Leider van het bouworkest

Francine Houben Ze heeft pied-à-terres in Washington èn New York. In beide wereldsteden ‘doet’ de Nederlandse toparchitect de bibliotheek.

Er zijn maar twee dagen in het jaar dat Francine Houben niet werkt: op Eerste Kerstdag en op 2 juli, zowel haar verjaardag als haar trouwdag. Heeft ze ooit zo afgesproken met haar man. Maar voor de rest? „Het voelt alsof ik altijd vakantie heb”, zegt ze zelf. „Er komen altijd ideeën waar ik iets mee moet.”

Dit jaar was een jubeljaar, zowel voor haarzelf als voor Mecanoo, het architectenbureau waarvan ze medeoprichter en creatief directeur is. Een greep uit de hoogtepunten:

Mecanoo vierde zijn 30-jarig bestaan (eigenlijk een jaar te laat, „maar vorig jaar hadden we gewoon geen tijd”).

Het door Mecanoo ontworpen station van Delft werd geopend.

Houben ontving de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor haar ‘decennialange staat van dienst als internationaal toonaangevend architect’.

En in september werd bekend dat haar bureau de opdracht krijgt om de New York Public Library te renoveren – een megaproject dat zo’n zeven jaar in beslag zal nemen.

In augustus zit Francine Houben aan de vergadertafel in de kapel van wat ooit een Delfts ziekenhuiscomplex was. Eens huurde ze met haar compagnons, die ze kende van de Technische Universiteit, het kleinste kamertje van het gebouw. Nu heeft ze het over de ‘Mecanoo Headquarters’, over een campus waar het personeel (ruim 150 man) wekelijks met lezingen wordt bijgespijkerd en op de hoogte wordt gehouden van de projecten.

Ze vertelt over de bibliotheek in New York, waar dan nog niets over naar buiten mag komen. Ze weet dat er nog één andere partij in de race is. „Het zou wel eens goed kunnen aflopen”, grijnst ze.

Aanvankelijk zou de Britse sterarchitect Norman Foster het eind-negentiende-eeuwse classicistische hoofdgebouw aan de Fifth Avenue renoveren. Foster zou in de bibliotheek een open, glazen werkruimte willen maken, waarvoor boeken moesten wijken. De plannen stuitten op hevig verzet. In het voorjaar van 2014 werd hij van het project gehaald. Houben: „Hé, dacht ik. Dat kan ik!”

In de nieuwe opdracht zou niet alleen het hoofdgebouw, maar ook het gebouw er schuin tegenover worden meegenomen – een veel minder aansprekend gebouw waarin nu de uitleenbibliotheek gevestigd is. Bij het hoofdgebouw gaat het vooral om restauratie en herinrichting, er moet meer publieke ruimte komen. Het andere gebouw krijgt een ‘gut renovation’; alleen gevel en fundering blijven staan.

Om haar aanbod te kunnen verfijnen, liep ze dagen door de bibliotheek om te zien hoe de New Yorkers het gebouw gebruiken. Inmiddels is de opdrachtgever naar Delft afgereisd voor een gesprek. „Ik wil dit erg graag doen”, benadrukt ze nog eens. „Het is de bibliotheek van de hoofdstad van de wereld.”

Drie weken later wordt bekend dat Mecanoo inderdaad de opdracht krijgt.

Waarom was ze zo zeker van haar zaak? Had ze geen twijfels? „Als ik er niet in geloof, gebeurt het ook niet. En we hebben hier gewoon de papieren voor.” Dan kribbig: „Het verrast me dat sommige mensen in Nederland hier zo verbaasd over zijn. Die denken zeker dat wij nog steeds alleen sociale woningbouw doen.”

