Ik blijf hier. Ik neem het risico

William Moorlag was begin dit jaar nog PvdA-politicus. Nu is hij vooral Groninger in een bevend gebied.

Bij Defensie hebben ze een naam voor mannen zoals hij. Ik ben een nukubu, zegt William Moorlag: „een nutteloze kutburger”, en zijn lach schalt over het land. Baan kwijt op het provinciehuis in Groningen. Weggestuurd als PvdA-leider door teleurgestelde Groningse kiezers. De tanden stukgebeten op het aardbevingsdossier.

We fietsen op de eerste dag van de zomer dwars door het noorden van Groningen. Een reepje land en de rest is lucht. Betoverende verten en akkers in vijftig tinten groen. Dorpen opgetrokken uit rode baksteen. Middeleeuwse kerken op wierden achter wuivend graan. Groningers die, ‘moi’, de hand opsteken. Hier krijg je meer dan je ziet. Dit is je reinste liefhebberslandschap.

De klap kwam hard aan, vertelt Moorlag. „Alsof ik met honderd kilometer tegen een muur reed.” Hij werkte zestien uur per dag, droomde van het werk – en op 29 april was die „verrukkelijke hondenbaan”, boem, voorbij. „Dan komt er een hoop onrust in de kop.” Wat doet een voormalig werkloze randgroepjongere dan? „Lezen, maar om tien uur heb ik alle kranten plus de Allerhande uit.” En lopen en fietsen, vandaag langs elf historische begraafplaatsen, pareltjes die hij met de ogen dicht weet te vinden.

Dit is het verhaal van William Moorlag (1960), Grunneger in hart en nieren. Een verhaal over een inhalige overheid, gefnuikte bewonersbelangen en verschil willen maken. Als onderhandelaar peuterde de PvdA-gedeputeerde bij minister Kamp (Economische Zaken, VVD) 1,2 miljard euro los voor aardbevingscompensatie. Maar de kiezers stuurden zijn partij naar huis. Van de 12 zetels bleef na de Statenverkiezingen in maart de helft over. Voor het eerst sinds mensenheugenis zitten de sociaal-democraten niet in het Groninger provinciebestuur. Wat ging er mis? En hoe moet het verder op het door gaswinning gehavende Hogeland?

We spraken elkaar afgelopen jaar viermaal. Twee keer op het provinciehuis. In de zomer op de fiets en bij hem thuis in Winsum, in een beschadigd winkelpand uit 1720 dat in de negentiende eeuw dienst deed als synagoge. En eind oktober in Assen. Op 1 augustus werd William Moorlag directeur van ‘werk-leerbedrijf’ Alescon, een sociale werkplaats in Drenthe. Moorlag moet zorgen dat de „arbeidsgehandicapte doelgroep aan de slag komt bij een gewoon bedrijf. En niet met een krat bier achter de geraniums belandt. Een kwestie van beschaving.”

De oud-gedeputeerde is vergroeid met het Hogeland, de streek ten noorden van de stad Groningen. Hij werd er geboren en ging er nooit meer weg. Kijk, in dit verpleeghuis van Winsum leerde hij als ziekenverzorger bedden soppen en demente bejaarden wassen voordat hij actieleider werd bij de FNV. Bij herenboerderij De Grote Haver in Onderdendam speelde hij als roodharig jochie met Koos en Wim tussen koeien en suikerbieten. Het rijksmonument uit 1891 wacht nu in stalen stutten, zonder gietijzeren balkon en met gebolde gevels op een volgende klap – de bewoners zijn voor negen ton uitgekocht.

Versterkingswals

God verhoede, zegt Moorlag, dat de gaswinner hier de versterkingswals doorheen jaagt. „Het mag niet gebeuren dat Groningen verbunkert en bulldozers gezichtsbepalende gebouwen van de kaart vegen. Dat vreet de ziel aan van het Hogeland.” Maar wat dan? Sommige gebouwen staan op instorten. „Dat is een duivels dilemma. Als je het casco rigoureus versterkt, verniel je het monument. Doe je niks, dan verliest het zijn functie.” Dus? Moorlag: „Zet de boerderij in een stevig korset – zolang het aardbevingsrisico aanhoudt. En creëer hier werkplekken voor start-ups. Wat is 30 jaar op het leven van een monument?”

William Moorlag groeide op in een probleemgezin. „Het ging er thuis pittig aan toe. Pa was zeeman, hij dronk en had losse handjes.” Het loon verbraste hij in het café en vlak na de oliecrisis, William was net 16, moest het huis in Onderdendam op de veiling worden verkocht. De Moorlags verhuisden naar een flat in Delfzijl. Daar maakte William de Mavo af, scheidden zijn ouders, en woont zijn moeder Laetitia nog steeds.

