Met witteboordencriminaliteit moet iedereen zich bemoeien, van justitie tot en met collega’s

Witteboordencriminaliteit is een kwelling voor de samenleving. Leidinggevenden in het bedrijfsleven, bij woningcorporaties, in overheidsbedrijven of bij de overheid zelf moeten onberispelijk gedrag laten zien. Maar sommigen gaan ernstig in de fout. Natuurlijk: op de meeste bestuurders is niks aan te merken. Zij doen hun werk zoals dat gedaan moet worden.

Maar de afgelopen weken zijn diverse zaken gepasseerd die duidelijk maken dat witteboordencriminaliteit meer is dan een paar rotte appels in een verder schone mand. Twee woningcorporatiedirecteuren kregen langdurige gevangenisstraffen, van wie de voormalige bestuurder van Rochdale, die een tijdje een Maserati als bedrijfswagen gebruikte, tot 2,5 jaar cel werd veroordeeld. Ook meerdere bedrijfsmanagers die hem hadden omgekocht, kregen straf.

Vorige week legde financieel controleur AFM twee voormalige bestuurders van het inmiddels failliete installatiebedrijf Imtech bestuurlijke boetes op van 1 miljoen en 1,25 miljoen euro. Zij werden, net als Imtech zelf, bestraft voor het uitbrengen van een te positief persbericht over het grootste project van het bedrijf ooit, dat kort daarop een formidabele fraude bleek te zijn. Dat kostte beleggers honderden miljoenen.

Andere voorbeelden van witteboordencriminaliteit zijn fraude bij een naderend faillissement. Of omkoping van politici, zoals een gedeputeerde in Noord-Holland en de lopende zaak tegen een voormalig wethouder van Roermond. Of oplichting van beleggers met frauduleuze financiële producten. Of het beroven van de fiscus. Een gepensioneerde oncoloog die jarenlang inkomsten van de farmaceutische industrie op een Luxemburgse bankrekening liet storten en dat niet opgaf bij de Nederlandse fiscus, moet niet alleen de gevangenis in, hij moet ook een miljoenenboete betalen.

Witteboordencriminaliteit opsporen en vervolgen vergt de inzet van specialistische rechercheurs en officieren van justitie. Dat is al jaren, zo niet decennia, een zwakke stee bij justitie. Dat zie je ook terug in het trage verloop van de zaken tegen de woningcorporatiedirecteuren. Andere criminaliteit heeft voorrang. Daarbij speelt een rol dat bij witteboordencriminaliteit geen bloed vloeit en geen fysiek geweld wordt gebruikt, en er vaak geen aanwijsbare slachtoffers zijn. De slachtoffers zijn álle huurders van een woningcorporatie. Alle aandeelhouders van een bedrijf. Of álle burgers samen, als de fiscus is opgelicht.

Maar juist de collectieve dupering moet een permanent argument zijn voor opsporing. In dat opzicht is justitie op de goede weg. Het vertrouwen van de samenleving in doorgaans uitstekende beloonde managers wordt door witteboordencriminaliteit stukje bij beetje ondermijnd. Sinds de economische crisis stelt justitie zich zichtbaar harder op. Als er al van gêne sprake was onder rechters om ‘ons soort mensen’ aan te pakken, dan is dat nu zeker voorbij. De benadeling van de publieke kas door sociale fraude (persoonsgebonden budgetten, uitkeringen) wordt ook straffer bestreden.

Justitie gaat bij fraude achter de anonieme rechtspersonen aan, zoals de Rabobank bij de manipulatie met de liborrente. Maar justitie en controleurs als de AFM pakken in de openbaarheid regelmatiger ook verantwoordelijke personen aan. Dat heeft op zich al een afschrikwekkende werking. Ook dat moet helpen om witteboordencriminaliteit te ontmoedigen.

Zoals het ook helpt als collega’s en zakelijke adviseurs niet wegkijken. Iedereen (aan de top) moet zich de veroordelingen aantrekken en daarnaar handelen.