Een jaar lang op pad met de premier

Hij laat zich het beste kennen door zijn gedrag. Een jaar lang op pad met de premier.

Op een parkeerterrein in het Limburgse dorp Ittervoort staat één man te wachten op premier Mark Rutte: Mathieu Brouns, 73 jaar. Het is woensdag 8 april, Rutte is op werkbezoek in Limburg en was net drie kwartier in een fabriek voor blaas- en slagwerkinstrumenten.

„Hee, hallo. Wat leuk”, zegt Rutte en hij geeft Brouns een hand. „Ik ben Mark. Maak jij ook muziek?” 

Mathieu Brouns speelt keyboard. Hij had muzikant willen worden, maar werd arbeider in de textielfabriek van zijn vader. „Heb je een telefoon bij je?” zegt Rutte. „Dan maken we een selfie.”

Brouns haalt een telefoon uit zijn jaszak, Rutte slaat een arm om hem heen. „Gezellig, man.” Hij pakt de telefoon van Brouns, glimlacht en maakt een foto.      

Met zijn raadsadviseur Economische Zaken en twee medewerkers van de Rijksvoorlichtingsdienst stapt Rutte in een busje. Ze gaan naar een bedrijf in Geleen dat wasdoekjes maakt voor de zorg en een hulpmiddel om steunkousen aan te trekken. Brouns kijkt hen na. Of hij blij is met de foto? Verbaasde blik. Dat was toch Rutte’s idee? „Ik vond het niet erg.”

Rutte op bezoek bij de fabriek van Adams Muziekcentrale in Ittervoort.  Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen.

Bij de rondleiding in de fabriek was Rutte tegen de directie en het personeel een paar keer begonnen over zijn eigen pianospel. Het is een van de weinige persoonlijke verhalen die Rutte graag vertelt: hij speelt piano vanaf zijn negende en had naar het conservatorium willen gaan, maar hij had te weinig talent. Een ongevaarlijk privéverhaal met een boodschap: er waren ook mislukkingen in zijn leven. Doorzetten loont.  

Op weg naar de uitgang van de fabriek vraag ik aan Rutte of hij nu nog pianoles heeft. Ik zie meteen dat hij geen zin heeft in zo’n vraag. Er komt een ongemakkelijk antwoord. „Nee, hoor. Nee. Daar heb ik het veel te druk voor met mijn familie.”

Mark Rutte geeft niet graag interviews. Tegen mensen in zijn omgeving zegt hij daarover: „Je hebt het hele weekend last van de kop in de krant en niemand leest wat je hebt gezegd.”

Hij zou nooit meedoen aan een verhaal waarvoor hij, zoals anderen in deze bijlage, gedurende het jaar meer dan één keer wordt geïnterviewd. Zelfs dan: in interviews zegt Rutte meestal weinig. En als er iemand is die weet dat politiek nu vooral gaat om beeld, is het Rutte zelf. Ik ga naar hem kijken en luisteren, een jaar lang. Op twee handelsmissies, bij werkbezoeken en congressen, als hij diploma’s of prijzen uitreikt en lezingen houdt, op campagne. 

Rutte zelf laat een paar keer merken dat hij het een raar idee vindt. Waarom zou je zoveel moeite doen? Je ziet, denkt hij, toch steeds hetzelfde vrolijke mannetje.

Dat is ook zo.

Op de eerste avond van zijn handelsmissie naar China, eind maart, spreekt Rutte voor een zaal met Chinese en Nederlandse ondernemers. Het worden mooie dagen, Nederland en China hebben een bijzondere relatie. Over zijn eigen rol zegt hij: „I’m here to open doors and close deals.” Hij kijkt de zaal rond. „Here in my text I expected some applause, so…

De Chinezen en de Nederlanders lachen en klappen hard.

Het is een grap die steeds terugkomt in Rutte’s toespraken. „Als u het met mij eens bent, had ik hier applaus voorzien.”

Tegen Engelstalig publiek begint hij vaak over het aanstaand EU-voorzitterschap van Nederland: „The Netherlands will have the EU-presidency in January, but I can’t call myself president and our king is very happy about that.

Als het op een buitenlandse reis gaat over zijn lengte, 1.90 meter, zegt Rutte: „In the Netherlands we drink too much milk, that’s why.

