Historicus Van Vree schuwt moreel oordelen niet

Aanstaand directeur Niod

Hij heeft ervaring met bezuinigen en verrichtte al eerder oorlogsstudies.

Foto Niod

Frank van Vree, aanstaand directeur van het Niod, het instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies, heeft ook in praktische zin hart voor geschiedenis. Tien jaar lang beklom hij elke dag twee ladders van de Middeleeuwse Victoriuskerk in zijn Friese dorp Pingjum om de klok op te winden. Op feestdagen hees hij na acht trappen en ladders de vijf meter lange vlaggenstok met vlag uit de toren, een karwei dat – zo schreef hij – „geen enkele ARBO-controle zou doorstaan en onmiddellijk het etiket ‘levensgevaarlijk’ zou krijgen opgeplakt”.

Het Niod is aan samenvoeging met vijf andere onderzoeksinstituten ontsnapt, maar zal waarschijnlijk in de toekomst niet aan ingrepen ontkomen. Daar heeft historicus Van Vree (1954) ervaring mee. Hij gaf de afgelopen jaren als decaan leiding aan de faculteit der geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA), waar het de afgelopen jaren onrustig is wegens bezuinigingen.

Van Vree kreeg de taak per 2018 bij de faculteit 8,4 miljoen euro te bezuinigen, meer dan 10 procent van de begroting. Als zijn benoeming tot directeur per 1 september 2016 ingaat – drie maanden voor zijn bestuurstermijn zou aflopen – wordt de eerste etappe van het bezuinigingsplan afgelegd: verliesgevende kleine talenstudies worden samengevoegd tot bredere gebiedsstudies.

Zijn aanvankelijke bezuinigingsplan, ‘Profiel 2016’, sneuvelde begin dit jaar na de bezettingen van het Bungehuis en het Maagdenhuis. Dat was tot tevredenheid van protesterende studenten en stafleden. Van Vree luistert nu meer naar de medezeggenschap, zegt Yvo Greijdanus, student filosofie en lid van de facultaire raad en van de Centrale Studentenraad, al weet hij handig lastige vragen te omzeilen.

„Frank kan enorme verhalen vertellen en steeds verder van je originele vraag afwijken”, zegt Greijdanus. „Als je vraagt naar het minder goede lesgeven bij Engelstalige opleidingen, begint hij te oreren dat studies moeten worden geprofileerd, dat minder mensen geesteswetenschappen gaan studeren, en hoe je een opleiding in de markt moet zetten – niet over de Engelse taal bij studies. Dan ben je al weer tien minuten verder.”

Als historicus heeft Van Vree ervaring met de onderwerpen van het Niod. In Leiden promoveerde hij op een onderzoek naar de publieke opinie in de periode 1930 tot 1939. In 1995 schreef hij In de schaduw van Auschwitz, herinneringen, beelden, geschiedenis. Sinds 2008 geeft hij leiding aan het onderzoeksprogramma Dynamiek van de herinnering, over Nederland en de Tweede Wereldoorlog.

De studies van het Niod roepen discussie op, omdat ze over gevoelige onderwerpen gaan. De opvatting van voormalig Niod-directeur Hans Blom dat hij als historicus niet moreel en politiek kon oordelen in het rapport over Dutchbat en de genocide in Srebrenica, kreeg scherpe kritiek in een stuk dat Van Vree met collega-historicus Michiel Baud in het Tijdschrift voor Geschiedenis schreef.

David Barnouw, voorheen als onderzoeker werkzaam bij het Niod, is enthousiast over de benoeming van Van Vree. „Hij reflecteerde hoe verschillende auteurs na 1945 over de oorlog hebben geschreven.”

Historicus en publicist Gerard Aalders had liever een jonger iemand gezien. Hij vindt het Niod een ingeslapen instituut. „Het is weinig spraakmakend”, zegt Aalders. „Iemand die minder nauwe banden heeft met het instituut en die er de bezem doorheen wil halen, was beter geweest.”