Met moeite hield de trotse Ierse, katholieke vrouw het gezin van drie broers en twee zussen draaiende. Het was moeilijk toen William mislukte als misdienaar en als werkloze jongere dreigde af te glijden naar criminaliteit. „Via het werk heb ik mijn plek gevonden in de maatschappij.” Het was nog moeilijker toen zijn vierjarige broertje kwijt raakte, William was net zes: „Moeder riep: ga zoeken. Maar ik kon hem niet vinden. Niet bij boerderij de Haver, niet bij de bakker, de slager, er waren veel winkels. Die wanhoop, ik voel het nog. Touwen werden over het water gespannen. Mannen in bootjes zochten het kanaal af. Vijf uur later werd hij opgedregd. Anthony was verdronken.”

Troostvoedsel

We fietsen verder. Ook Bedum beeft. Van een vervallen boerderij zijn de muren omver getrokken. Houten stutten omheinen het buurhuis. William Moorlag grist een tasje onder de snelbinders vandaan. Een banaan, een appel, crackers, twee flesjes water. Weg met het troostvoedsel, hij is net 43 kilo afgevallen met „een dhmv-dieet”. Pardon? „Dat staat voor de helft minder vreten.”

We lopen naar de katholieke basisschool, een deel moet worden gesloopt. De school van meester Assen, hij liet kinderen soms een jaar overdoen als het leerlingental té ver terugliep. Trots als een pauw was de hoofdonderwijzer op de gasbel van Groningen. „Een groot geschenk”, noemde hij het. En hij zou nooit hebben geloofd, zegt William Moorlag, dat het Gronings goud vijftig jaar later Gronings gif zou blijken. „Als ik had verteld dat ik later gedeputeerde zou worden van de eerdbevens zoals ze hier zeggen, had-ie me geheid een klap verkocht.”

Wie had het kunnen voorzien? Het aardgas bracht voorspoed, vooruitgang en veiligheid. Overal in Nederland werden trottoirtegels gelicht en groeven grondwerkers, blauwe overall en shaggie in de mondhoek, kilometerslange sleuven voor gasleidingen. De giftige kolenkachel kon de deur uit. Nederlanders kregen er een gaskachel, geiser en douche voor terug en William hoefde niet langer in de zinken tobbe. De kinderen uit Onderdendam haalden voortaan hun zwemdiploma in het gasverwarmde, nieuwe openluchtzwembad van Bedum.

Maar op het Hogeland werd het grote geschenk een sluipend gevaar. Aardbevingen! De eerste in 1986. Een incident, reageerde de Nederlandse Aardolie Maatschappij: „geen enkele relatie met de gaswinning”. Er kwamen er meer en schoorvoetend gaf het mijnbouwbedrijf, eigendom van Shell en ExxonMobil, de relatie met gaswinning toe: „Maar de bevingen veroorzaken geen schade.” Tot augustus 2012, bij Huizinge, de zwaarste klap tot nu toe. Kerkklokken begonnen spontaan te luiden, in een supermarkt trilden levensmiddelen uit de schappen. Bij Moorlag thuis, 12 kilometer verderop, kraakten de kozijnen en scheurden de gevels.

Het Staatstoezicht op de Mijnen waarschuwde voor meer en zwaardere gasbevingen. De minister liet de NAM, in afwachting van onderzoek, nog snel een record aan aardgas winnen. Tijdens marathononderhandelingen in Wassenaar praatte de Groningse gedeputeerde 1,2 miljard euro los voor schadeherstel, steviger gebouwen en economisch perspectief. Pas een jaar later werd de gaskraan een stukje dichtgedraaid voor meer veiligheid. En terwijl de bevingen blijven doorgaan en de zware klap nog elk moment kan komen, moest de Raad van State eraan te pas komen om de gaswinning verder terug te dringen.

Was dat niet de verkeerde volgorde: eerst een zak geld, daarna veiligheid?

„Minister Kamp zat op de lijn: de Nederlandse Aardolie Maatschappij veroorzaakt de ellende, dus zij lossen het op. Samen met de NAM stapelde hij onderzoek op onderzoek. Ze bouwden een muur aan rapporten, daaruit kwam een foto die nog steeds niet scherp is. Het is een vergeefse jacht op de heilige graal. Verder dan schijnzekerheid kom je niet, hoeveel gerenommeerde wetenschappers je ook van stal haalt. Intussen moesten wij als Groningers zwemmen in een bak met yoghurt. Het was zwoegen, trekken, sjorren, en duwen.” Met gevoel voor understatement: „Henk Kamp is een krachtig bestuurder maar hij zou nog krachtiger zijn als hij spontaan zou bewegen en niet telkens met de blote knieën over de kokosmat getrokken moet worden.”

