Ik laat me niet van mijn koers brengen

De auto van Marjolein van der Meer Mohr, de burgemeester van Rucphen, ging voor haar deur in vlammen op. Het was niet de enige autobrand dit jaar.

De auto van de burgemeester staat in brand voor haar huis

Twee weken lang staat hun BMW X5 schadevrij geparkeerd bij Schiphol. Burgemeester van Rucphen Marjolein van der Meer Mohr (VVD) en haar man treffen de grijsgelakte wagen op 31 juli puntgaaf aan na hun strandvakantie in Andalusië.

Pas als de BMW een dag later weer geparkeerd staat in Sint Willebrord, gemeente Rucphen, als de auto als het ware zijn symbolische waarde als burgemeestersmobiel heeft herwonnen, wordt hij doelwit.

In de zaterdagnacht van 1 op 2 augustus, loopt een jonge man door de Dorpsstraat. Kort haar, donkere pet. Hij ijsbeert, friemelt aan de klep van zijn pet. Dan staat hij stil naast de BMW. Hij ontsteekt een vlam, snelt dan naar de stoep aan de overkant. De auto staat in lichterlaaie.

De telefoon van de burgemeester gaat om kwart voor vier ’s nachts. Zij en haar man zijn niet thuis, ze zijn met hun andere auto vertrokken naar jarige vrienden in Zeeland.

Het is de locoburgemeester die belt. Marjolein, je auto is afgebrand.

Het bericht slaat in als een bom. Wát? Verwarring. Wat is er dan gebeurd? „Je denkt niet meteen aan een aanslag”, zegt Van der Meer Mohr drie maanden later in haar werkkamer. Maar dat vermoeden kwam wel snel opzetten. „Het moet wel brandstichting geweest zijn.”

Het is een trend, zegt ze. Ondermijning van het openbaar bestuur. Het afgebrande raadhuis van Waalre in 2012, de auto van burgemeester van Haarlem Bernt Schneiders in juni, haar auto in augustus. De onderwereld die zich bovengronds meldt. Of neem het asieldebat. Ontspoord. Een kogel per post voor VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra, die pleit voor sobere asielopvang. Dreigbrieven voor raadsleden en wethouders die vóór ruimhartige opvang zijn. Twee afgebrande auto’s van een raadslid in Wormerland.

Drugspanden

Rucphen, 22.000 inwoners, kampt vooral met drugscriminaliteit. De gemeente treedt streng op. Sinds begin vorig jaar zijn op last van de burgemeester 22 drugspanden gesloten. Wietplantages, drugslabs. Een paar jaar geleden vond de politie in een loods achter een Rucphens woonhuis 130 kilo cocaïne. Straatwaarde 10 miljoen euro. Rucphen is, aldus Van der Meer Mohr, een „doorvoerplek” tussen de havens van Antwerpen en Rotterdam. Begin juli brandde de auto uit van een Rucphense handhavingsambtenaar. Nog geen vier weken later was de BMW van de burgemeester aan de beurt. Bewezen is niets, maar een verband ligt ook volgens de recherche voor de hand.

Stel dat inderdaad drugscriminelen achter de brand van de burgemeestersauto zitten. Dat zij met de brand het anti-drugsbeleid van Rucphen pogen te ondermijnen. Dan is – in deze tijden van dreigkogels en autobranden – deze vraag op zijn plaats: hoe succesvol is zo’n ondermijningspoging eigenlijk? Anders gezegd: wat levert het op?

De oogst in Rucphen, maanden na de brand: een reeks beveiligingsmaatregelen in en rond het huis van de burgemeester. Zo parkeert ze haar auto voortaan niet meer vóór haar huis maar ernaast, zodat een nieuw geïnstalleerde beveiligingscamera er zicht op heeft. Een andere camera tuurt nu recht haar woonkamer in.