 

 

Rutte maakt niet steeds dezelfde grappen. De meeste zijn voor één keer en soms zijn ze op het gemene af. Zoals die tegen Michaël van Straalen, voorzitter van het Midden- en Kleinbedrijf, bij wie de mondhoeken een beetje naar beneden staan: „Ik zie dat je beteuterd kijkt, Michaël, omdat niet alle eisen van de kleine ondernemers in één keer worden ingewilligd. Of vergis ik me? Kijk je altijd zo?” 

Als de vierdaagse handelsmissie naar China voorbij is en de NOS-camera bijna draait voor het laatste interview, trekt Rutte zijn das recht en strijkt door zijn haar. „Ben je niet moe?” vraagt de televisieverslaggeefster. „Nee, joh”, zegt Rutte en hij gaat wat rechter op staan. Het vrolijke mannetje. „Leuk!”

Leuk?

Toen Rutte in 2010 premier werd, nam hij zich voor: ik ga geen rol spelen, ik ben zoals ik ben. En als hij wil uitleggen waarom hij is zoals hij is, vertelt hij over zijn ouders. Rutte’s vader was na de Tweede Wereldoorlog uit een jappenkamp naar Nederland gekomen, met drie kleine kinderen. Zijn vrouw had het kamp niet overleefd. Hij trouwde met haar jongere zus. Van de vier kinderen die zij samen kregen, is Mark Rutte de jongste. Hij was 21 toen zijn vader overleed. Een jaar later overleed een van zijn broers aan aids. 

Zijn vader leerde hem dat je niet van jezelf moet denken dat je veel voorstelt. „Blijf jij maar op de kleine steentjes lopen.” En dat iedereen respect verdient. Van zijn moeder leerde hij dat je altijd vooruit moet kijken. Zij is nu in de negentig en kijkt, als we Rutte kunnen geloven, nog steeds vooruit.

Hoe krampachtig Ruttes vrolijkheid een enkele keer ook is, het kost hem zichtbaar meer moeite om ernstig over te komen op serieuze bijeenkomsten zoals herdenkingen, de persconferentie over het MH17-rapport of die na de aanslagen in Parijs. Voor zulke gelegenheden heeft hij een Vastberaden Blik: hij kijkt een beetje naar beneden en zet zijn lippen stevig op elkaar, bijna in een grimas en soms om de paar seconden.

Als de NOS-camera draait, aan het eind van de handelsmissie, begint Rutte over de nauwe economische betrekkingen met China. Maar dan ziet hij zichzelf in de lens en zegt: „Even stoppen.” Hij kijkt nog eens en duwt een plukje haar van zijn voorhoofd terug bij het andere haar. 

Het haar van Ruttes voorganger Jan Peter Balkenende zat ook altijd perfect in model. Maar die veranderde wel een keer van kapsel, wat meteen nieuws was, en hij nam risico’s die Rutte nooit zal nemen: bij een werkbezoek stapte hij op een skateboard en viel. Als Rutte een sportevenement opent, komt hij met opgestroopte mouwen, maar raakt geen bal aan.

In de fabriek in Geleen, op 8 april, mogen Rutte en zijn medewerkers de productielijn van wasdoekjes alleen zien als ze speciale pakken en haarnetjes dragen. Verslaggevers en fotografen gaan alvast naar binnen, in pak en met een netje op, en wachten. En wachten. Ineens schuift er een zijwand open en kijkt de delegatie van Rutte vanaf een gang naar de productielijn, zonder speciale kleren. Rutte wijst naar de journalisten en begint te lachen.

Waarom kwam híj niet binnen? „We liepen uit de tijd”, zegt zijn woordvoerder. Of waren het die kleren? Dat netje? „Voor de foto leek het me niet verstandig”, zegt Rutte zelf. „En we liepen uit de tijd.”

Uit de tijd? Onderweg naar het volgende bedrijf staat het busje van de delegatie een tijdje stil bij een tankstation, omdat Rutte anders te vroeg zou aankomen.

Je kunt het overdreven noemen. Of juist heel slim. De foto van de Amerikaanse presidentskandidaat John McCain in 2008, met zijn tong uit zijn mond en zijn handen naar voren, was de nachtmerrie in zijn campagne. Een afschrikwekkend voorbeeld voor politici zijn ook de beelden van de vroegere Britse Labourleider Ed Miliband die een broodje met bacon probeert weg te krijgen.

