Wil de gemeente Bonaire wel Nederlands zijn, dat is de vraag

Bonaire spreekt zich vandaag uit over de band met Nederland sinds 2010. Nederlandse regels, haast en arrogantie wekken weerstand op het eiland. Moeten de Bonairianen meer zeggenschap krijgen?

Foto ANP

Chago Melaan, wiskundeleraar op Bonaire, plaatste onlangs een bord in zijn tuin met de tekst „Minder Makambas” (Nederlanders) en „de slavernij is in 1863 afgeschaft”. Daarmee verwoordde hij gevoelens die bij een groot deel van de Bonairianen leven.

Melaan lichtte zijn actie in media toe: „Bonaire is opnieuw gekoloniseerd. We zijn tweederangsburgers op ons eigen eiland geworden. Niet wij, maar de voormalige Nederlandse onderdrukkers, de Makambas, hebben het voor het zeggen.” Zijn woordkeuze vergoelijkte hij met: „In Nederland roept men ‘minder asielzoekers’ en ‘minder Marokkanen’. Waarom mag ik dit dan niet zeggen?”

Melaan kreeg zowel kritiek als bijval. De toon van de campagne voor het referendum op Bonaire was in elk geval gezet. Vandaag, vrijdag 18 december, gaan de eilandbewoners naar de stembus om zich uit te spreken over de relatie met Nederland zoals die sinds 2010 bestaat. Zijn ze het eens met de manier waarop die band vorm heeft gekregen, is de vraag.

Den Haag bepaalt

De Nederlandse Antillen werden op 10-10-10 opgeheven. Vanaf dat moment waren Bonaire en de kleinere eilanden Saba en Sint Eustatius bijzondere gemeenten van Nederland. Curaçao en Sint Maarten kregen de status aparte. Sindsdien wappert de Nederlandse vlag op Bonaire, bepaalt Den Haag wat er gebeurt, en verhuisden duizenden Nederlanders naar het eiland. Ze kwamen vaak voor een tijdelijke functie bij een van de nieuwe overheidsdiensten, of puur om hun geluk te beproeven in dit stukje Nederland.

Op Bonaire gelden nu dezelfde regels als in Nederland, en het eiland kent ook verworvenheden als homohuwelijk en euthanasie. Maar sociale uitkeringen zijn niet volledig gelijkgetrokken, de kinderbijslag is bijvoorbeeld lager.

Ook in ander opzicht is het slikken voor Bonairianen. Zo hebben Nederlandse regels het minder makkelijk gemaakt een eigen zaak te openen, is geld lenen bij de bank moeilijker geworden en worden voor de betere banen specifieke opleidingseisen gesteld. Daardoor zijn het vaker Nederlanders die deze banen krijgen.

Onderwijzeres Clarissa Valentijn klaagt: „Ik heb het sinds 2010 slechter gekregen. Het leven is veel duurder, prijzen zijn hoger en de lonen zijn niet mee gestegen. Het is wel wrang om dan te zien hoe goed de Nederlanders het hier hebben.”

Over de kwaliteit van het onderwijs is ze positiever. „Dat is verbeterd. We hebben meer middelen en materiaal. Ook in infrastructuur en veiligheid is behoorlijk geïnvesteerd.”

Toch stemt ze ‘nee’ bij het referendum, want ze is niet te tevreden over de band met Nederland. „Ik denk dat er nog heel veel gedaan moet worden.”

Het referendum vloeit voort uit afspraken die werden gemaakt bij de opheffing van de Antillen. Vanwege het ‘zelfbeschikkingsrecht van volken’ mocht Bonaire zich na vijf jaar uitspreken over de invulling van de nieuwe staatkundige structuur. Douwe Boersema, voorzitter van de referendumcommissie: „Het gaat er nu om of de bevolking tevreden is over de invulling. Afhankelijk van de uitslag moeten we kijken of we weer om de tafel gaan zitten met de koninkrijkspartners. Is een vrije associatie met Nederland bijvoorbeeld beter? De bevolking heeft dan meer zeggenschap. Of moet Bonaire juist volledig worden geïntegreerd in Nederland, zodat het ook werkelijk gelijke rechten en plichten heeft?”

Onvrede en armoede

Een evaluatiecommissie onder leiding van oud-minister Liesbeth Spies was in oktober uiterst kritisch over vijf jaar Caribisch Nederland. Ze constateerde onvrede bij veel bewoners, gegroeide armoede en sterke verdeeldheid tussen Bonairianen en Nederlanders.

De sfeer is veranderd op het eiland, merkt ook Marion Jeursen (58), een Nederlandse die sinds 2006 op het eiland woont en met haar man een onderhoudsbedrijf heeft. „Ik begrijp die mensen met anti-Makambaborden wel. Kijk, ik woon tussen Bonairianen, spreek Papiamento en hou van de cultuur hier. Maar de nieuwe groep Nederlanders is totaal anders. Ze hebben een houding van: ik hoef me niet aan te passen, want het is een Nederlandse gemeente.”

Jeursen klaagt over de plotselinge haastcultuur op het zo rustige Bonaire. „Nederlanders snauwen caissières af als ze te langzaam werken en in het gemoedelijke verkeer hier toeteren ze als het niet snel genoeg gaat.”

Wel stemt Jeursen vandaag ‘ja’. „Omdat ik bang ben dat Nederland anders zijn handen terugtrekt en ons aan ons lot overlaat.”

Chago Melaan, met de kritische borden in zijn tuin, heeft die angst niet. Vrijheid, dat is voor hem het belangrijkst.