Het anti-drugsbeleid van de gemeente dan. Dat gaat op dezelfde voet verder. „Ik laat me niet van mijn koers brengen”, zegt de burgemeester. De brand is reden om nog voortvarender verdachte personen en locaties ‘in beeld te krijgen’. Met veiligheidsambtenaren is nagelopen of de beveiliging van het Rucphense raadhuis in orde is. Met ambtenaren is nu de afspraak: meld het als je je bedreigd voelt. Iemand zegt je op te zoeken als-ie geen bouwvergunning krijgt? Melden. Van der Meer Mohr:

„Vroeger was het van: ah, het is Pietje maar, die schreeuwt altijd. Nu registreren we alles.”

Het onderzoek naar de dader of daders boekt voorzichtig resultaat. Er is een „shortlist” van verdachten, zegt de burgemeester. Een van hen, een 25-jarige man uit Sint Willebrord, heeft de politie dankzij het onderzoek naar de autobrand kunnen oppakken voor een andere misdaad: een ramkraak in oktober van een juwelierszaak in Halsteren, in de buurt van Bergen op Zoom.

De stichter van de autobrand heeft zichzelf in oktober kunnen terugzien in tv-programma Opsporing Verzocht. Camera’s van omwonenden bleken hem te hebben gefilmd. Zijn gezicht is onherkenbaar. Maar zijn kleding is te zien, zijn loopje, het plukken aan zijn pet.

Cameralens

De materiële schade van de brand is voor de burgemeester het minst erg, al krijgt ze niet meer terug dan de dagwaarde van de BMW. Haar woning is nu veiliger, maar daardoor minder privé. Het was een paar dagen wennen, de cameralens gericht op haar woonkamer. Ze ziet dat ding zo hangen, vanaf de bank. „Maar”, zegt ze lachend, „ik deed toch al geen rare dingen in mijn woonkamer.”

Dat is verstandig, want de beelden worden live uitgelezen. Dat ondervond haar voormalige buurman. Hij en zijn vrouw zijn verhuisd na de brand want ze zijn slecht ter been: de vuurzee onder hun woning was te beangstigend geweest. De buurman, zonder sleutel inmiddels, kwam terug om de post uit zijn brievenbus te vissen. Dat duurde even. De camera legde het vast, de politie vond het verdacht, een wijkagent ging eropaf.

Van der Meer Mohr is minder onbevangen geworden. Ze dacht altijd: als iemand over de streep gaat, dan wéét hij dat hij een keer op zijn vingers getikt wordt. „Blijkbaar was dat naïef”, zegt ze nu. „De realiteit is grilliger. Zo’n brand behoort kennelijk tot de mogelijkheden.”

Eerst was ze vooral boos. Wie denken ze wel dat ze zijn. Daarna, ze kan het niet ontkennen, zijn er ook momenten van angst geweest. Angstige gedachten. Wat als ze zich hadden gericht niet op mijn auto maar op mij. Wat als ik thuis was geweest, en ze een brandbommetje naar binnen hadden gegooid.

Ze kan zich voorstellen dat er burgemeesters zijn die ermee stoppen, na zo’n gebeurtenis. Ze kent ze niet, zulke collega’s. Ook burgemeester Schneiders van Haarlem kent ze niet. Ook aan zijn beleid is, na het uitbranden van zijn Volvo station aan het begin van de zomer, niets veranderd, zegt hij desgevraagd. „Ik laat me hier niet door beïnvloeden.”

De brand in Rucphen is bedoeld als waarschuwing, denkt Van der Meer Mohr. „Zo van: goh, burgemeester, je gaat wel ver. Verdwijn maar van ons terrein. Ga maar lintjes doorknippen, daar ben je goed in. Zestigjarige huwelijken.”

Maar ze heeft het naar haar zin, hier in Rucphen. De brand is tegen haar ambt gericht, niet tegen haarzelf. Ze ambieert een tweede termijn als burgemeester.

Inmiddels is er een nieuwe auto. Een Mercedes. Die Duitse degelijkheid blijft trekken.