De beruchte foto van John McCain, na een televisiedebat met zijn rivaal Barack Obama. 

Op zijn handelsmissie naar de Amerikaanse stad Atlanta, begin oktober samen met de Vlaamse minister-president Geert Bourgeois, valt het de Vlaamse journalisten op: Rutte zakt meteen op zijn knieën als de kinderen van de Nederlandse school met tekeningen aankomen en hij weet waar de camera’s staan. Van hún minister-president is op foto’s met de kinderen een achterhoofd te zien. 

Bij elk werkbezoek en op elke campagnebijeenkomst zijn er mensen, oud en jong, autochtoon en allochtoon, die met Rutte op de foto willen. Vaak neemt hij de foto’s zelf. De mensen naast hem weten van de zenuwen lang niet altijd meer hoe het moet. 

Rutte wel. En als hij op schoolpleinen of in winkelstraten met pubers op de foto gaat en een arm om hen heen slaat, zullen die meisjes of jongens daarna niet weglopen met het idee dat de premier hen heeft aangeraakt. Bij hen legt Rutte zijn hand in een ‘kommetje’ op hun schouder: gekromde vingers, geen platte hand. 

De handelsmissie naar China, samen met (dan nog) PvdA-staatssecretaris Wilma Mansveld, begint zoals hij gewend is. Al zijn er wel wat veel Chinese ceo’s en managers die met hem op de foto willen. Maar wat hij de volgende dag meemaakt, is nieuw. Bij de ingang van de researchcampus van Philips staan honderden jonge werknemers, vooral meisjes, naar hem te joelen. Ze worden tegengehouden door bewakers. Rutte zwaait en loopt even naar hen toe voor de foto’s.

Op de Chinese variant van Twitter, We Chat, was rondgegaan dat de Nederlandse minister-president, die een appartement heeft in de Haagse wijk Benoordenhout, nog bij zijn moeder woont. En dat zij zijn overhemden voor hem wast en strijkt. „Voor ons klinkt het vreemd,” zegt een Nederlandse medewerker van Philips in Shanghai, „maar Chinese meisjes vinden dat heel spannend”.

In het kantoor van Philips lopen Rutte en Mansveld een grote trap op. Ze kijken uit op een zaal waar ook medewerkers staan te gillen. Dat is het moment waarop Rutte, de man die van zijn vader op de kleine steentjes moest blijven, even niet meer weet hoe hij moet reageren. Hij roept: „Dit is mijn collega, minister Wilma Mansveld.” De jongeren kijken niet naar Mansveld.

Er zijn politici – PvdA-leider Diederik Samsom hoort erbij – die de straat op gaan om met mensen te praten. Ook als die mensen heel boos zijn. Rutte gaat niet de straat op voor serieuze gesprekken. Als iemand de kans krijgt om tussen de selfie-makende fans door iets tegen hem te zeggen over lokale politiek of zieke ouders, heeft hij daar aandacht voor. Maar hij loopt meteen weg als in Breda, bij het begin van de VVD-campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen, een man naar hem roept: „VVD, Vuile, Vieze Dieven.” En: „Een fles wijn van 127 euro, van dat geld moet een bijstandsmoeder drie weken leven.”

De affaire met Tweede Kamerlid Mark Verheijen, die privékosten en een deel van een duur etentje (met wijn van 127 euro) declareerde bij de provincie Limburg, is dan net voorbij. Rutte had het nieuws over Verheijen eerst „opgepompt” en „tendentieus” genoemd, maar gaf later toe dat hij dat beter niet had kunnen zeggen. De VVD-integriteitscommissie vond dat Verheijen weg moest en Rutte noemde dat toen „logisch”. 

Voor aankomende leiders is het een bekende les: als je de beste beslissingen wilt nemen voor je bedrijf of organisatie, creëer voor jezelf dan zoveel mogelijk vaste gewoonten, rituelen. Hoe minder je hoeft na te denken over kleine besli ssingen, hoe meer ruimte er in je hoofd over is voor de grote en belangrijke.

