Column

De klimaatmens

S. Montag

Omstreeks deze tijd maken we de balans van het jaar op. De mooiste en lelijkste woorden van 2015 zijn al gekozen, we weten ook wie de meest weerzinwekkende reclame heeft gemaakt en wie de sportvrouw is. En nog veel meer. Het is een soort seizoensindustrie. In december worden de jury’s gevormd, de kandidaten geselecteerd, dan wordt er gestemd en na de uitslag volgen de feestelijkheden die eerst ook georganiseerd moeten worden.

Wanneer is dat allemaal begonnen? De eerste moderne Olympische Spelen zijn gehouden in 1896. Ligt daar de kiem van de moderne recordzucht? In ieder geval heeft het toen nog een halve eeuw geduurd voor de grondslag voor de uitbreiding tot alle menselijke activiteiten werd gelegd. Dat is gedaan door de bierbrouwer Guinness met zijn Guinness Book of Records, eerste druk in 1955. Nu weten we bijvoorbeeld dat koning Zog die van 1925 tot 1939 Albanië geregeerd heeft, nog altijd wereldkampioen sigaretten roken is, met 300 per dag.

Mij kunnen al die varianten van krachtpatserij niets schelen. De snelste, de dikste, het meeste, het staat allemaal ver van de dagelijkse werkelijkheid. Van meer belang lijken me de gemiddelden die we voortdurend allemaal ervaren. Ik kijk naar buiten. Het regent weer eens. De radio meldt dat het vandaag met elf tot dertien graden aan de zachte kant blijft. Misschien krijgen we de warmste winter ooit. In de voortuin van de onderburen is de een of andere plant weer gaan bloeien. Opwarming van de aarde? In Parijs hebben bijna twee weken de afgevaardigden van 195 landen vergaderd. Ze zijn het erover eens geworden dat de gemiddelde temperatuur niet meer dan 1,5 graden mag stijgen en dat de stijging in ieder geval beneden de twee graden moet blijven. Zal dat lukken? Ik zal het in ieder geval niet meer meemaken.

Hoe zouden we ons een excessief verwarmde aarde moeten voorstellen? We hebben de film van Al Gore, An Inconvenient Truth, uit 2006, met een staalkaart van rampen, afbrekende gletsjers, overstromingen, onafzienbare woestijnen, half Nederland onder water. Hij heeft er wel een Oscar voor gekregen, maar verder heeft de film geen effect gehad. Het zou goed zijn als er weer eens zo’n rampenfilm werd gemaakt. Misschien is het publiek ontvankelijker geworden.

Als ik naar de regen kijk, denk ik soms even aan ‘The Long Rain’, een kort verhaal van de Amerikaanse schrijver Ray Bradbury (1920-2012). Hij is ook de auteur van de roman Fahrenheit 451, dat is de temperatuur waarbij papier begint te branden. Dit verhaal speelt zich af in een samenleving zonder boeken of kranten waarin snelheid tot de grootste deugden wordt gerekend.

The Long Rain is een kort verhaal over de lotgevallen van vier aardbewoners op de planeet Venus waar ze per ongeluk zijn terechtgekomen. Het regent daar onophoudelijk. De Venusianen weten niet beter, ze hebben Sun Domes gebouwd, koepels waarin het altijd lekker weer is. Deze vier worden door de regen gesloopt. Eerst wordt er een door de bliksem getroffen. De volgende wordt krankzinnig en door zijn kameraden uit mededogen doodgeschoten. De derde pleegt zelfmoord en de laatste bereikt wel een Sun Dome maar die is verwoest.

Zo erg zal het door de klimaatverandering op aarde niet zo gauw worden. Maar impliciet wordt in Bradbury’s verhaal het probleem gesteld, welke invloed een extreem klimaat op de menselijke geest kan hebben. Veel regen heeft een deprimerende invloed. Door een gebied van lage luchtdruk komen veel mensen in een staat van opwinding. Dat zijn oude wijsheden.

Eigenlijk zou de klimaatconferentie van Parijs een vervolg moeten hebben, waar wordt onderzocht of door de veranderingen in de dampkring een nieuwe mens in aanbouw is.