Hand in hand met David Bowie

Ivo van Hove De toch al productieve toneelregisseur had een wel heel uitzonderlijk jaar, met als hoogtepunt zijn samenwerking met David Bowie.

Ivo van Hove/ Foto Ivo van der Bent, Hollandse Hoogte

De ochtend na de glansrijke Broadwaypremière van A View from the Bridge klinkt Ivo van Hove aan de telefoon vanuit New York hoogstens een tikje schor. Het is in New York negen uur ’s ochtends, en hij is alweer scherp en snel als altijd.Maar op de vraag hoe hij zijn succes gaat vieren, blijft het stil. Dan, verbaasd: „Vieren? Maar nee, ik moet zo weer repeteren hè? Volgende week beginnen al de previews van Lazarus.”

Debuteren op Broadway, regisseur Ivo van Hove doet dat tussen de bedrijven door. De zegetocht van ‘zijn’ View mag nog zo opmerkelijk zijn – gemaakt in het kleine theater The Young Vic in Londen; gepromoveerd naar West End en niet veel later naar Broadway –, binnen vier weken doemt aan de horizon alweer die andere première op, met een nóg hogere attentiewaarde: Lazarus, de muziektheaterproductie waarvoor Van Hove samenwerkt met popster David Bowie. Dat mag op 7 december gerust het hoogtepunt heten van een toch al opzienbarend jaar. Van Hove: „Tsja, Bowie, daar raak ik niet meer overheen hè? Dit is natuurlijk volstrekt ‘out of order.’ Hierna moeten we echt even tot rust komen.”

Lees ook: Van Hove oogst lof op Broadway

Rust? In 2015 is die er niet. Van Hove rijgt dit jaar de ene internationale productie aan de volgende. In februari regisseert hij Juliette Binoche in Antigone in Luxemburg, en wordt A View from the Bridge hernomen op West End. In maart gaat Song from far Away in première in São Paulo. In mei presenteert hij het Shakespeare-epos Kings of War op de Wiener Festwochen, in september volgt De Stille Kracht op de Ruhrtriennale.

Kort op de Franse versie van A View, Vu de Pont in Parijs (oktober) volgt zijn Broadwaydebuut in november. En in december vormt Bowie de grote finale. Ook zijn er prijzen en ander eerbetoon: In Londen mag hij drie Olivier Awards ophalen, het Britse equivalent van de Tony, voor A View; samen met partner en vaste scenograaf Jan Versweyveld krijgt hij de Amsterdamprijs en in oktober staat zijn werk centraal op het Dialog Festival in het Poolse Wroclaw.

Hij heeft een keer al zijn vluchten van dit jaar uitgeprint, ze beslaan samen acht A4’tjes. „Ik moet nooit iets gaan beweren over groen of milieuvriendelijk”, beseft hij schuldbewust. „Ik ben een vliegtuigman. Mijn global footprint is enorm.”

Lees ook het interview Juliette Binoche: ‘De zoektocht van Antigone herken ik’

Eind november belt hij zijn moeder van bijna tachtig. Waar ben je nu eigenlijk, vraagt zij. „Toen zei ik: ‘Ma, ik zit in New York, en ik heb deze week op Broadway gespeeld!’ Zegt ze: ‘ziete wel, das omdat gij ene zoon van mij zijt.’ Ze is superfier op mij, maar het is tegenwoordig zoveel dat ze het niet allemaal meer kan bijbenen.”

Ze is niet de enige.

Soms lijkt Van Hove meer een machine dan een theatermaker. Sleutelwoorden: discipline, daadkracht en efficiency. Hobby’s heeft hij niet, van sport houdt hij niet en aan vakantie doet hij niet. Of ja: ’s zomers tien dagen vrij in Los Angeles, om toneelstukken te lezen. Half grappend: „Vrije tijd? Ik weet niet wat dat inhoudt.” Iedereen die hem kent, beaamt: Van Hove is tot het uiterste gedisciplineerd, en lééft voor zijn werk. Die toewijding deelt hij met Versweyveld, met wie hij al 35 jaar bij iedere productie nauw samenwerkt.