Rutte vindt het geen punt dat hij steeds dezelfde verhalen en grappen vertelt, omdat het niet steeds voor hetzelfde publiek is. Hij vindt dat de beelden die hij gebruikt, moeten kloppen. Zoals deze, waar hij heel tevreden over is: „Als ik niet de politiek in was gegaan, was ik zo’n boze brievenschrijver geworden in de Telegraaf.”

Rutte hecht ook aan vaste gewoontes: elke maandagochtend cappuccino halen bij altijd hetzelfde café en dan doorlopen naar zijn overleg met PvdA-vicepremier Lodewijk Asscher op het ministerie van Sociale Zaken. En hij houdt zich graag aan vaste regels voor zijn gedrag als premier en VVD-leider. Hij reageert in het buitenland nooit op binnenlandse kwesties. En: je eigen mensen, VVD’ers, neem je zoveel mogelijk in bescherming. Hij wil op handelsmissies geen enorme suite als hotelkamer en zal op bijeenkomsten in de regen ook nooit onder een paraplu gaan staan als niet iedereen een paraplu heeft.

Er zijn momenten in het jaar dat ik Rutte zie denken, als hij me ziet: daar heb je haar weer. Er zijn heel veel momenten waarop ik denk: waarom doet hij zo? En denkt hij écht dat hij geen rol speelt? In een interview zou ik het hem vragen – en er dan zo goed als zeker geen echt antwoord op krijgen. Rutte moet niets hebben van wat hij „gepsychologiseer” noemt.

Ik vraag een hoogleraar klinische psychologie uit Brussel, Ariane Bazan, om via YouTube te kijken naar acht optredens van Rutte: in verkiezingsdebatten op televisie, in de Tweede Kamer, interviews, op campagne. Bazan volgt de Belgische politiek, ze is links, over Rutte weet ze weinig. In de optredens ziet ze „een uiterst gedreven en ook verbeten man”. „Met een grote driftigheid, hij meent het, én een grote controle. Driftigheid heb je nodig om iets te willen en ergens te komen. Controle om ervoor te waken dat de weg erheen niet te wild en te explosief wordt.” 

 

 

Ze ziet ook een politicus die in televisiedebatten niemand onderbreekt, maar wel elke eerste milliseconde van stilte gebruikt om het woord over te nemen. „Hij heeft geen last van onbewuste complexen over zijn macht: hij gunt zijn tegenstander niets méér dan hij uit respect moet gunnen. Politici slikken soms even als de ander applaus krijgt, omdat ze daar toch van slag van zijn, al is het minimaal. Daar zie je niets van bij Rutte. Hij staat er zodra de ander is uitgesproken waardoor het applaus, als dat er is, snel stil valt omdat het publiek Rutte wil horen. Dat geeft een tegengesteld effect: het applaus wordt aarzelend handgeklap.”

In debatten in de Tweede Kamer, al zijn die zonder applaus, is het niet anders. Rutte maakt de indruk dat hij argumenten van Kamerleden al heeft doordacht en weerlegd voordat ze die helemaal hebben uitgesproken. En wat opvalt: als zij steeds weer met dezelfde vraag komen, komt de premier van de vaste verhalen toch bijna nooit met steeds dezelfde reactie. Als een vraag hem niet goed uitkomt, zoekt hij steeds naar nieuwe formuleringen om die te ontwijken.

Eind juni ziet het ernaar uit dat Griekenland uit de euro wordt gezet. Uit vertrouwelijke notulen van de EU-top in die dagen blijkt dat vooral bij Rutte het geduld met de Grieken op is. Hij wil niet dat de eisen voor een nieuwe lening worden afgezwakt. Wat hem betreft komen de EU-leiders snel weer bij elkaar om „vervolgstappen te bespreken”. Griekenland zou dan failliet gaan.

Dat het zover niet komt, is een opluchting voor wie de EU graag overeind houdt. Voor Rutte betekent de lening dat hij zijn verkiezingsbelofte uit 2012 verbreekt: ‘Geen cent meer voor de Grieken’. Mensen in zijn omgeving zeggen: dit vindt hij echt erg.

