Amfitheater adverteerde Romeinse waarden

Het Romeinse rijk telde meer dan 300 amfitheaters, die een belangrijk exportproduct waren. Hoe belangrijk, dat toont een expositie met een reconstructie van een dierenlift en en het levensverhaal van een ‘Belgische’ gladiator.

Het Colosseum in Rome bij avond, om precies te zijn 18.12 uur op 22 juni 2015. De gladiatorengevechten hadden altijd aan het eind van de dag plaats. Foto Luc Daelemans

Een kleine processie in Tongeren trok de aandacht. Geofysicus John Nichols duwde een soort maaimachine op vier wielen door de Repenstraat. Steeds keek hij op een computer op het stuur. Naast hem liep archeologe Else Hartoch van het plaatselijke Gallo-Romeins Museum. Het tweetal was met een grondradar op zoek naar het amfitheater van Tongeren, afgelopen mei.

Aanleiding was de aanstaande tentoonstelling in het museum Gladiatoren – Helden van het Colosseum, die onlangs is geopend. Dat ook Tongeren een eigen amfitheater voor gladiatoren moest hebben gehad was duidelijk. Maar waar? Keizer Augustus had Tongeren (Atuatuca Tungrorum) in de eerste eeuw na Christus hoofdplaats gemaakt van de civitas (stamgebied) van de Tungri. In vergelijkbare Romeinse hoofdplaatsen, zoals Nijmegen in Nederland, Xanten en Trier in Duitsland, Metz in Frankrijk en Avenches in Zwitserland, zijn al resten en sporen van een amfitheater bekend. Het amfitheater was een Romeins exportproduct. Bij het museum in Tongeren hebben ze voor de tentoonstelling uitgezocht dat er verspreid over het Romeinse rijk in zeker meer dan driehonderd plaatsen een amfitheater is geweest. Alleen al in een uithoek van het rijk als Engeland waren er meer dan tien. Gevoegd bij de oude vondst in Tongeren van een beeldje van een gladiator, om precies te zijn een retiarius (netvechter), was duidelijk dat ook ergens in de bodem van Tongeren dikke muren schuil moeten gaan. Die muren zouden samen een ovaal vormen met afmetingen tussen de 100 x 90 meter (de maten van het amfitheater in Xanten) en 154 x 130 meter (Autun in Frankrijk).

Bij de zoektocht is er één probleem, zegt Hartoch. „Amfitheaters hadden geen vaste locatie in de stad, in de ene plaats lag het in het centrum, bij een ander zelfs buiten de muren.”

De Repenstraat en de nabijgelegen Sint-Catherinastraat en de Koolkuil leken een mogelijke locatie, omdat bekend was dat daar in de jaren dertig van de vorige eeuw bij de aanleg van het riool Romeinse muren met een dikte van meer dan twee meter waren aangetroffen. Helaas, de zoektocht in mei leverde uiteindelijk niets op.

Tegenover deze hopelijk voorlopige tegenvaller staat een eerdere bijzondere en voor de tentoonstelling zeer welkome ontdekking. Archeoloog Bart Demarsin is collega van Hartoch en betrokken bij de samenstelling van de tentoonstelling. Demarsin keek drie jaar geleden naar een televisieprogramma over het dagelijks leven in Rome; presentatrice was de Britse classica Mary Beard. „Plotseling hoorde ik haar vertellen over een urn voor Marcus Ulpius Felix: een gladiator afkomstig van de Tungri!” Demarsin kwam uit bij de Galleria Colonna in Rome, waar de asurn deel uitmaakt van de collectie. „De urn blijkt een kopie te zijn uit de zestiende of zeventiende eeuw, maar de inscriptie levert genoeg interessante informatie.’

Op de urn in de vorm van een kleine sarcofaag staat verdeeld over twee helften de volgende tekst: „Aan de goden en de geesten van het hiernamaals. Marcus Ulpius Felix, ‘Gallisch’ zwaardvechter, veteraan, 45 jaar oud, Tunger van afkomst. De vrijgelatene Ulpia Syntyche en hun zoon Iustus hebben dit grafmonument laten maken voor haar allerliefste echtgenoot die zich zeer verdienstelijk heeft gemaakt.”

Als Tunger moet Marcus Ulpius in de buurt van Tongeren zijn geboren. ‘Veteraan’ heette zowel een gladiator die zijn eerste gevecht had gewonnen, als een gladiator die na meerdere gevechten zijn carrière had beëindigd. Gezien zijn voor een gladiator hoge leeftijd – een gladiator werd gemiddeld iets ouder dan 27 jaar – heeft Marcus Ulpius zijn eretitel waarschijnlijk aan het einde van zijn carrière verdiend. Het is de vraag hoe hij gladiator is geworden. Hij kan een veteraan uit het Romeinse leger zijn geweest die aan het einde van zijn militaire loopbaan vrijwillig gladiator is geworden, maar hij kan ook een tot slaaf gemaakte krijgsgevangene zijn geweest. Felix is een naam die veel voor slaven werd gebruikt; zijn eerste twee namen zijn ook de namen van keizer Trajanus, die heerste van 98 tot 117, en kunnen er op duiden dat hij door Trajanus zelf is vrijgelaten en van hem burgerrechten heeft gekregen. Zijn vrouw was in ieder geval een vrijgelaten slavin, die gezien haar Griekse naam afkomstig was uit het oosten van het Romeinse rijk.