Holle akoestiek

Bij de uitreiking van de Amsterdamprijs, 35.000 euro en een fruitschaal in de vorm van Amsterdam, toont de vaak wat gereserveerde directeur van Toneelgroep Amsterdam (TA) zich een losjes grappende laureaat en, vooral, trotse partner. Als ze naast elkaar op het podium zitten, rust zijn hand even op de knie van Versweyveld. „Ik ben vaak het boegbeeld van onze samenwerking”, zegt hij op de borrel, „maar Jan en ik maken Gesamtkunstwerke: het is nog nauwelijks te zeggen waar ontwerpen eindigt en regisseren begint. Dat deze prijs voor ons samen is ontroert me.

Toen ze het ons vertelden sprongen de tranen mij in de ogen.” Voor deze uitreiking was hij ook echt zenuwachtig, zegt Van Hove bij een glas witte wijn. „Want ik weet hoe Jan is in interviews; die zegt kort iets cryptisch, en zwijgt dan heel lang.” Hij tuurt in zijn glas, lacht, schudt zijn hoofd en neemt een slok.

Ondanks de vele successen is de Amsterdamse erkenning bijzonder. Van Hove heeft zich in Amsterdam niet altijd even gewaardeerd gevoeld: zijn start bij TA was stormachtig, de pers kritisch. Maar inmiddels lijkt de wereld eenstemmig in zijn lof, met eigenlijk maar één dissonant: Duitsland. Daar wisselt de waardering voor zijn werk nog wel eens.

Dat maakt de première van De Stille Kracht op de Ruhrtriennale in september beladen. Op het premièrefeest in Gelsenkirchen bereidt hij zich alvast voor op de kritiek. „Duits toneel is altijd politiek. Ik maak ook politieke stukken, zoals The Fountainhead en Kings of War, maar een deel van mijn werk is persoonlijker. Zelf omschrijf ik dat als ‘moeder, waarom leven wij?’ Het is existentialistisch en emotioneel. Maar in Duitsland wordt dat existentiële in de kunst gewantrouwd.”

De première verloopt stroef: sommige acteurs zijn nog niet tekstvast, de holle akoestiek van de voormalige zoutopslag laat zich moeizaam bedwingen, hier en daar stoort, zoemt of fluit een microfoon. Van Hove: „Als zo’n microfoon hapert schiet het hart me in de keel. Maar ik moet op zo’n moment op mijn technici vertrouwen. Dat kan ook, dat weet ik.” Inderdaad is het probleem vlot verholpen, en de zorgen over de Duitse ontvangst blijken onterecht. Zijn de eerste Nederlandse recensies aarzelend, nu is juist de Duitse pers eens unaniem enthousiast.

Zit dit jaar dan alles mee? Heus niet, bezweert hij. Niet al zijn producties werden even luid bejubeld: Antigone ontving gemengde kritieken. Ook ging er dit jaar nog een begeerde klus aan zijn neus voorbij – welke, dat wil hij niet zeggen. Maar, lacht hij, eerlijk gezegd was er weinig tijd om die nog in te passen. Er was in 2015 al nauwelijks ruimte voor Lazarus. Maar tegen David Bowie zeg je geen nee. „Ik kon eigenlijk pas in 2016, maar hij had haast. Ik vroeg hem waarom, en hij zei: ‘I’m fucking 68! Toen heb ik voor hem een ander groot internationaal project afgezegd.”

Lees ook: Van Hove laat Bowies universum zinderen

Zijn agenda moet af en toe voor hoofdbrekens zorgen. In februari jongleert Van Hove in Londen met twee prestigieuze producties tegelijk. Hij repeteert Antigone en begeleidt de herneming van A View from the Bridge op West End. De regisseur staat bekend om zijn minutieuze voorbereiding: bij aanvang weet hij tot in de kleinste details wat hij wil. Repeteren aan Antigone gaat in opperste concentratie en bijna gewijde stilte. Van Hove luistert naar de acteurs, hij leest mee met het script, schrijft af en toe iets op, of fluistert iets in het oor van dramaturg of regieassistent. Tussen de tekstregels door kun je een speld horen vallen; aan grapjes of sociale omhaal wordt geen tijd verspild.