 

 

Rutte begint wel vol goede moed aan het debat erover in de Tweede Kamer, half augustus. Het is aangevraagd door Geert Wilders, de enige partijleider die in 2012 dezelfde verkiezingsbelofte had gedaan. Rutte noemt het „buitengewoon vervelend” dat hij zich er niet aan houdt. Maar in 2012 kon „geen mens er in de verste verte rekening mee houden” dat de Grieken extra geld nodig zouden hebben. De andere fractievoorzitters horen hem zeggen: jullie zagen het toen verkeerd en dat nu blijkt dat ík het verkeerd zag, was niet te voorzien.

„Niet wegzwijnen, meneer Rutte”, zegt Jesse Klaver van GroenLinks. „Niet wegzwijnen, minister-president. U probeert iets goed te praten wat niet goed te praten valt.” Rutte raakt geïrriteerd. Als ChristenUnieleider Arie Slob vraagt waarom de premier er „een sfeertje van inhoudelijke gronden omheen creëert”, ook al weet iedereen dat het „electorale gronden” waren, zegt hij: „Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.”

De keurige Slob neerzetten als een valse politicus? Het komt niet meer goed. Rutte kan geen nieuwe formuleringen meer vinden voor hetzelfde, een paar keer zegt hij: „Ik verwijs terug naar mijn vorige antwoord.”

 

 

Helemaal aan het eind van het jaar komt het debat dat Rutte zelf „het moeilijkste uit mijn politieke leven” noemt: over een deal met drugshandelaar Cees H. en een heel groepje VVD-politici dat op het ministerie van Veiligheid en Justitie de ene na de andere foute inschatting heeft gemaakt. Rutte lacht niet en geeft veel fouten toe. 

Hoe slecht de affaire ook is voor de VVD en dus voor de VVD-leider, en hoe lastig het ook is voor Rutte om te zeggen dat hij „te weinig op de bal” zat en de VVD’ers maar liet aanrommelen, in het debat zelf heeft hij het niet echt moeilijk. Hij houdt de controle over zijn deemoed en geeft niets méér toe dan hij van tevoren van plan was – de waarheid over de deal met H. verdoezelen was volgens hem nooit het doel. En hij blijft opgewekt. „Alexander, gefeliciteerd”, roept hij naar D66-leider Pechtold die jarig is. En: „Ik kan je nu even geen hand geven. Dat wordt verkeerd uitgelegd.” 

Een motie van afkeuring tegen het kabinet wordt daarna gesteund door bijna de hele oppositie.

Rutte had woensdag zwaar tijdens het Kamerdebat over het rapport van de commissie-Oosting. Foto ANP / Valerie Kuypers.

Het is vast en zeker nuttig in je leven als leider om veel vastigheid te hebben. Het is ook niet erg als je er zó aan gewend bent dat iedereen altijd met je op de foto wil, dat je per ongeluk Mathieu Brouns uit Limburg ook met een selfie naar huis laat gaan. 

Rutte is zich wel eens gaan voorstellen aan de bediening in een restaurant, buiten Nederland: „Hallo, ik ben Mark.” Mark? Rutte ging daarna in een hoek zitten lunchen met een paar mensen. Er was tijd over in een officieel programma en Rutte had die pauze nog niet helemaal tot zich laten doordringen.

Ook niet erg.

Het wordt ingewikkelder als je te snel ‘opkomt voor je eigen mensen’, zoals bij VVD’er Verheijen. En dan was er ‘Oranje’.

Op de avond dat VVD-staatssecretaris Klaas Dijkhoff in het Drentse dorp Oranje wordt belaagd door boze burgers, is het middag in de Amerikaanse stad Atlanta. Daar komt Rutte, op handelsmissie, net uit het hoofdkantoor van Coca-Cola. Hij belt met Dijkhoff. Daarna gaat hij naar een herdenkingsbijeenkomst voor gesneuvelde militairen uit de staat Georgia, samen met de gouverneur van Georgia, Nathan Deal.

In Nederland wordt de ophef over ‘Oranje’ in de loop van de avond steeds groter, in Atlanta is bij Rutte niets te merken van onrust of gebrek aan concentratie. Hij wil niet afwijken van zijn „hoofdregel”: niet reageren vanuit het buitenland. Van een afstand zou hij de emoties in Nederland misschien niet goed inschatten. En hij heeft andere dingen aan zijn hoofd. Een week eerder heeft gouverneur Deal de executie laten doorgaan van een vrouw die haar man had laten vermoorden door haar minnaar. Het is voor het eerst in zeventig jaar dat in de staat Georgia de doodstraf is uitgevoerd bij een vrouw. Rutte zal de gouverneur erop aanspreken. 