Kort zwaard, rechthoekig schild

Marcus Ulpius zal het gangbare trainingsprogramma in een gladiatorenschool hebben doorlopen. Dat hield onder andere in dagelijks aanvals- en verdedigingstechnieken oefenen. In het geval van Marcus Ulpius, die in het strijdperk trad als murmillo, ‘Gallisch’ zwaardvechter, gebeurde dat met een kort zwaard en een groot rechthoekig schild. Als bescherming droeg hij verder een helm voorzien van een kam, een gezichtsvizier en een brede rand, een leren riem om zijn rechterarm en -hand, en leren scheenbeschermers. Afgezien van een lendendoek droeg hij geen kleding. Het feit dat hij een echte Galliër was, zal zijn marktwaarde geen kwaad hebben gedaan. Hij is in elk geval zo succesvol geweest en heeft zoveel geld verdiend dat zijn vrouw een asurn voor hem kon betalen.

Plaats van handeling van de gevechten van Marcus Ulpius zal het toen al epische Colosseum zijn geweest, omdat het in die tijd in Rome de enige plek voor gladiatorengevechten was. Afgelopen zomer liet archeologe Rossella Rea, directeur van het Colosseum en initiatiefneemster van de na Tongeren verder reizende tentoonstelling, ter plekke een pas gemaakte levensgrote reconstructie zien van een van de houten liften waarmee wilde dieren vanuit de onderaardse kooien naar de arena werden getransporteerd. Een dagje Colosseum bestond in de Keizertijd namelijk altijd uit drie onderdelen: in de ochtend dierenjachten, in de vroege middag executies van ter dood veroordeelde misdadigers in de vorm van gevechten met gewapenden en tot slot de gladiatorengevechten.

De houten reconstructie van de lift is het tastbare resultaat van jarenlange samenwerking tussen Rosella Rea en Heinz-Jürgen Beste van het Deutsches Archäologisches Institut in Rome. Sinds 1996 is de Duitser bezig geweest het ondergrondse stelsel van het Colosseum in kaart te brengen. Aan de hand van gaten in plavuizen, en inkepingen en gleuven in stenen heeft hij de chronologie en werking van allerlei mechanismen kunnen achterhalen. Een brede goot stamt nog uit de tijd van de opening van het Colosseum in het jaar 80, toen de arena nog voor een scheepsgevecht onder water gezet kon worden. Met de latere bouw van het nu nog zichtbare gangenstelsel was zo’n spektakel niet meer mogelijk.

Enkele jaren geleden hadden Rea en Beste al een model gemaakt van een van de in totaal 28 liften waarmee wilde dieren naar de zeven meter hoger gelegen arena werden getakeld. De lift bestond uit een houten kooi en twee over twee verdiepingen verdeelde windassen die elk door vier mannen werden bediend.

Oude tamme wolf

Een Amerikaans filmproductiebedrijf, dat voor een documentaire over het Colosseum weer een wild dier in de arena wilde loslaten, maakte het mogelijk om de lift op ware schaal na te bouwen en te testen of het model van Rea en Beste met een maximumgewicht van 300 kilo echt werkte. Een oude tamme wolf had de eer om als proefkonijn te dienen en om als eerste wild dier na ongeveer zeventienhonderd jaar weer in de arena van het Colosseum losgelaten te worden.

Tot zeker na het midden van de vorige eeuw lieten ook wetenschappers zich bij hun onderzoek naar wat zich afspeelde in et Colosseum en de andere amfitheaters vooral leiden door morele bezwaren tegen het bloedvergieten in de arena. De laatste jaren ligt bij het onderzoek meer de nadruk op verklaren wat er typisch Romeins aan gladiatorenspelen was.

Daarbij gaat het onder andere om de vraag hoe en waar ze zijn ontstaan. Bart Demarsin van het Tongerse museum houdt het er op dat de gladiatorenspelen hun wortels hebben in de Griekse lijkenspelen. „Een fresco van rond 350 voor Christus met een bloederig tweegevecht onder toeziend oog van een scheidsrechter uit een tombe bij de vroegere Griekse kolonie Paestum in Zuid-Italië laat voor mij geen twijfel.”

Onderzoek aan skeletten uit een gladiatorengraf bij het Turkse Efese en inscripties op grafmonumenten die vertellen over de overwinningen én de soms meerdere nederlagen van gladiatoren hebben duidelijk gemaakt dat niet elk gevecht in de dood van een van de twee strijders eindigde. Het publiek besliste daarover. Zolang het een boeiend gevecht was geweest waarin beide strijders hun technisch kunnen, én deugd en dapperheid toonden, twee waarden waarmee Rome volgens de overlevering groot was geworden, was de kans groot dat beiden levend de arena verlieten.

Amfitheaters en gladiatorenspelen waren al met al een exportproduct dat een rol speelde bij de romanisering van onderworpen volkeren en nieuwe kolonies. Vandaar dat ze in Tongeren de zoektocht naar hun amfitheater nog niet hebben opgegeven, aldus Hartoch. „Er zijn nog drie locaties die we willen onderzoeken.”