Chinese student krijgt Groningse campus thuis

Skyline van de Chinese stad Yantai aan de Gele Zee. Ook de gebouwen van de toekomstige Groningse campus zijn te zien vanaf zee. Foto Chu Yang /Ap/Imaginechina

Als een kathedraal torent de toekomstige Chinese campus van de Rijksuniversiteit Groningen uit boven nieuwe, deels lege flats en kantoorgebouwen in Yantai in de Chinese oostkustprovincie Shandong. Zelfs de schepen op de Gele Zee kunnen de toren en zijbeuk van rood baksteen onderscheiden.

Op het 1,2 vierkante kilometer grote campusterrein pogen tientallen studenten, stafleden en professoren met veger en blik de dartelende herfstbladeren te verwijderen. Maar de winterse bries, die de lucht boven de hypermoderne metropool met 6,8 miljoen inwoners vrijwaart van industrieel fijnstof, is te krachtig. Een vrouwelijk staflid vraagt zich bezorgd af of de delegatie uit „Helan” (Chinees voor Nederland) die op komst is er zich eraan zal storen.

Eind oktober tekende collegevoorzitter Sibrand Poppema van de RU Groningen in de Grote Hal van het Volk in Beijing een voorlopige overeenkomst voor een eigen campus in China. Een goedkeurend lachende president Xi Jinping en koning Willem-Alexander waren getuige. Op de University of Groningen Yantai moeten tienduizend studenten straks precies hetzelfde onderwijs krijgen als in Groningen, en een Gronings diploma.

„Wij willen dat dit slaagt”, zegt Fu Zetian, beoogd chancellor van de nieuwe universiteit, als hij de doodstille, bijna lege gebouwen laat zien, nu nog een dependance van de China Agricultural University in Beijing. „Het is voor ons een belangrijk project om het hoger onderwijs in Yantai en de provincie Shandong naar internationaal niveau te tillen. We hebben uitstekende universiteiten in China, maar wij moeten veel innovatiever worden. Daar hebben wij de hulp van buitenlandse topuniversiteiten als Groningen voor nodig.”

Het is voor het eerst dat een Nederlandse universiteit een nieuwe vestiging bouwt in een ver buitenland. De keuze voor een opkomende supermacht met, volgens sommige berekeningen, nu al de grootste economie van de wereld, ligt voor de hand. De meeste Chinese en Oost-Aziatische studenten hebben bovendien ouders die zich torenhoge collegegelden kunnen veroorloven. Toch is het plan in Nederland omstreden. De China Agricultural University staat op de 23e plaats van de ‘Shanghai ranking’ van Chinese universiteiten en tussen 300 en 400 internationaal. Groningen staat op de 75e plaats. In de Tweede Kamer leven twijfels over de financiering, de accreditatie, de academische vrijheid en het nut voor Groningen en Nederland. „Kunt u dit megalomane plan van het College van Bestuur nog tegenhouden?”, vroeg SP-Kamerlid Jasper van Dijk schriftelijk aan minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA). Maandag zei zij in de Tweede Kamer dat het initiatief past in de ruimte die ze wil bieden voor ‘transnationaal onderwijs’. Wel stelde ze als voorwaarde dat er geen Nederlands publiek geld naar Yantai mag gaan.

Derderangs stad

China heeft ‘hersens’ nodig om de volgende stappen op de economische ladder te zetten. Hoewel de opleidingsfabrieken jaarlijks miljoenen studenten afleveren, hebben Chinese en internationale bedrijven grote moeite hooggekwalificeerde biologische onderzoekers, ingenieurs en bedrijfskundigen te vinden.

De autoriteiten hebben tien universiteiten aangewezen om speciale samenwerkingsverbanden met buitenlandse universiteiten aan te gaan. Op negen campussen bestaat al een dergelijke samenwerking: in Ningbo met de University of Nottingham, in Shantou met de beroemde Technion Universiteit uit het Israëlische Haifa. Dat Groningen geen samenwerking heeft gezocht met beroemde Beijingse en Shanghaise universiteiten ligt niet aan Groningen. Alleen in Yantai, een van de vele onbekende Chinese miljoenensteden, was nog een plek vrij.

De gebouwen stonden er al en moesten een nieuwe bestemming krijgen. Het University College of Dublin had een plan tot samenwerking geschrapt. Volgens dr Fu kampte ‘Dublin’ met financiële problemen en dacht het die even met Chinese hulp op te lossen. „Wij waren heel blij toen professor Poppema uit Groningen langs kwam met de vraag of wij niet konden samenwerken”, vertelt Fu, een computeringenieur. „Iets nieuws opzetten gaat nu eenmaal sneller dan een bestaand instituut hervormen.”