Na de koffie met Deal belt Rutte met Asscher. Nee, zegt hij daarna tegen de Telegraaf en NRC: „Ik zeg niets over Oranje. Ik reageer nooit vanuit het buitenland.”

Rutte’s zwijgen wordt in Nederland een verhaal op zich. Op Twitter is #waarisRutte een hit, samen met de foto’s van zijn bezoek aan Coca-Cola. Rutte dineert die avond met ondernemers en in zijn toespraak rekent hij twee keer op een warm applaus: „Als u het met me eens bent.”

Het beeld dat tijdens de onrust in Oranje ontstond: Rutte op bezoek bij Coca Cola, terwijl Nederland in brand staat. Foto EPA / Erik S. Lesser.

De volgende dag zegt Rutte toch iets. „Want het is nu wel heel groot geworden.” Hij belt „om het uur” met Dijkhoff en begrijpt de ongerustheid. „Maar van mensen blijf je af.” Waarom zei hij dat niet een dag eerder? „Ik wil altijd eerst de feiten kennen en als ik daardoor een pr- risico loop, neem ik dat op de koop toe.”  

Mark Rutte, zegt een hoge ambtenaar die hem al heel lang kent, geeft je snel het gevoel dat je zijn vriend bent. „Je weet dat dat onzin is, het is toch leuk.” Van de Belgische motoragenten die hem altijd begeleiden als hij in Brussel is, kent Rutte de verjaardagen uit zijn hoofd. Toen op een handelsmissie in Rusland, een paar jaar geleden, een medewerker van werkgeversorganisatie VNO-NCW uitgleed en op zijn hoofd viel, kwam Rutte een paar keer vragen hoe het met hem ging.

Rutte ging dit jaar op bezoek bij wijkverpleegkundigen, politieagenten en medewerkers van de vreemdelingendienst IND. Hij had vrijwilligersorganisaties langs in het Torentje. Maar nooit met journalisten erbij. Wat de buitenwereld mag zien van Rutte als premier zijn lezingen, optredens bij ondernemers, bezoeken aan scholen en vooral ook aan heel veel bedrijven.

Als de ene na de andere politicus afschuw toont over het verdronken Syrische jongetje op een Turks strand, doet Rutte dat ook als journalisten hem ernaar vragen. „Dit raakt je tot in het hart.” Maar heel makkelijk komen die woorden er niet uit. Rutte houdt er niet van als politici laten zien hoe groot hun inlevingsvermogen is en hij denkt dat burgers zulke politici wantrouwen. Want wat heb je aan gevoelige speeches of gedeelde zorgen als, en dit is zijn favoriete voorbeeld, de lantaarnpalen ’s avonds niet aan gaan?

Dat die lantaarnpalen bij hém veilig zijn, is misschien wel de belangrijkste boodschap van al zijn bedrijfsbezoeken. In dienst van economie en welvaart ziet Rutte het als zijn taak om het land politiek stabiel te houden. En al zei hij eerder dit jaar dat het „geen doel op zich” was om de coalitie van VVD en PvdA overeind te houden tot de verkiezingen van 2017, volgens mensen die hem goed kennen, wil hij een premier zijn die in elk geval één kabinet heel heeft kunnen houden. 

Als Rutte op handelsmissies hoort over problemen van Nederlandse bedrijven met partners in het land dat hij bezoekt, helpt hij soms door hen samen in een hoekje te zetten om te praten. Hij blijft erbij staan, maar bemoeit zich niet met het gesprek.

Als de dierentuinen graag willen dat Nederland net als België Chinese panda’s krijgt, gaat Rutte daarvoor aan het werk in zijn contacten met Chinezen. Al blijft hij er luchtig over doen. In een gesprek met Elio Di Rupo, in de tijd dat die nog premier is van België, begint Rutte met: „Eerst de belangrijke kwesties, Elio. Hoe kom je aan die panda’s? Heb je een tip?” Di Rupo, tevreden over zijn succes in China, zegt: „Zorg ervoor dat je hok schoon is, Mark.”

