussen al sinds 1999 in Spanje woont. Hij vluchtte destijds naar Spanje om na een drugsverslaving aan een nieuw bestaan te beginnen. Van der Dussen leeft ook in Spanje in de marge van de samenleving, verdient zijn geld met los-vast werk en komt vanwege lichte vergrijpen in aanraking met justitie. Hij wordt niet veroordeeld, maar zijn gegevens komen in de databank van de politie. Dat breekt hem later op als de slachtoffers foto’s van mogelijke daders te zien krijgen. „Goed, ik ben in Spanje gaan wonen. Maar ik blijf toch altijd een Nederlander met recht op hulp? Ik ben er geboren. Mijn familie woont er. Alle buitenlanders krijgen steun van hun land en mogen hier weg. Ik niet”, zegt hij kloppend op het raam. „Zelfs de directeur hier snapt daar niets van.”

Toch gloort er opnieuw hoop. De Spaanse justitie heeft aan de Britse autoriteiten gevraagd het DNA van Dixie nog eens opnieuw te analyseren en op te sturen. Er gaan weer jaren overheen. Maar de resultaten zijn nu binnen en bevestigen opnieuw dat het DNA van de Engelsman overeenkomt met dat van het slachtoffer in Fuengirola. Van der Dussen krijgt bijstand van de Nederlandse stichting PrisonLaw, die via advocate Rachel Imamkhan een verklaring weet te krijgen van Dixie. De Engelsman geeft daarin ook zelf een poging tot verkrachting toe. Dixie stelt dat hij het erg vindt dat een ander voor zijn daad moet boeten. Het wachten is nu op een beslissing van het hooggerechtshof.

Ondertussen kan Van der Dussen niets anders doen dan afwachten. Dat doet hij al twaalf jaar. Meer dan 4.750 dagen gaat het leven aan hem voorbij. Dat Oranje het EK misloopt is nieuws voor hem. Een iPhone? Hij heeft er nog nooit een in handen gehad. „Ik zit hier uiteindelijk dankzij Dixie. Dat hij nu zegt dat hij het allemaal zo erg voor me vindt, is natuurlijk een lulverhaal. Ik wilde hem een brief schrijven, maar heb die toch weer verscheurd. Ik weet niet wat ze zouden doen als blijkt dat ik contact met Dixie zoek. Moet ik hem dankbaar zijn? Hij had alles moeten bekennen. Hij doet dit toch alleen voor zichzelf. Zoals ik de voorbije maanden opeens tal van bekende advocaten op bezoek heb gehad die mijn zaak wel willen doen. Allemaal eigen belang.”

Van der Dussen weet al precies wat hij gaat doen als de poort van de gevangenis van Mallorca voor hem opengaat. „Ik ga mijn verhaal vertellen aan de Spaanse televisiezender TVE. En ik ga een stuk schrijven voor een tijdschrift. Ik zal een schadevergoeding eisen. Mijn Spaanse advocaat [Silverio Garcia Sierra] zal daar tien procent van krijgen. En ik zal zijn rekeningen betalen. Die man heeft mij steeds gesteund en heeft echt hart voor mijn zaak. Ik blijf denk ik ook gewoon in Spanje wonen. In Madrid of zo. Ik wil zelf een stichting gaan oprichten. Ik weet hoe het is onschuldig vast te zitten en wat zo’n gevangene écht nodig heeft.”

„Fin de conversación!”, klinkt het uit de luidsprekers. Van der Dussen houdt voor hokje 3 vertwijfeld de witte telefoon in zijn handen. Zijn woorden dringen niet meer door het dikke glas. Hij steekt zijn hand op en loopt terug naar zijn cel.