Jacht op het eeuwige leven

Voedingsgoeroe Kris Verburgh schreef een boek over een lang jong leven. Zijn aanbevelingen passen in modern onderzoek en een hedendaagse hype, maar slaan ook geregeld de plank mis.

Duitse honderdjarige: Erwin H. (1909)

Veroudering? Dat is de schuld van „de vier ruiters van de dood”. Aldus de Belgische arts Kris Verburgh. Hij schrijft het in zijn deze herfst uitgekomen boek Veroudering vertragen: Het langer jong-plan. Verburgh werd beroemd met zijn vorige boek, De voedselzandloper: Over afvallen en langer jong blijven. Dat stond in 2013 wekenlang hoog in de toptien van bestverkopende boeken. De flaptekst meldt dat er 350.000 exemplaren zijn verkocht. Verburgh vindt dat we minder koolhydraten (suikers en zetmeel) moeten eten. Dus geen granen, met uitzondering van havermout. Al in De voedselzandloper beloofde hij dat je langer jong blijft met zo’n dieet.

In het nieuwe boek (dat inmiddels zijn vierde druk beleeft) stort Verburgh zich voluit op veroudering. Uiteindelijk wil hij veroudering zelfs omdraaien. Natuurlijk, daarvoor moet je de vier ruiters stoppen. Wie zijn die vier?

Hartziekten? Kanker? Alzheimer en... eh?...roken? Of longziekten?

Allemaal fout. De moderne wetenschap kijkt voorbij die individuele ziekten. Verburgh ook. Het gaat in het moderne verouderingsonderzoek om de onderliggende verouderingsprocessen. Het uitbannen van alle hartziekten verhoogt de gemiddelde leeftijd met hoogstens drie jaar. Alle kanker de wereld uit levert nog minder jaren winst op, gemiddeld over álle wereldbewoners. Dat zet te weinig zoden aan de dijk.

Vier bedreigingen

De vier bedreigingen die Verburgh ziet voor een lang jong leven zijn ophopingen van geklonterd, niet-afgebroken eiwit. Daardoor krijg je op den duur alzheimer of parkinson of diabetes of nog een hele rij zeldzamere ziekten. Als tweede zijn er suikermoleculen die in je lichaam eiwitmoleculen verkeerd aan elkaar koppelen (‘crosslinken’), waardoor je rimpelig wordt en kracht verliest. Ten derde ontstaat er DNA-schade, waardoor lichaamscellen in een sluimertoestand (‘senescence’) raken – niet meer werken, maar zich ook niet laten vervangen. En tenslotte zijn er de haperende energiefabriekjes (‘mitochondriën’) in je lichaamscellen, waardoor je levenskracht verliest.

Drie van die vier ‘ruiters’ krijgen ook veel aandacht in verouderingsspecials van de tijdschriften Science (4 december) en Nature Medicine (december). In de overzichtsartikelen daarin krijgen eiwitstapelingsziekten, mitochondriënschade en celsluimering ruim aandacht.

Verburghs vierde ruiter, de crosslinking door suikers, blijft vrijwel onvermeld. Science en Nature leggen meer nadruk op nog een paar andere verouderingsmechanismen. Schade aan telomeren bijvoorbeeld. Telomeren zijn de uiteinden van de chromosomen die bij iedere celdeling wat korter worden en uiteindelijk celdeling onmogelijk maken. Dat gebrek aan deling leidt ook tot uitputting van de stamcellen die aan de bron staan van iedere gespecialiseerde lichaamscel. En de darmbacteriën krijgen aandacht in Science. Dat is heel modern. De darmflora kan invloed hebben op afweer, spiermassa en hersenwerking, en als het daar niet goed mee gaat ontwikkelen oude mensen fragiliteit, wat uiteindelijk hun dood kan betekenen.

Het probleem met al die nieuwe verouderingstheorieën is dat ze gedeeltelijk overlappen. DNA-schade zorgt er ook voor dat mitochondriën het niet zo goed doen. Verburgh geeft in zijn boek een mooi overzicht van het grootste deel van het moderne verouderingsonderzoek. Inclusief een paar hypes, zoals het oude diabetesmedicijn metformine dat misschien levensverlengend is. Volgend jaar begint er onderzoek bij mensen. Duidelijk is ook dat eerdere verouderingstheorieën (schade door vrije radicalen, bescherming door antioxidanten) naar de achtergrond zijn gedrongen.