In het sterk verouderde Chinese classificatiesysteem voor steden heet Yantai een „derderangs stad”. Ze is in China vooral bekend om de sappige appels en, dankzij het Franse Rothschild-management van de wijngaarden, de drinkbare Changyuwijn. Op de vleugels van de economische groei is de haven- en vissersplaats omgebouwd tot een moderne metropool aan de Gele Zee. 93 van de 500 grootste bedrijven ter wereld hebben hier fabrieken en onderzoekscentra, waaronder General Motors en het Taiwanese Hon Hai Precision Instruments, maker van iPhones en iPads. Het Amerikaanse Demand Institute noemt Yantai een van China’s dertig rijkste steden.

Alles oogt inderdaad nieuw en on-Beijings fris, zelfs de lucht. Flatgebouwen, waar Chinese filmsterren en de Amerikaanse zakenman Warren Buffett beleggingsappartementen hebben gekocht, kantoren van nucleaire en biologische onderzoeksinstellingen en IT-bedrijven, wegen, de boulevards langs het strand waar in de zomer duizenden Chinese, Japanse en Zuid-Koreaanse toeristen flaneren; zelfs de natuur- en wetlandparken en golfterreinen in de omgeving zijn niet ouder dan een jaar of tien.

Sommige borden wijzen in vier talen (Chinees, Koreaans, Japans en Engels) de weg. Wie maar een dag heeft om de modernisering van China te bezichtigen, heeft aan een toer door het langgerekte Yantai genoeg.

Het enige wat de zichtbaar welvarende stad mist, is een topuniversiteit. Bedrijven in de buurt hebben hooggekwalificeerd personeel nodig voor hun fabrieken en laboratoria. Een internationale campus biedt Chinese jongeren wier ouders zich geen buitenlandse studie kunnen permitteren, toch kans op een internationale opleiding. Bijkomend voordeel: de kapitalen die ouders besteden aan hun ‘kleine keizers en prinsessen’ blijven in China, in plaats van weg te stromen naar de VS of het Verenigd Koninkrijk. Daar hebben Yantai – en de provincie Shandong – wel wat voor over: zij betalen de verbouwingskosten van 300 miljoen euro, de huur, het onderhoudspersoneel, de huisvesting voor studenten en staf en alle gas- en lichtrekeningen.

Minder 18-jarigen

Volgens Poppema biedt Groningen-Yantai naast een bachelor ook een master en een promotietraject (phd). Chinese jongeren worden gerekruteerd uit de top tien procent van studenten (in totaal 900.000) die het verplichte nationale toelatingsexamen voor universiteiten hebben gehaald. Daar bovenop moeten zij – in het Engels – een toelatingsexamen doen. Nederlands overheidsgeld is er niet mee gemoeid, verzekert Poppema, net als Fu. De universiteit van Groningen verwacht uiteindelijk een half miljoen euro eigen geld uit de verkoop van een onderzoeksbedrijf in aanloopkosten te steken. Als de campus loopt en de 12.000 euro collegegeld per student binnenkomt, gaat Yantai de ondersteuningskosten in Groningen betalen.

Groningen moet een internationale universiteit worden, vindt Poppema, dat is goed voor de studenten. De helft van de colleges is al in het Engels. RU Groningen zag dit jaar het aantal inschrijvingen van eerstejaars dalen met tien procent, terwijl het totaal aantal inschrijvingen in het land steeg met een tot twee procent. De demografische trend van minder 18-jarigen in Nederland lijkt in Groningen eerder aan te komen dan in de rest van het land.

Groningen heeft nu 15 procent internationale studenten, veel uit Duitsland maar ook uit China en Oost-Azië. „De concurrentie is groot, vooral met het Verenigd Koninkrijk, de VS, Australië en Canada maar ook met een toenemend aantal Europese universiteiten”, zegt Poppema. De nieuwe Chinese studenten hoeven voor een Gronings diploma niet naar Nederland te komen – een eis van China. Daartoe wil Bussemaker de Onderwijswet aanpassen, waar nu nog in staat dat voor een Nederlands diploma minimaal een half jaar in Nederland moet zijn gestudeerd.

Poppema, oorspronkelijk patholoog, hoopt dat er toch Chinese studenten en promovendi naar Groningen zullen komen – dat levert extra collegegeld op. Zijn ervaring is ook dat door buitenlandse studenten het niveau omhoog gaat. „We willen studenten opleiden die in de hele wereld kunnen werken en leven”, zegt hij. Een campus in een groeiend land als China biedt mogelijkheden voor stages en voor in fundamenteel onderzoek geïnteresseerde ‘postdocs’. In Groningen komen die allang niet allemaal meer aan de bak. Vandaar dat ‘Yantai’ een echte researchuniversiteit moet worden. Dat is ook een eis van het bedrijfsleven in de regio, dat klaar staat om te investeren. „Het geld dat daar wordt verdiend, wordt geherinvesteerd in onderwijs en onderzoek op de Yantai-campus”, zegt Poppema.

