Het wordt nooit meer zoals het was

Fréderike Geerdink Ze werd Turkije uitgezet nadat ze er zeven jaar gewoond had. Toch probeert ze de Koerdische strijd te blijven verslaan.

Erbil maakt Fréderike Geerdink emotioneel. Midden tussen de Koerden valt het haar moeilijker zich te gedragen alsof ze níet iets is kwijt geraakt omdat ze Turkije niet meer in mag.

We ontmoeten elkaar in de hoofdstad van de autonome Koerdische regio in Irak. Geerdink is hierheen gekomen om de draad op te pakken en journalistieke verhalen te maken over Koerden nadat ze Turkije is uitgezet, het land waar ze ruim zeven jaar woonde en werkte.

„Je kunt niet nergens zijn”, zegt Geerdink halverwege de maaltijd in een Libanees restaurant. „Ik wou dat het kon, gewoon een tijdje nergens naartoe.” Sinds haar uitzetting in september noemt ze zichzelf ‘correspondent Koerdistan in ballingschap’. Het is een onvast bestaan: freelance correspondent van een etnische groep zonder land. Ongeveer dertig miljoen Koerden wonen verspreid over het Midden-Oosten, van wie de meesten in Turkije.

Geerdinks meubels staan nog in Diyarbakir, de grootste Turkse stad met een Koerdische meerderheid. Het is vanuit Erbil maar één landsgrens over. Maar wel net die ene die niet meer mag.

Aan het begin van 2015 lijkt de behandeling van Geerdink als een terrorismeverdachte in Turkije nog theater.

De jaarwisseling is amper achter de rug of een anti-terreurteam, acht man sterk, komt haar uit haar appartement in Diyarbakir halen omdat ze ervan wordt verdacht propaganda te maken voor de Koerdische Arbeiderspartij PKK. De PKK geldt in Turkije, Europa en de VS als terreurorganisatie. Geerdink spreekt van een ‘gewapende politieke organisatie’.

Haar eerste reflex is een journalistieke: interessant. Een kans om van binnenuit te zien hoe zoiets gaat. Veel van haar verhalen gaan immers over Koerden die dit ook is overkomen. Ze schrijft er nog snel over op Twitter voor haar telefoon uit moet. Geerdink twittert over alles waar ze zich mee bezighoudt. Verontwaardiging over politiegeweld tegen burgers. Denkbeeldig zweet als een radiomontage niet wil vlotten. Een foto van pas gelakte roze nagels. *plop* als ze een artikel heeft verkocht.

Zo zorgt ze er op 7 januari zelf voor dat collega’s van haar detentie weten en die onmiddellijk in het nieuws komt. Ze komt na een paar uur en een verhoor weer vrij, maar wordt wel vervolgd.

Geerdink verblijft sinds 2012 als enige buitenlandse journalist in Diyarbakir, na eerst zes jaar in Istanbul te hebben gewoond. Ze heeft de afgelopen jaren haar hoofdonderwerp gemaakt van wat eufemistisch ‘de Koerdische Kwestie’ heet, het recht op zelfbeschikking en gelijkberechtiging van de grote minderheid. Het is de grootste en ook meest gevoelige kwestie in het land. Turken worden opgevoed met angst voor Koerdisch separatisme.

„Iedereen, inclusief ikzelf, behandelde de Koerdische strijd als een terrorismeprobleem. Ik schreef een stukje voor persbureau ANP als er een aanslag was gepleegd. Dat veranderde toen ik onderzoek ging doen voor mijn boek over een bombardement waarbij 34 Koerden werden gedood. Dan ontdek je een andere waarheid, voorbij de journalistieke waan van de dag. Veel dieper. De waarheid ligt in het midden? Nee, dat is zelden zo. Koerden hebben recht op zelfbeschikking volgens het internationaal recht. Als je het daarover hebt, maak je opeens propaganda voor terrorisme. Néé, voor mensenrechten.”

