Grisjtsjoeks monster

Het was een mooi jaar voor Anish Giri. Hij trouwde met Sopiko Guramishvili, hij plaatste zich voor het kandidatentoernooi en hij staat derde op de wereldranglijst. Het was nog mooier geweest als hij eind vorige week het London Classic-toernooi had gewonnen, en daarmee ook het algemeen klassement van de serie van de drie toernooien van de Grand Chess Tour in Stavanger, St. Louis en Londen.

Helaas, er trad een nog niet zo oude maar al vaak bevestigde schaakwet in werking die zegt: aan het eind is er een tiebreak en die is gunstig voor Magnus Carlsen.

Carlsen kwam zondag in de laatste ronde gelijk met Giri en de Fransman Maxime Vachier-Lagrave door Alexander Grisjtsjoek te verslaan in een turbulente partij. Grisjtsjoek komt altijd in tijdnood; hij beschouwt het als een ziekte waartegen geen medicijn bestaat. Tegen Carlsen miste de tijdnoodzieke Grisjtsjoek eerst groot voordeel, een zet later een eeuwig schaak en nog een zet later maakte hij de beslissende fout.

Giri, Vachier-Lagrave en Carlsen eindigden bovenaan en een vreemd tiebreak systeem – te vreselijk om zich in te verdiepen, om met de dichter Hendrik de Vries te spreken – bepaalde dat de eerste twee tegen elkaar moesten en dat de winnaar dan tegen Carlsen de finale zou spelen.

Na twee uur strijd won Vachier Lagrave van Giri en daarna mocht hij het tegen de uitgeruste Carlsen opnemen. Toen het er naar uitzag dat Carlsen die finale ging winnen en daarmee ook de hele Grand Chess Tour, zei Grisjtsjoek: „Hij gaat alles winnen. Ik heb een monster geschapen.” „Ja, je bent Dr. Frankenstein”, zei Levon Aronian. Carlsen won de finale en daarmee het toernooi in Londen en ook de Grand Tour. Giri werd tweede in dat algemeen klassement, hoewel hij in Stavanger twee punten meer had gescoord dan Carlsen en in St. Louis en Londen evenveel punten als hij.

De wet van de tiebreak was niet gunstig voor Giri, maar ach, velen zouden zijn lasten graag dragen.

Magnus Carlsen-Alexander Grisjtsjoek, London Classic.

1. Pf3 c5 2. e4 d6 3. Lb5+ Pd7 4. 0-0 a6 5. Ld3 Pgf6 6. Te1 b5 7. c4 g5 Hiermee won Topalov in St. Louis van Carlsen. 8. Pxg5 Pe5 9. Le2 bxc4 10. Pc3 Toen deed Carlsen 10. Pa3 10...Tb8 11. Tf1 Hij wil 11...Tg8 kunnen beantwoorden met 12. f4 Pd3 13. Da4+ Ld7 14. Dxc4 met winst. 11...h6 12. Pf3 Pd3 13. Pe1 Pxb2 14. Lxb2 Txb2 15. Lxc4 Wit staat beter. 15...Tb4 16. De2 Lg7 17. Pc2 Tb6 18. Tab1 0-0 19. Txb6 Dxb6 20. Pe3 e6 21. f4 Kh8 22. f5 a5 23. a4 Dd8 24. h3 Dit verzwakt de zwarte velden op zijn koningsvleugel. 24...De7 25. La6 Riskant. Hij verwijdert zijn dame ver van de koningsvleugel. 25...Lxa6 26. Dxa6 Ph5 Zo krijgt zwart tegenspel waar hij twee zetten geleden nog niet aan kon denken. 27. Tf3 Tg8 28. Pb5 Nog een stuk weg uit de verdediging. 28...Le5 29. Pg4 Dh4 30. fxe6 En dit had een verliezende zet kunnen zijn. 30...fxe6 Met 30...Txg4 31. hxg4 Dh2+ 32. Kf2 Pf4 33. Tg3 Pxe6 had zwart groot voordeel bereikt. 31. Pxe5

Zie diagram

31...dxe5 Zwart had remise met 31...De1+ 32. Tf1 (na 32. Kh2 Pf4 wint zwart) Txg2+ 33. Kxg2 Dg3+ en eeuwig schaak. 32. Dxe6 De1+ Maar nu leidt dezelfde zet tot verlies. Na 32...Dg5 zou het nog ongeveer gelijk staan. 33. Kh2 Txg2+ 34. Kxg2 Dxd2+ Een betere kans was 34...De2+ 35. Kg1 Dxf3, waarna wit af moet wikkelen naar een voor hem zeer gunstig paard-eindspel. 35. Kg1 De1+ 36. Tf1 De3+ 37. Tf2 De1+ 38. Kg2 Zwart gaf op. Na 38...Dxe4+ 39. Kh2 heeft hij niets meer.