Zo kan efficiënt worden gerepeteerd van tien tot half vijf, waarna Van Hove het repetitielokaal van Antigone verruilt voor de zaal van A View. Het helpt dat hij goed functioneert onder druk: het woord ‘pressure cooker’ komt vaak, waarderend, over zijn lippen. En hij houdt van multitasken, zegt hij. „Meerdere dingen tegelijk doen ontspant mij. Als ik maar één project omhanden heb, krijg ik last van overfocus.”

Dagje Othello

Van Hove moet een beetje grinniken om de verbazing over zijn productiviteit. De meeste regisseurs bij grote gezelschappen maken twee tot drie voorstellingen per jaar. Van Hove in 2015: zes nieuwe producties, en acht (deels internationale) hernemingen, waar hij liefst ook (kort) bij betrokken is – zo werkt hij op een vrije dag tijdens de repetities voor Kings of War in mei nog even een dagje aan de herneming van Othello. „Mensen zijn vaak zo verbaasd, alsof het niet kan wat ik klaarspeel. Er wordt sceptisch of zelfs achterdochtig op gereageerd. Maar ik ben het bewijs hè? En het is niet zo dat ik er de kantjes van afloop. Je kunt wat ik maak mooi vinden of niet, maar ik heb altijd hetzelfde ambitiepeil.”

En waarom hij het allemaal doet, dat is voor Van Hove vanzelfsprekend: „Ik wil zo persoonlijk en authentiek mogelijk theater maken voor een zo groot mogelijk publiek. Die kans krijg ik nu steeds meer, dus die grijp ik. Maar ik staar me niet blind op het internationale succes. Ik wil met name Toneelgroep Amsterdam nog verder ontwikkelen, want dat is echt mijn thuis. Ik ben daar nog lang niet klaar.”

Maar valt zijn functie als directeur nog wel te combineren met zijn internationale carrière? Geduldig legt hij het nog eens uit: de organisatie staat als een huis, met een solide systeem van reprises, een team regieassistenten, dramaturgen en gastregisseurs, en een sterke adjunct ter plaatse. Op belangrijke momenten is hij erbij: fysiek of per skype. En het moet gezegd: als hij op 30 juni om half negen ’s ochtends New Yorkse tijd op skype verschijnt, met een bak havercrunch met fruit naast het beeldscherm, kort voordat hij zo naar Barcelona vliegt, heeft hij net een uur met TA over de begroting vergaderd. Eind november, als de spanning rondom Lazarus stijgt, skypet hij zelfs elke ochtend met Amsterdam, omdat de nieuwe subsidieaanvraag moet worden ingediend. Wel miste hij dit jaar tot zijn spijt twee premières van gastregisseurs, maar die voorstellingen bekeek hij via wetransfer, om daarna nog even te bellen met suggesties en aanwijzingen.

Hij is internationaal al langer actief, maar erkent dat dit jaar uitzonderlijk is. Producties als Antigone en A View from the Bridge hebben, zo lijkt het, als vliegwiel gefungeerd. Hij kreeg machtige fans, zoals theater- en filmproducenten Scott Rudin en Robert Fox, die hem met hun contacten een niveau hoger tilden – Rudin hielp A View naar Broadway komen en vroeg hem voor een volgende Broadway-productie: The Crucible. Fox attendeerde David Bowie op Van Hove, toen Bowie zich met het script voor Lazarus meldde, op zoek naar een ‘onconventionele regisseur’.

Lees ook: ‘Werken met Bowie is een jongensdroom’

Als het over Bowie gaat verruilt Van Hove zijn professionele reserve direct voor een jongensachtig enthousiasme. „Ik ben al mijn hele leven een groot bewonderaar; Young Americans was de allereerste elpee die ik kocht. En de eerste show die Jan en ik als twintigers op Broadway zagen, was The Elephant Man met David Bowie in de hoofdrol.” Dat was überhaupt een bijzondere trip, achteraf, beseft Van Hove nu. „Op Times Square raakten we in gesprek met een vrouw die vroeg wat wij deden. Toen ik vertelde dat ik ‘theatre director’ was, vroeg ze een handtekening. Voor later, zei ze, wie weet krijg je nog wel eens een show op Broadway. Daar hebben we toen kostelijk om gelachen. Haha, Broadway, stel je voor!”