Maar jullie vergaten de Groningers. Stelselmatig is hun veiligheid genegeerd, schreef de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

„Wat er uit het Haagse moeras kwam, was too little too late. Er wordt nu minder gas gewonnen en de nationaal coördinator heeft een versterkingsplan geschreven. Maar gedupeerde Groningers blijven overgeleverd aan de NAM. De Nederlandse Aardolie Maatschappij beschikt. Daar wordt iedereen gillend gek van. Neem de familie Munnike uit Krewerd. De schadeafhandeling verliep zo traag dat de vurenhouten stutten bezweken aan houtrot. Vind je het gek dat deze mensen radicaliseren? Dit wakkert de ondergrondse veenbrand verder aan. Het kan goddomme niet zo zijn dat, terwijl ons aardgas heel Nederland vijftig jaar heeft verwarmd en de schatkist vulde, Den Haag nu Groningen in de kou laat staan. Dat is een grof onrecht. Groningers zouden in hun huizen even veilig moeten zijn als de rest van Nederland.”

Maar dat zijn ze niet.

„Nee. En dat zullen ze de komende tien, twintig jaar ook niet zijn. Met elk versterkingsprogramma verstrijken er jaren eer Groningers hier weer veilig wonen. Die eerlijke boodschap moet worden verteld. Ik ben bereid dat risico te aanvaarden, mijn kinderen zijn het huis uit. Maar als mensen de regio willen verlaten, gun ze een fatsoenlijke uitkoopregeling. Burgemeesters keren zich ertegen, uit angst voor leegloop. Maar je mag Groningers niet opgesloten houden in onveilige huizen.”

Zijn passie voor politiek deed Moorlag op tijdens zijn werk. Eerst in het verpleeghuis waar hij protesteerde tegen uitputtende roosters, later bij de FNV. Hij volgde tweedekansonderwijs en werd een strijdbaar kaderlid, wat hem de geuzennaam ‘vakbondsayatollah’ opleverde. Vooral één ontslagzaak maakte indruk op hem. Een postbode die 24 jaar puik werk afleverde. Zijn dochter had een folderwijk en werd gebeten door een hond. Pa nam de wijk over en kreeg ontslag. Wegens werken voor een concurrent. „Tegen dat soort onrecht kwam ik in actie en trok ik mijn bek open.” En Moorlag besloot: ik ga de politiek in. „Op dat speelveld kun je scoren.”

Andere bestuurders stoorden zich soms aan de voortvarende gedeputeerde. „We zien alleen maar je achterlichten”, riepen ze bij het regionaal gasoverleg, waar ook het ministerie van EZ en gaswinner NAM aanschoven. Knarsetandend zagen burgemeesters hoe hij Groningers „angst aanjoeg” met „opruiend onderzoek” over versterking van maar liefst 152.000 woningen. Aan de andere kant: het was wel William Moorlag die op bezoek ging bij Dick Benschop, directeur van Shell Nederland, aandeelhouder van NAM. Daar hekelde hij de hegemonie van de Nederlandse Aardolie Maatschappij – „een dodelijke combinatie van juristen en techneuten die het vertrouwen van de Groningers nooit zullen terugwinnen.”

Moorlag reageert venijnig op de „bangelijke bestuurders en hun mooipraterij”. Dit is, zegt hij, de volgende fase in de menselijke evolutie: „rechtop lopen zonder ruggengraat .” Politicus Moorlag strooide graag en veel met oneliners. Bij een slap onderbouwd voorstel: ‘Een vergeefse poging een pudding aan de wand te spijkeren’. Nadat een plan werd afgestemd: ‘We kunnen de mensen niet tegen hun zin gelukkig maken.’ En toen hij met zijn partij bij de verkiezingen moest plaatsmaken voor de SP: ‘Het ambt is een geleende fiets, je moet hem op enig moment weer inleveren.’

En de Groningers, hoe moeten zij nu verder als de zware klap komt?

Moorlag begint over de geschiedenis. Water. Storm. Overstromingen. Dijkdoorbraken. En lees het ooggetuigenverslag van Plinius de Oudere, hij zat aan boord van de Romeinse vloot. Aan de oevers van de Eems zag hij de zilte vloed over de zeeklei spoelen. Op heuvels van mest en plaggen woonden de Chauken, zo noemden de Romeinen Groningers.

Waren dit vissen die op land leefden? Nee. Plinius vergat achter de dijken te kijken die de Groningers zelf hadden opgeworpen. Op de vruchtbare kwelders lieten zij schapen grazen en verbouwden ze gerst. Hun nazaten exporteerden kaas, zout en wol en handelden in pelzen en barnsteen. Niet voor niets was het Groninger Ommeland in de elfde eeuw een van Europa’s meer welvarende streken.

Ik blijf hier, zegt Moorlag. „Voor altijd. Je voelt de kracht van het land. De aardbevingen zullen de Groningers er niet onder krijgen. Zoals overstromingen en stormen nooit vat hebben gekregen op de Groningers. Wij zijn koelbloedig en eigenzinnig en ogenschijnlijk onverstoorbaar. Daardoor wordt het hier sluimerende gevoel van woede en onrecht ernstig onderschat. Laatst ontdekte de monumentenwacht bij ons nieuwe schade. Maar we laten de scheuren niet meer dichtsmeren.”