De verhuizing naar Diyarbakir is een keuze tegen de stroom in, ingegeven door verontwaardiging over mensenrechtenschendingen en de wens om als freelancer wat meer afstand te nemen van het kortademige nieuws. Het is op dat moment niet gemakkelijk verhalen over Koerden te slijten aan Westerse media. Voor het boek dat ze wil schrijven haalt ze geld op via crowd funding.

Schoenen met hakken

Op 8 april moet ze voor de rechtbank in Diyarbakir verschijnen.

Het is een zonnige voorjaarsdag. Haar ouders zijn overgekomen uit Hengelo om morele steun te geven en steken net als Geerdink boven iedereen uit. Geerdink komt onaangedaan over. Ze heeft zichzelf nieuwe, open schoenen met hakken gegund en een net jasje aangedaan boven haar spijkerbroek. „De zaak tegen mij bewijst eens te meer dat persvrijheid in Turkije niet bestaat”, zegt ze zelfverzekerd in de camera’s van collega’s, die niet mee de rechtbank in mogen.

In de hal van het gebouw ligt een tafel met boeken die te koop zijn. „Daar zal jouw boek wel niet bij liggen hè”, grapt haar vader. Geerdink hoort hem niet, ze is al richting rechtszaal. Het is een enorme ruimte. Gebouwd op groepsprocessen waarbij tientallen verdachten en tientallen advocaten tegelijk aanwezig zijn.

De publieke tribune is helemaal achterin. Gewapende politiemannen zitten met hun gezicht naar de journalisten, ambassademedewerkers en waarnemers van mensenrechtenorganisaties die op het proces af zijn gekomen. Geerdink doet zelf het woord in het Turks. Na twintig minuten steekt ze over haar schouder haar duim op. Het ziet er goed uit. Deze aanklager blijkt de aanklacht onzin te vinden en er niet aan te twijfelen dat Geerdinks werk journalistiek is en geen activisme voor een verboden organisatie. Vanwege de politieaanwezigheid duurt het even voor iemand vanaf de publieke tribune durft te twitteren. Na afloop is de stemming opgelucht, hoewel er nog geen officiële uitspraak is. Een groot deel van het gezelschap verhuist voor een laat ontbijt naar de binnenplaats van de Armeense Sint Giragos-kathedraal. Het is een van de locaties die laat zien dat er ook reden is om optimistisch te zijn in Turkije. De recent gerenoveerde kerk is een toeristentrekker geworden. Diyarbakir was een paar jaar eerder nog een onveilige stad, waar voortdurend F16’s overvlogen om PKK-doelen te bombarderen. Nu leeft de oude binnenstad. Geerdink voelt zich er thuis. Het is er groener en gemoedelijker dan in Istanbul.

Een week later wordt de vrijspraak bevestigd. Maar een dag na het definitieve vonnis gaat de hoofdaanklager in hoger beroep. „Iets zei me al dat het nog niet voorbij was,” zegt Geerdink. Ze klinkt wat down ondanks de nuchtere vaststelling van haar advocaat dat in Turkije niét in hoger beroep gaan de uitzondering is.

Vrijwel tegelijk komt gelukkig het bericht dat de vernieuwing van haar verblijfsvergunning is goedgekeurd. Het duurde dit jaar zo mogelijk nog langer dan het vorige. Een teken dat op het ministerie in Ankara een kruisje achter haar naam staat. „Dit is veel belangrijker dan die hele zaak. Hierover heb ik veel meer in de rats gezeten.”

Kortstondige euforie

Geerdink heeft geen tijd om stil te staan bij het hoger beroep. De oorlog in Syrië en Irak tegen Islamitische Staat en de verkiezingen in Turkije op 7 juni zorgen voor nieuwe spanningen en talloze verhalen met Koerden in de hoofdrol. Ze schrijft over Syrische Koerden die terugkeren naar de verwoeste stad Kobani. Over de feeststemming in Diyarbakir na de winst van de HDP, de politieke partij die net als de PKK is voortgekomen uit de linkse Koerdische beweging. En over hoe kortstondig de euforie is. Na de verkiezingen lopen de politieke spanningen verder op. Het lukt niet de oorlog in Syrië buiten Turkije te houden. Op 20 juli komen bij een bomaanslag in Suruc aan de grens met Syrië 33 jonge activisten om die Koerden in de Syrische plaats Kobani steunden. Het lijkt werk van IS.