Onbekend nummer

Nu is hij gedebuteerd op Broadway en hangt David Bowie geregeld aan de telefoon. „Inmiddels weet ik, als ik ‘onbekend nummer’ zie staan: dat is hem.” In juni zijn de audities voor Lazarus: in drie dagen tijd komen zo’n zestig acteurs langs. De ochtend van de eerste audities is er plots een telefoontje van de bekende onbekende beller. „Dan hoor je dus …” - Van Hove zet een lage, wat slepende stem op - „‘…I’m coming this afternoon, to join you with the auditions.’ Dat was onverwacht. Zaten we daar opeens, naast elkaar. Maar het werkte heel snel en goed.” Eén kandidaat kreeg wel de schrik van zijn leven toen hij binnenkwam en Bowie aantrof. „Die werd lijkbleek en stamelde: Oh my god, I’ve prepared an inappropriate song. Grinnikend: „Die had dus een Bowie-nummer voorbereid.” Auditanten zingen twee nummers naar keuze en lezen een scène van papier. „Daarna keerde Bowie zich steeds naar mij, en zei: ‘so, what does the boss think?’ En dan waren we het eigenlijk wel vrij snel eens.”

In november, vlak voor de previews, uit Van Hove per skype zijn zorgen over Lazarus. „Deze productie is een Zwitsers uurwerkje, alles steekt heel precies in elkaar en elke aanpassing kost veel tijd.” Ingewikkeld is met name dat Lazarus een nieuwe tekst is, waar schrijver Enda Walsh ook gaandeweg nog aan sleutelt, en complex is ook de afwisseling met de 18 Bowie-songs. „Ik kan niet zomaar zeggen: sorry, mag het hier een stukje korter? Maar soms heb ik dat wel moeten doen, en daar steunde Bowie mij volledig in.”

De dag voorafgaand aan ‘opening night’, 7 december, brengt Van Hove werkend door: hij luncht met een toneelschrijver en overlegt over het decor van een nieuwe productie. „Op zeker moment belt Jan mij: ‘Ik moet even je stem horen, want ik ben nerveus!’ Toen sloegen bij mij ook wel de zenuwen toe.” Voor de première geeft Bowie hem een manchetknoop kado, in de vorm van een raket – ook het slotbeeld van de voorstelling. Hand in hand halen ze na afloop applaus. De recensies zijn overwegend positief – als er al kritiek klinkt, dan betreft die vooral de onsamenhangende tekst.

De samenwerking beviel ook Bowie goed. Van Hove. „Op een gegeven moment vroeg hij: wil je niet ook mijn volgende wereldtournee regisseren? Een grapje natuurlijk, want hij gaat nooit meer op tournee, volgens mij. Ik zei: dat vat ik maar op als een heel groot compliment. Zijn antwoord: ‘you should.”

Na de première zijn Jan en hij „kapot”. De volgende dag is er een moment van ontspanning – in de bioscoop, bij de film Spotlight. Kort daarop vliegen ze terug naar Amsterdam, waar Van Hove alweer moet repeteren aan de De Andere Stem van Toneelgroep Amsterdam. Direct na de landing schuift hij snel nog even aan bij De Wereld Draait Door, om glunderend over zijn Bowie-avontuur te vertellen.

Uitvaart

Heel soms betaalt Van Hove een prijs voor zijn internationale succes. Op 8 november overleed Dora van der Groen, actrice, toneelpedagoog, regisseur en beste vriendin, op 88-jarige leeftijd. Hij kon niet bij de uitvaart zijn, die dag was de generale repetitie van Lazarus. „Ik heb uitvoerig overlegd met haar zoon, en het was goed zo. Het is verschrikkelijk dat ze er niet meer is, maar ik heb er ook vrede mee. Dora zei altijd: mensen leven te lang, en dat was in haar geval ook een beetje zo; ze was al een poosje dement. Ik heb vorig jaar uitgebreid afscheid van haar genomen. Maar ik heb natuurlijk veel aan haar gedacht. Dora stond erop dat wij in een volgend leven zouden trouwen, en dat heb ik haar uiteindelijk beloofd. Ik heb het alleen nog niet aan Jan verteld.”