Ik was bang. Ik had geen plan

Loopwonder Sifan Hassan, sinds afgelopen zondag Europees kampioen veldlopen, werd ‘slechts’ derde op haar eerste WK, op de 1.500 meter.

Sifan Hassan na afloop van de 1500 meter in Beijing foto ANP KAREL DELVOYE

Kauwend op een sperzieboon in het topsportrestaurant op nationaal sportcentrum Papendal graaft Sifan Hassan in haar geheugen. „Dinsdag 25 augustus, 25 augustus, 25 augustus”, herhaalt de geboren Ethiopische. „Wat ik me van die dag herinner? Ehmm, zo even niets. Wat dan? Oh, de finale van de 1.500 meter op de WK in Beijing. Ja ja, nu weet ik het weer.” En ze is in één keer bij de les.

Natuurlijk herinnert de 22-jarige atlete zich die dag. Ze wist alleen de datum niet meer. Zo nauwkeurig houdt ze de zaken ook weer niet bij. Dinsdag 25 augustus dus, de dag dat Hassan brons won op haar eerste WK. Prachtprestatie te midden van de fine fleur van de middellange afstand. Maar die dag was de sinds november 2013 genaturaliseerde Nederlandse helemaal niet blij met brons. Integendeel, ze was boos, heel boos. Op zichzelf.

Verslaggevers van dienst wisten niet wat ze meemaakten. Een Nederlandse atlete die een medaille wint op de WK staat hen doorgaans jubelend en tintelend van opwinding te woord. Maar op die warme avond van 25 augustus meldde zich een Angry Bird in de mixed zone, de ruimte waar journalisten en atleten elkaar na een race treffen. De betraande ogen boven de Nederlandse vlag, die als een vaatdoek om haar schouders hing, schoten vuur. „Ik heb een grote fout gemaakt”, brabbelde Hassan in haar moeilijk verstaanbare Nederlands. „Ik ben dom geweest.”

Afgrijselijke spijt had ze ervan te hebben vastgehouden aan haar gewoonte om achteraan te blijven lopen, om pas in de laatste van de ruim drieënhalve ronden te versnellen en naar de zege te lopen. Zo liep ze altijd, om uit de drukte te blijven en om overzicht te houden. Zo won ze ook altijd. In Beijing week ze niet af van die beproefde strategie, hoewel coach Honoré Hoedt haar anders had geïnstrueerd. Die had gaandeweg het seizoen de krachten van Hassans grootste concurrente, de frêle Ethiopische Genzebe Dibaba, zien afnemen en zag het goud al blinken. Maar dan moest ze Dibaba niet de ruimte gunnen. Zijn advies: blijf in haar spoor.

Slaappil

Vanaf de tribune zag Hoedt hoe Dibaba zich achter Hassan schuilhield, maar met nog 800 meter te gaan via de buitenkant sneaky naar de kop van het veld sloop en een gat van zeker twintig meter sloeg. Hij verbeet zich op de tribune. Hij zag het fout gaan.

Sifan Hassan ook, maar toen was het te laat. „Ik had nooit verwacht dat Dibaba vanaf de laatste 800 meter zou versnellen”, zegt ze. „Ik had haar ook niet zien passeren. Toen ik ontdekte dat ze opeens ver voor me liep, leek het alsof er in mij een bom ontplofte. De schok was zo groot dat ik onmiddellijk volle bak naar voren rende. Fout, had ik niet moeten doen. Ik had tot de laatste 400 meter moeten wachten. Nu kwam ik op de laatste 100 meter energie te kort. Ik wist het: het is klaar.”

Kort voor de finish verspeelde Hassan ook nog zilver aan de jonge Keniaanse Faith Kiepyegon. Interesseerde haar op dat moment niet. Ze had goud verspeeld, elke andere medaille was surrogaat. Vier maanden later heeft ze een beetje spijt.

Ze wil er nu wel over praten, direct na de wedstrijd ontbrak haar de lust. Ze licht niet graag een nederlaag toe. Een tikje grimmig: „Ik voelde me boos, verward en vertwijfeld. Ik kan nu eenmaal niet tegen mijn verlies. Ik wil altijd winnen. Het liefst had ik het stadion rechtstreeks verlaten. Ik wilde maar één ding: weggaan, weggaan, weggaan.”

Ze wilde zich afzonderen, slapen, zich afsluiten van alles en iedereen. Maar hoe vat je de slaap als je wereld is ingestort? Niet dus. „De wedstrijd spookte maar door mijn hoofd. Waarom? Hoe kon het? Soms dacht ik dat ik droomde, dat het niet echt gebeurd was. Ik heb liggen woelen, met mijn telefoon gespeeld, maar slapen lukte niet. Ik heb geen oog dichtgedaan. En de dag erop moest ik de serie van de 800 meter lopen. Na die race was ik op, helemaal leeg. Ik moest overgeven. Pas ’s middags, dankzij een slaappil, heb ik een paar uur kunnen slapen.”

Blij met brons

De eerste die Hassan terugzette op aarde was uitgerekend Dibaba. De twee atletes spraken elkaar een dag later vlak voor hun huldiging, als Ethiopiërs onder elkaar. Waarom reageer je zo boos, vroeg Dibaba haar in de callroom, de ruimte waar ze op de huldiging zaten te wachten. „Ze zei tegen mij: ‘Je moet juist blij zijn met brons. En vooral jezelf de tijd gunnen. Ik heb jarenlang naast goud gegrepen. Twee jaar geleden, op het WK in Moskou, werd ik nog achtste’.” Of die woorden haar opfleurden? „Een beetje.”

Achteraf schrijft Hassan haar gemoedstoestand vooral toe aan de grootsheid van het WK. Zo veel topatleten verenigd in zo’n groot stadion met zo veel mensen, dat had haar overweldigd, erkent ze nu. Ze was ook aanzienlijk zenuwachtiger dan bij voorgaande wedstrijden. „En ik was bang”, onthult ze. „Ik wist niet echt wat ik moest doen. Ik zag allerlei gevaren. Ga ik vallen? Raak ik niet achterop? Vandaar dat ik tijdens de race in paniek raakte. Ik had geen plan. Ik was de weg kwijt. Nu ben ik blij dat het me in Beijing is overkomen. Dezelfde fout zal ik komende zomer niet maken op de Olympisch Spelen in Rio de Janeiro, dat weet ik zeker.”

Nee, ze heeft de bronzen medaille niet aan de muur van haar appartementje in Arnhem hangen. Medailles bergt ze op, om ze later zelden terug te kunnen vinden. Die bronzen plak van Beijing zal wel ergens in een kast liggen. Poëtisch: „Mijn overwinningen zijn opgeborgen in mijn hart.” Om er met een vette knipoog aan toe te voegen: „Als ik goud win in Rio hang ik die medaille misschien wel aan de muur.”