Academische vrijheid

Niet alleen de Tweede Kamer plaatst kanttekeningen bij het plan. Volgens een rapport van een commissie van de Groningse faculteit Economie en Bedrijfskunde ontbreekt een duidelijk businessmodel met een exitplan als het mis gaat. Aan studenten zal geen gebrek zijn, nu al kunnen de Chinese universiteiten de toestroom nauwelijks aan. De academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting liggen echter wel gevoelig.

Op de University van Nottingham in Ningbo bemoeide de partijsecretaris zich bijvoorbeeld met het gebruik van Japans – dus niet Chinees – lesmateriaal. Aan een andere buitenlandse universiteit – in het zuidelijke Guangdong – werd het contract van een buitenlandse docent die het onafhankelijkheidsstreven van Schotland en Quebec vergeleek met dat van Tibet en Taiwan, niet verlengd. En zo zijn er veel meer voorbeelden van partijbemoeienis met de educatieve gang van zaken.

Stel dat straks een Nederlandse professor in de economische wetenschappen een befaamde Japanse collega vraagt een lezing te komen houden en de communistische partij wil dat niet, wie beslist er dan? En hoe vrij toegankelijk wordt het internet op de Groningse campus in China? Wordt de Chinese censuur opgeheven? Volgens een nieuw memorandum dat in China ter goedkeuring ligt, komen er geen partijfunctionarissen in het bestuur van Groningen-Yantai. Dat zegt lang niet alles. De volgens de wet verplichte partijsecretarissen in nationale en internationale bedrijven en in (onderwijs)instellingen zijn machtige figuren, die niet in het bestuur hoeven te zitten om – achter de schermen en vaak discreet – hun invloed te laten gelden.

Partijman Dr Fu Zetian, een ervaren rot in het strak gecontroleerde hoger onderwijs, zegt dat er geen enkele reden voor bezorgdheid is. De snelheid en de toegankelijkheid van het internet zal worden verbeterd en er zal een speciale zone voor academische vrijheid worden gecreëerd waar „met respect voor de Nederlandse en de Chinese wetten alles besproken kan worden”. Maar over wie beslist in politiek gevoelige zaken blijft hij vaag: „De Nederlandse én Chinese wetgeving zal van toepassing zijn.” Voor politiek gevoelige zaken zal volgens Fu de Chinese wetgeving gelden, voor academische vrijheid de Nederlandse. Mao Zedong bekritiseren of luidkeels ‘Free Tibet’ scanderen in een collegezaal zal dus onherroepelijk tot problemen leiden, maar wie de economische koers of het gebrek aan hervormingen aan de kaak stelt, komt daar vast mee weg onder de noemer van ‘academische vrijheid’.

Poppema voorziet dat er ondanks schriftelijke afspraken wel eens spanningen kunnen ontstaan, maar wijst erop dat de ervaring van andere buitenlandse universiteiten in China is dat de academische vrijheid gewaarborgd is. En, voegt hij er aan toe, „zo geweldig is de vrijheid op de Nederlandse campus ook weer niet. Die wordt in internationale vergelijkingen beschouwd als weak”. Voor hem is beknotting van de academische vrijheid een reden om de samenwerking te stoppen, zegt hij.

Verfbeurt

De komende twee jaar moet de nieuwe campus met hulp van werving- en selectiebureaus een internationale staf krijgen, die voor een derde uit Nederlanders, voor een derde uit internationale wetenschappers en voor een derde uit uit het buitenland terugkerende Chinezen bestaat. De faculteiten Economie en Bedrijfskunde en Wiskunde en Natuurwetenschappen zullen het spits afbijten.

Maar er moet nog veel geregeld worden. Op dit moment is de campus, of althans een klein deel ervan, nog in gebruik als dependance van de China Agricultural University met 900 studenten. Het atrium moet worden verbouwd tot een bibliotheek, het nieuwe onderzoekscentrum staat nog in de steigers en de nabijgelegen flats voor stafleden hebben een verfbeurt nodig of moeten nog worden afgebouwd.

Voor Wang Liu en Jiang Weijian, eerstejaarstudenten economie&bedrijfskunde en openbaar bestuur-management op de Yantai-campus van de China Agricultural University, kan het allemaal niet snel genoeg gaan. „In mijn eigen stad blijven wonen en toch op een buitenlandse universiteit studeren, dat is heel erg handig en veel minder duur voor mijn ouders”, zegt Wang Liu (22).

„Iedereen in China studeert tegenwoordig, want zonder universiteitsdiploma kan je het vergeten”, zegt zijn kamergenoot Jiang Weijian, zoon van een boekhouder bij General Motors. „We hebben alleen veel waardeloze tweede- en derderangs universiteiten. Met een buitenlands diploma zijn je kansen op een goede baan in China wat beter. Waarom wil iedereen anders met rijke ouders naar Amerikaanse of Engelse universiteiten?” Het Nederlandse ‘Gelooneng’en’ lijkt hem een uitstekend alternatief.