Drie dagen later sluit Turkije zich aan bij de internationale coalitie tegen IS, maar niet zonder de internationale partners duidelijk te maken dat ‘alle terroristen’ doelwit zullen zijn. Al snel is duidelijk wat daarmee wordt bedoeld. De Turkse regering en het leger zitten in hun maag met de Koerdische kantons pal aan de grens in Syrië, die worden bestuurd door een zusterorganisatie van de PKK. Turkije bombardeert PKK-doelen in Irak. In Turkije zelf is na een wapenstilstand van ruim twee jaar de strijd ook opgelaaid.

„Zo ben je de vrede aan het verslaan en zo een oorlog”, zegt Geerdink peinzend, eind augustus in Istanbul.

„Het is heftig dat het zo uit de hand loopt. Mijn leven en vrienden zijn daar. Het staakt het vuren leek eerder wel bestendig. Nu gaan zoveel mensen dood.

„Over het geweld moeten ook goede verhalen naar buiten komen. Daar wil ik natuurlijk verslag van doen, maar ik wil niet verzeild raken in het oorlogsnieuws.”

De stemming in Turkije verhardt. Dat merkt Geerdink ook aan reacties op Twitter. Eind juli schrijft ze ‘the PKK kills soldiers. The army kills guerrilla’s and civilians’. „Ik schrijf wel vaker dat soort tweetjes. Voor ik het wist had regeringskrant Takvim daar een nieuwsflits van gemaakt: ‘nieuwe provocatie van journalist Geerdink’. Foto erbij. De grote website Son Haber nam het over. Ik merkte het doordat ik opeens ontzettend veel troep op mijn twitter kreeg. Normaal block ik mensen gewoon. Nou, hier viel niet tegenop te blocken.”

Een man naast haar op het terras waar ze die dag aan een lang verhaal over persvrijheid werkt heeft een tatoeage van een agressieve nationalistische groep, net als sommige mensen die haar op dat moment online aanvallen. Het voelt hoogst ongemakkelijk. „Wat als het kwartje valt en iemand denkt: hé, dat is die journalist. Je bent vrouw, dus ik denk niet dat ze je gelijk in elkaar slaan. Maar ja, je weet het niet. Ze zeggen wel: je bent een terrorist. Een hoer, een terrorist en een spion. Dat is een combinatie waarmee je een vrouw wel te lijf kunt gaan.”

Menselijk schild

Een paar dagen later is ze in de provincie Hakkari, aan de grens met Iran. Het is een van de regio’s waar de confrontaties tussen PKK en het leger het hevigst zijn. Groepen burgers begeven zich in de gebieden waar wordt gevochten om zo een menselijk schild tussen de strijdende partijen te vormen. Geerdink wil een verhaal over hen maken en gaat mee als ze in konvooi met busjes het bergachtige gebied in rijden en stoppen in een vallei waar beschietingen te horen zijn. Op Twitter is ze twee dagen stil. Geen bereik.

Op de terugweg rijden ze bij de stad Yüksekova in een legerfuik. De hele groep belandt in de cel.

Een dag later worden in dezelfde regio bij een PKK-aanval vijftien soldaten gedood. Het begint op een echte oorlog te lijken. Turkije is in de rouw als Geerdink wordt verhoord. Haar gebruik van het woord ‘Koerdistan’ wekt wrevel op bij de militairen. „‘Je moet geen Koerdistan zeggen. We zijn in Turkije. Vergeet dat niet.’ Ik zeg dan dat het geen land is maar wel een geografische realiteit. Daar staan ze totaal niet voor open.”