Er zijn VVD’ers die even schrikken: op hun najaarscongres in Rotterdam noemt Rutte de Grote Dikke Ik. Dat was ook al het thema in zijn speech op het voorjaarscongres. Moet Rutte bij VVD-publiek nu steeds denken aan graaiers, fraudeurs en bankiers die liever naar het buitenland gaan als ze geen grote bonussen krijgen?

 

 

Net voor Ruttes toespraak was er een optreden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en Rutte vertelde dat hij in zijn tijd bij Unilever directeur had willen worden van dat orkest. „Ik kwam niet verder dan de brievenprocedure.”

Weer zo’n mislukking uit zijn carrière – die een Dikke Ik nooit zou vertellen. Rutte zegt hoe Nederland volgens hem uit de economische crisis is gekomen: door de hardwerkende Nederlanders, niet door de Dikke Ikken. En dan: „U kent vast die grote Romein uit Asterix en Obelix aan wie wordt gevraagd: ‘Wat vindt hij ervan?’ Wie? ‘U’ Ah, híj.” 

Een Romein die in de derde persoon enkelvoud aangesproken wil worden, maar dat zelf soms vergeet – voor de zaal is het te ingewikkeld, er wordt niet gelachen. Rutte praat door over de ‘waarden’ van de harde werkers. „Die hebben ons op een nuchtere manier uit de crisis gehaald en dat zijn de waarden waar wij als VVD altijd voor zullen staan.” Hij is even stil, het applaus komt vanzelf.

Op 14 oktober is minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders op bezoek bij zijn Britse collega. Zijn kleren zitten bijna altijd slordig, maar nu is het alsof hij een dossier onder zijn overhemd heeft gestopt. De Twitter-grap die rondgaat: Koenders draagt een kogelvrij vest.

Op 15 oktober komt Rutte aan bij het Vlaams parlement in Brussel met een mobiele telefoon in zijn binnenzak. „Die moet ik nog wegstoppen”, zegt Rutte, net voordat de foto’s van zijn aankomst worden genomen.

Het zou een perfect beeldjaar zijn geweest voor Rutte, als het in de lente niet was misgegaan bij Friet van Piet in Groningen. Hij was op werkbezoek in het noorden en zou om 16:15 uur aankomen bij de snackbar. Maar het programma liep uit en Rutte was er pas rond etenstijd. Hij kreeg friet en een Groningse eierbal, een streekproduct dat hij niet wilde weigeren. Het ding oppakken en erin happen was het enige wat hij kon doen. Met mes en vork zou het er ook belachelijk hebben uitgezien.

Op de foto, de volgende dag in de Telegraaf, zie je dat Rutte met de bal half in zijn mond probeert om te lachen. Maar hij ziet er ongelukkig uit.

De beruchte foto van de Rutte met de eierbal. Foto ANP / Siese Veenstra.

Dat is eens en nooit weer.

Op de dijk in Volendam, in het najaar, krijgt Rutte een ijsje. Hij is op campagne voor de gemeentelijke herindelingsverkiezingen. „Met slagroom”, zegt hij. Als de VVD-stoet verder trekt, roept een fotograaf: „Neem eens een likje.” „Nee, joh”, zegt Rutte. „Ik heb dat gedaan met een Groningse eierbal. Die foto is nu instructiemateriaal op de VVD-website: hoe het niet moet.”

Bij elk cadeau dat hij op werkbezoeken of handelsmissies krijgt, zegt hij: „Ik geef het nu aan mijn medewerker, maar ik krijg het straks terug.” Rutte wil niet dat mensen die moeite voor hem doen, denken dat hij hun cadeaus onbelangrijk vindt. 

Maar dat ijsje, daar moet hij echt van af. Zijn politiek assistent neemt het van hem over. Als Rutte tien minuten later weer langs de ijskar loopt, roept de ijscoman: „Ik heb het wel gehoord. Je hebt ’m weggegooid.” Rutte zwaait en loopt door.

Naschrift (20 december 2015): In een eerdere versie van dit interview stond per abuis dat het voor de eerste keer in zeventig jaar was dat in de Verenigde Staten de doodstraf werd uitgevoerd bij een vrouw. Dat moet zijn: in de staat Georgia. Hierboven is dat aangepast. [red.]