De experts die de nieuwe verouderingsmechanismen aanpakken, denken niet meer in jaren levenswinst, maar in decennia, of eeuwen. „Als je me vandaag vraagt of het mogelijk is om 500 te worden? Dan is het antwoord: ja.” Dat zei hersenwetenschapper Bill Maris in maart van dit jaar tegen financieel persbureau Bloomberg. Maris is in dienst van Google om de komende jaren jaarlijks ruim 300 miljoen Google-dollars in biotech-start-ups te investeren. Er is speciale belangstelling voor bedrijfjes die veroudering bestrijden, met nieuwe gentechnieken, of door slimme toepassing van nanomachientjes en het menselijk lichaam. Google is niet de enige internetonderneming die overtollige miljoenen in langer leven investeert. „Ik hoop lang genoeg te leven om niet dood te hoeven gaan”, vat Maris de gewenste toekomst samen. Dat is de nieuwe filosofie van de mensen die ons doen geloven dat de eerste mens die 1.000 jaar wordt al geboren is. Het is een hype. De grote woorden vallen daar waar het grote geld binnenkomt.

Het idee is dat er niet één ontdekking zal zijn waardoor we honderd jaar langer leven. Hopelijk is er binnenkort wel eentje die vijf of tien jaar niet-verouderend leven toevoegt. In die gewonnen tijd kan dan de volgende doorbraak komen voor een nog langer leven. Het idee heet Longevity Escape Velocity en heeft een eigen Wikipedialemma.

Verburgh schaart zich graag in de rij mensen die veel beloven. Hij schetst hoe hij zijn vier ruiters wil uitschakelen. En presenteert een stappenplan om langer jong te blijven. Het plan telt voorlopig vier stappen, maar kan later uitgebreid worden, als nieuwe therapieën beschikbaar komen. De eerste drie stappen gaan over voeding. Verburgh zegt niet hoeveel jaar je ermee kan winnen, maar hij hoopt dat het voorlopig voldoende extra levensjaren oplevert, en dat dan de meer geavanceerde ingrepen beschikbaar zijn die nu als toekomstmuziek allemaal in zijn vierde stap staan. Met die voedingsadviezen valt te leven. Het is voeding met een Mediterraan tintje. Met noten, zaden, groente, fruit, beperkt vlees en zuivel, niet veel anders dan al in De voedselzandloper stond.

Maar er is nog steeds die merkwaardige afkeer van zetmeel. Pasta, brood aardappelen en rijst komen er bij hem niet in. Behalve havermout. De mens kan niet goed tegen zetmeel, meent Verburgh, omdat we pas de laatste 10.000 jaar, toen we gingen boeren, veel zetmeel gingen eten. Zetmeel uit granen. De jagers-verzamelaars waar wij onze genen en stofwisseling nog van hebben, aten volgens hem groenten, bessen, zaden, noten en wat vlees. Vreemd dat ze voedzame zetmeelknollen die ze tegenkwamen in de grond lieten zitten. Terwijl die toch aantrekkelijke calorieleveranciers zijn, vooral in jaargetijden waarin bos en savanne niet volhangen met bessen en noten.

Analyses van veranderde tanden en kiezen en genen voor zetmeel verterende enzymen laten inderdaad zien dat die wortels en knollen voor onze voorouders waarschijnlijk al meer dan een miljoen jaar geliefd voedsel waren, maar Verburgh verzwijgt dat. Zijn zetmeelkramp leidt tot krampachtig redeneren en slecht citeren. Zo noemt Verburgh de zestiende eeuwse Italiaanse edelman Luigi Cornaro de eerste auteur van een gezondvoedselboek (Discorsi della vita sobria). Cornaro werd al jong ziek van het overdadige en vette rijkeluiseten en schakelde over op gezond. Uiteindelijk werd hij 98, of misschien 85. In ieder geval oud. Verburgh schrijft: „Hij ging vooral minder en soberder eten, waarbij ook minder vlees hoorde.” Wat at hij?

„Vooral brood, eierdooier en soep.” Dat zijn niet de woorden van broodhater Verburgh. Daarvoor moeten we bij Nature Medicine zijn. Twee serieuzere voorbeelden van foutieve conclusies uit onderzoek van anderen staan in de kaders hierboven. Het zijn niet de enige.

Jammer genoeg zet Kris Verburgh de waarheid zo vaak naar zijn hand dat je gaat twijfelen aan vrijwel alles wat hij schrijft.