‘Deze sport kan zo niet doorgaan’

Debutant Max Verstappen stal dit jaar de show in de Formule 1 met mooie inhaalacties. Maar de beste motor wint. Dat moet veranderen, vindt hij.

Max Verstappen eind oktober bij de grand prix in Mexico-Stad. Foto Peter Fox/AFP

In één jaar is hij het veilige domein van zijn jeugd ontstegen. Wereldster in wording, kosmopoliet uit professie. Hij heeft het Belgische Maaseik waar hij tussen de races door bij zijn vader Jos woonde, verruild voor de biotoop van sterren en miljonairs: Monaco. Hoe het bevalt? „Prima, lekker weer, heerlijk om te trainen.” En fiscaal een milde temperatuur voor wie het grote geld wacht. „Ach, iedereen in mijn positie zou hetzelfde doen.”

Het was voor Max Verstappen het jaar van de grote doorbraak. In smoking ontving hij op het gala van de automobielfederatie FIA in Londen alle prijzen die er te verdienen vielen: persoonlijkheid van het jaar – vóór sterren als Lewis Hamilton en Sebastian Vettel – beste nieuwkomer en de mooiste inhaalmanoeuvre van het jaar.

En hij maakte zijn stap naar volwassenheid: een eigen twee kamerappartementje bij de haven van Monaco, vader hoeft niet meer voor chauffeur te spelen. De inmiddels achttienjarige Max heeft nu zelf een rijbewijs.

Niet barbecuen

In het fiscale vrijstaatje woont hij vlak bij zijn beroemde collega’s als Hamilton en diens rivaal bij Mercedes Nico Rosberg. Pretoogjes: „Dat wordt straks lekker samen barbecuen op het balkon.”

Serieuzer: „Dat zit er niet in met die twee. Daar zijn de onderlinge verhoudingen niet al te best voor. Tussen Rosberg en Hamilton zeker niet. Ik snap het wel, zij vechten voor een wereldkampioenschap en hebben eigenlijk geen competitie van andere teams. Dus ze vechten altijd met elkaar. Dus dan begrijp ik best dat de situatie gespannen is.”

Zou hij zelf ook in zo’n situatie terecht kunnen komen? Geamuseerd: „Nee, ik kan me niet voorstellen dat ik de wereldtitel verlies aan mijn teamgenoot.”

Hij ziet de grillige Hamilton die zich buiten het circuit als een popster gedraagt, niet bepaald als een voorbeeld. Daar is hij te veel een teamspeler voor. Hij heeft nauwelijks contact met de Brit. „Die is erg op zichzelf. Zo creëer je geen vrienden op het circuit. Maar voor hem werkt het, je kunt er niets slechts over zeggen.”

Voor Verstappen heeft het debuutseizoen zijn verwachtingen overtroffen. Twaalfde in het eindklassement om de wereldtitel, alom erkend als de grote smaakmaker in de meeste grands prix. „Mooiste moment zijn die twee vierde plaatsen en de inhaalacties op zichzelf. Ik heb niet echt een minste moment. Ja, die crash in Monaco, ook daar leer je van.”

Max maakt de balans van het seizoen op in de loods van een dakdekkersbedrijf in het Limburgse Maasbracht. Zijn vroegere kartteam heeft daar zijn basis. Het succes heeft geen vat op zijn persoonlijkheid: hij blijft dezelfde Max: vriendelijk, correct, alert.

Natuurlijk, hij is Monegask uit berekening, maar voelt zich nog altijd thuis tussen de karts, uitlaten en reservebanden op het verstilde industrieterrein. Hij heeft een jaar in een cocon geleefd: racen, reizen, simuleren. Formule 1 is een wereld op zich, wat er ‘buiten’ gebeurt ontgaat soms de paddock. Zoals de aanslagen in Parijs, die FIA-baas Jean Todt naast medeleven met de slachtoffers tot de relativering bracht dat er in Frankrijk meer slachtoffers in het verkeer vallen. Max: „Ik denk dat het heel even niet het moment was om over slachtoffers in het verkeer te praten. Dat was niet de beste actie.”

Hij heeft een maand om wat meer „rust te pakken”. Karten met vrienden, op vakantie met zijn Zweedse vriendin. En ondertussen fitnessen, trainen. De feestdagen komen er aan en dat betekent code geel voor het gewicht. Hij weegt 68 kilo, ongeveer hetzelfde als een jaar geleden. „Even genieten, daarna ben ik weer wat strenger voor mezelf. En worden het weer salades, fruit en het dieet van Red Bull.” Hoe zwaarder een coureur is, des te minder ruimte blijft er over voor de technici om met de balans van de bolide te spelen.