Dubbel glas

Mecanoo heeft veel ervaring met bibliotheken. Het bureau bouwde de bibliotheek van de TU Delft (opgeleverd in 1997) en de openbare bibliotheek van het Britse Birmingham – twee jaar geleden voltooid en nu een van de populairste gebouwen van het land. Momenteel bereidt Mecanoo de renovatie voor van de bibliotheek van Washington DC, de Martin Luther King Jr. Memorial Library . Dit project is nauwelijks minder prestigieus dan ‘New York’ – het gaat om een van de laatste gebouwen van Ludwig Mies van der Rohe, zeer invloedrijk architect uit de vorige eeuw, en om een van de eerste gebouwen die vernoemd zijn naar de vermaarde dominee en mensenrechtenactivist.

De bibliotheek staat in een arme buurt die aan het opkrabbelen is. Behalve onder daklozen is het gebouw weinig geliefd. „Mensen voelen zich er niet veilig”, zegt Houben. „Het is een gebouw dat imponeert, alsof het zegt: jij bent niet intelligent genoeg, ga weg. In deze tijd willen we juist dat een bibliotheek een plek is waar iedereen zich welkom voelt. Nu staan de boeken er nog aan de ramen, de mensen zitten in het donker. Wij willen de boeken in het donker en de mensen aan de ramen.”

Ze laat zich bij de renovatie vooral door Kings gedachtegoed inspireren, zegt Houben. „Natuurlijk probeer ik me te verplaatsen in Mies van der Rohe. Ik vraag me steeds af waarom hij welke beslissingen nam. Maar uiteindelijk vind ik de idealen van Martin Luther King belangrijker. Ik heb meer met human values dan met bouwkundige dogma’s.”

Wat vinden ze daar in Washington van? Houben: „Ze hebben mij toch niet voor niets gevraagd? Ik ben geen Mies, ik bouw niet als Mies, wel heb ik groot respect voor zijn werk. De proporties zitten bij hem heel goed in elkaar, hij was uiteindelijk toch de zoon van een steenbewerker, een ambachtsman. Maar ik kijk bijvoorbeeld ook naar hoe de compositie zich verhoudt tot andere gebouwen in de straat.

„Veel architecten en opdrachtgevers vinden dat bij gebouwen van grootheden als Mies van der Rohe alles zoveel mogelijk moet worden teruggebracht naar de oorspronkelijke staat. Maar door gesprekken die ik had met de man die zijn rechterhand was tijdens de bouw van de bibliotheek, leerde ik dat Mies best pragmatisch was. Die bibliotheek had enkel glas, ja, moeten wij dan nu per se enkel glas laten zetten? Er was gewoon geen budget voor dubbel glas, anders had hij het er echt wel in gezet.”

Vraag je aan de medewerkers van Mecanoo wat hun creatief directeur precies doet, dan krijg je te horen dat ze zich overal mee bezighoudt. Zelf houdt ze het erop dat ze de afgelopen anderhalf jaar de meeste tijd kwijt was aan presentaties voor commissies. „In Washington en New York kijkt iedereen mee. Nou, we zijn er gelukkig steeds goed doorheen gekomen.”

Ze bezoekt Washington zo vaak – „eens per maand of eens in de twee maanden” – dat het voordeliger was een appartement te huren dan steeds in hotels te overnachten. Omdat ze nu ook steeds vaker in New York is, is ook daar een appartement geregeld voor haar en de andere ‘Mecanoos’.

„Ik heb nooit bijgehouden hoeveel vlieguren ik maak, het is inmiddels zoiets als de bus nemen. Er is wel een collega die vaak met mij reist die het wel bijhoudt. Hij vertelde eens dat hij in een jaar 85 dagen had gereisd, ‘waarvan zestig met Francine’. Toen ging op kantoor het grapje rond dat ik meer met hem in hotels verblijf dan met mijn man.”

Grapjes maken over de baas: dat kan bij Mecanoo. Houben is dan wel de bekendste vrouwelijke architect van Nederland („ik weet wel dat ik word herkend op straat, ja”) en ook niet per se bescheiden („ik ben in mijn beroep wel een somebody”), ze is geen ‘starchitect’. Ze benadrukt steeds dat ze het niet alleen doet. Mecanoo is haar „symphony orkest” (ze spreekt het steeds op z’n Engels uit) en zij is de veelgevraagde chefdirigent die de wereld overvliegt. „Het is echt niet zo dat één iemand hier een geniale lijn trekt die vervolgens door honderd slaafjes wordt uitgewerkt.”