Zodra ze is vrijgelaten begint de procedure om haar verblijfsvergunning in te trekken. Een paar uur later is ze al een vliegtuig naar Nederland in geëscorteerd. Ze heeft nog steeds de kleding aan van een week eerder. Een hemdje boven een spijkerbroek en een jas van een man uit de levend-schild-groep. Haar telefoon is afgenomen voor onderzoek.

Met persvrijheid heeft de behandeling van Geerdink volgens de Turkse autoriteiten intussen niets te maken. Wel met veiligheid. De groep waar ze bij was, wordt beschouwd als terroristenhulpjes, die maakten dat de PKK zich daar vrijer kon bewegen. En Geerdink was in verboden gebied. „Dat wist ik niet”, zegt ze. Maar ook: „Ik weet niet of ik een andere keuze zou hebben gemaakt als ik het wel wist. Daar zijn misschien juist de verhalen die je als journalist moet maken.”

In Nederland is ze een tijdlang vooral zelf onderwerp. Ze geeft interviews, zit in talkshows. Haar tweets zijn treurig. ‘Ik wil wegrennen.’ Zelden staat er nog *plop*. Vaker *weeps*.

We spreken elkaar via Skype. Het is elf dagen nadat ze het land is uitgezet en ze is alweer bezig met het verkopen van ideeën aan opdrachtgevers. Ze klinkt alsof ze nog in Turkije is. Via Twitter volgt ze op de voet wat er gebeurt.

De grensstad Cizre is net tien dagen afgesloten geweest van de buitenwereld terwijl het leger probeerde PKK-jongeren uit te roken die zich met zware wapens in de wijken hadden verschanst en daar een vorm van autonomie uitriepen.

Correspondent zonder thuis

We spreken elkaar weer in Erbil, Irak, op een regenachtige maandagavond in november. Ze is onder meer in het Koerdische deel van Irak om een interview te houden met een van de PKK-leiders in de bergen. Sinds ze Turkije is uitgezet is ze niet stilgevallen. Ze voelt zich wel onthand. „Ik kan natuurlijk goed bijhouden wat er allemaal gebeurt. Maar ik weet niet meer hoe het voelt. Dat is juist belangrijk. Je wilt zien of het leven doorgaat. Op Twitter zie je niet dat iedereen gezellig tomaten aan het kopen is op de markt. Je voelt niet hoeveel spanning er op straat is.”

Achter het bezoek aan Erbil zit nóg een vraag: is deze Koerdische stad een mogelijk alternatief voor Diyarbakir voor de correspondent zonder thuis? Het antwoord is ‘nee’. De Koerden in Erbil hebben hun emancipatiestrijd er goeddeels opzitten en zijn minder politiek georiënteerd dan de Turkse Koerden. „Het politieke in Diyarbakir past bij me. Het gaat daar altijd ergens over.”

Diyarbakir verandert snel in haar afwezigheid. De Armeense kerk zit vol kogelgaten en is voor onbepaalde tijd gesloten. „Zelfs al kon ik volgende week terug: het wordt nooit meer zoals het was. Dat vind ik wel pittig. ”

Ze schrijft een boze open brief aan de Turkse president Erdogan voor het blad Wordt Vervolgd. „Ooit zullen we elkaar in de ogen kijken, Meneer President. (...) Wellicht in een rechtbank, waar u in de beklaagdenbank zit en ik op de perstribune.”

Twee weken nadat we elkaar hebben gesproken wordt Tahir Elci, de Deken van de Orde van Advocaten in Diyarbakir, door zijn hoofd geschoten. Hij was een bekende mensenrechtenactivist. Tienduizenden mensen komen naar zijn begrafenis. Geerdink twittert machteloos over haar woede, gebrek aan vertrouwen in het onderzoek en verdriet. Ze maakt een boswandeling met vrienden in Nederland en plaatst een stemmige foto van natgeregende stammen in de mist. „Ooit zal ik bloemen op zijn graf leggen.”