Paardenkrachten

Zijn team, Toro Rosso, werkt de komende maanden door om Max’ nieuwe auto van een Ferrari-motor te voorzien. „Zij hebben alleen op Eerste Kerstdag vrij.” Met de Italiaanse krachtbron hoopt het talententeam van Red Bull volgend jaar meer power op het asfalt te hebben dan afgelopen seizoen met motorenleverancier Renault het geval was. Ferrari stelt uit concurrentieoverwegingen de motor van 2015 beschikbaar, niet het vernieuwde type van volgend jaar dat het Italiaanse team zelf gebruikt. Dat geeft Verstappen geen garantie voor podiumplaatsen, wel uitzicht op meer paardenkrachten.

Het verschil met de huidige Renault-motor zou wel eens tachtig pk kunnen zijn. „Ik denk dat als we die motor dit jaar hadden gehad, we op het podium hadden gestaan. Tachtig tot negentig pk is gewoon een seconde per ronde. Met de nieuwe motor kunnen we volgend jaar een grotere stap maken dan andere teams zoals Force India en Lotus.”

Formule 1 is hard aan een evenwichtiger machtsverdeling toe, filosofeert Verstappen. Natuurlijk, hij heeft met zijn stilistisch begaafde inhaalacties voor opwinding onder de fans gezorgd. Maar de factor motorvermogen is te beslissend in de koningsklasse. Gerenommeerde teams als Mercedes en Ferrari persen met hun financiële mogelijkheden en technisch vernuft meer snelheid uit hun motor, zeker op de rechte stukken dan de teams uit de middenmoot.

„Het is nu vooral een motorenkampioenschap. Er moet meer gelijkheid komen tussen fabrikanten. Dat is voor mij het enige dat er in Formule 1 moet veranderen. Zeker met al die limieten qua downforce op de vleugels. Als er twintig, dertig pk tussen de ene en andere fabrikant zit, kun je dat nog overbruggen met een goede auto. Maar het ligt nu veel te ver uit elkaar. De mindere teams moeten meer kansen krijgen, de beste moeten minder kunnen doorontwikkelen. Je moet ook in het belang van de sport kijken. Dit kan zo niet doorgaan.”

Was het vroeger dan spannender? Ook weer niet. „In de jaren zeventig en tachtig gingen ze drie keer zo langzaam door de bocht. Wat is dan spannend? Ik denk dat drie keer harder door de bocht spannender is.”

Toch willen Formule 1- baas Bernie Ecclestone en race-autoriteit FIA in 2017 nieuwe motoren om de sport attractiever te maken: sneller, heftiger met meer grip, meer power.

Hij is er nu al voor in training. „Met het oog op 2017 moet mijn hele lichaam nog sterker worden. Je moet nu al beginnen om daar fysiek klaar te zijn. Hoe? Door aan apparaten te trekken. Het maakt niet veel uit welke oefeningen ik doe, als ze maar goed zijn voor je nek, je rug en je beenspieren voor het remmen. Natuurlijk ben ik nog jong en kan ik niet gelijk 200 kilo optillen. Hoeft ook niet, want ik ben geen bodybuilder. In 2017 krijgen we de kans de records te verbreken met vijf, zes seconden per ronde. Je gaat straks een stuk harder door de bocht, dus de krachten die op je inwerken worden ook een stuk zwaarder.”

Maar eerst nog 2016 als tweede leerjaar in Toro Rosso. In januari komt de racecyclus op gang: overleg met het team, auto passen, stoeltje persen, de simulator in. Eind februari testen in Spanje. En dan 21 grands prix over de hele wereld. Verstappen verwacht weer een sterk Mercedes: „Ik denk nog steeds dat zij heel sterk zijn en dat Hamilton opnieuw een hele grote kans op de titel heeft.”

En McLaren-Honda met topcoureur Fernando Alonso die een belabberd seizoen achter de rug hebben? „Ze moeten wel hele grote stappen zetten om bij Mercedes te komen, ik denk niet dat ze dat gaan halen. Ze zullen wel naar voren komen. Dan wordt voor ons volgend jaar lastig.”

Komt daarna de kampioensauto waar de fans op hopen? En van welk team? Verstappen staat nog twee jaar onder contract bij Red Bull. „Eind volgend jaar bespreken we met Red Bull wat we gaan doen. Hopelijk gaan we daarna voor de prijzen, we zullen het allemaal zien in 2017. Ik droom niet van Ferrari, maar het is een heel mooi merk. Maar let wel: Ik ben heel tevreden waar ik nu ben.”