Boerderij

Op het kantoor in Delft heerst een gemoedelijke sfeer. De weeïge geur wordt veroorzaakt door vers ge-3D-printe maquette-onderdelen.

I care about all the Mecanoos”, zegt Houben. „Ik vind het belangrijk dat individuen hier kunnen opbloeien. Het moet gezellig zijn, er moet lekker eten zijn. Ieder jaar is er een Mecanoo-feest op mijn boerderij voor al het personeel. Ja, het is hier anders dan bij andere architectenbureaus. Misschien komt dat omdat ik uit een hecht gezin kom. Mensen denken wel eens dat het zo is omdat ik een vrouw ben, maar volgens mij zijn architectes als Zaha Hadid en Kazuyo Sejima echt niet zo.”

Als ze op 30 november de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs krijgt uitgereikt, kunnen niet alle medewerkers mee. Er is geen plaats voor hen in de grote zaal van het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam: die zit vol hoogwaardigheidsbekleders en donateurs. Medewerkers kunnen de ceremonie volgen vanaf een scherm in de kleine zaal.

Maar Houben heeft een truc bedacht. Na lovende woorden van onder meer de directeur van de New York Public Library en van Max Risselada, haar ‘leermeester’ aan de TU Delft, roept ze haar ‘orkest’ het podium op. Iedereen gaat staan. Applaus.

Na afloop krijgt iedereen haar nieuwe boek mee, vernoemd naar haar motto: People, Place, Purpose. Kort samengevat: architectuur moet in de eerste plaats uitgaan van de mensen die er gebruik van moeten maken. Haar gebouwen hebben een open karakter. Maar één specifieke stijl? Niets voor Francine.

„Dat is ook waarom ik dit boek heb gemaakt. Het is er vooral voor mijn medewerkers: die moeten mijn filosofie snappen. Mijn werk is niet door vorm gedreven, dat zou veel eenvoudiger te communiceren zijn. Het grote publiek denkt dat je als architect een vorm ontwikkelt op je 25ste en dat dat dan je stijl is die je de rest van je leven moet uitwerken. Ik kan me in mijn vak niets dodelijkers voorstellen. Ik vind dat je moet kunnen maken wat voor die gelegenheid nodig is.”

Engelenkapel

Het was niet alleen maar een goed jaar voor Houben. Op maandag 16 november komt het bericht dat Emily Meaud (30) is overleden. De voormalig stagiaire en studente aan de TU Delft werkte mee aan de bibliotheek van Birmingham. Ze is doodgeschoten bij de aanslagen in Parijs, met haar tweelingzus.

Ook zelf kreeg Houben met verlies te maken: in juni overleed haar vader, op 94-jarige leeftijd. Het afscheid had plaats in de door haar ontworpen Heilige Maria der Engelenkapel (2001) op de Laurentiusbegraafplaats in Rotterdam-Crooswijk. Op zijn verzoek.

„Het was voor het eerst dat ik er zelf een ceremonie meemaakte. Ik was te emotioneel om mijn toespraak zelf voor te lezen, dus dat heeft mijn dochter gedaan. Het was prachtig: precies op het juiste moment ging het zonlicht stralen. Maar ook op zo’n moment denk ik nog als architect: is het hier niet te benauwd?

„Ik had een sterke band met mijn vader, ik was zijn oogappel. Hij stimuleerde me, liet me altijd mijn gang gaan. Mijn toespraak ging over de gewone dingen waar we het over hadden – de bieslook en peterselie die ik uit zijn tuin heb overgeplant naar de mijne.

„Het was raar: als ze voor de radio vragen hoe het met je gaat omdat ze denken dat je heel blij bent met zo’n prijs, dan zeg ik niet: ja, maar ho eens, mijn vader is laatst overleden. En bij die prijsuitreiking, dan baal ik toch dat hij er niet is.”