Wij nemen u echt niet kwalijk dat u zanikt

Wist u dat Frédéric Chopin altijd een potje Poolse aarde bij zich droeg? Na zo’n mededeling lees je vanzelf verder in deze fraaie bundel met 55 levendige stukken over poëzie, en over zoveel meer dan dat.

Uit: Robert Lowell: ‘To Speak of Woe That is in Marriage’.

Je slaat het boek open en stuit op een gedicht van Robert Lowell: ‘To Speak of Woe That is in Marriage’. Er is een vrouw aan het woord. Zij beschrijft de zwoele avond: de slaapkamerramen staan open en de magnolia, voor het raam, staat in bloei. ‘Life begins to happen’ zegt ze. Daar kunnen we ons wel iets moois bij voorstellen. Maar al snel blijkt dat dit begin niet de voorbode is van een romantische scène, maar juist van de zoveelste nacht vol ruzie, angst en vernedering.

Na veel gebekvecht gaat de man opgefokt de straat op, achter de hoeren aan, en komt om vijf uur ’s nachts dronken weer thuis. En dan? ‘My only thought is how to keep alive’ zegt de vrouw in haar rauwe monoloog. En toch rijmen alle regels. ‘Each night now I tie / ten dollars and his car key to my thigh.’ Tien dollar en de autosleutels altijd op zak – om op elk moment te kunnen wegvluchten. Zo ver is het nog niet. Ze laat het maar weer gebeuren: in de laatste regels kruipt hij met zijn volle gewicht boven op haar om, met de nodige moeite, aan zijn gerief te komen. ‘Gored by the climacteric of his want, / he stalls above me like an elephant.’ ‘Met de penopauze in mijn vlees geplant, / verplettert hij me als een olifant.’ Benno Barnard nam het gedicht op in Mijn gedichtenschrift, een bundel met 55 stukken over poëzie. Hij vertaalde het, voorzag het van uitleg en gaat uitgebreid in op wat je wel het thema van het gedicht mag noemen: het huwelijk. Niet als een literator, maar als een columnist, met eigen opvattingen over dat instituut. Heel in het algemeen wil Barnard (‘ongescheiden vader’) de huwelijkstrouw wel verdedigen, maar in dit geval wordt het ook hem te gortig; hij adviseert een scheiding. Zijn stuk is helder en onderhoudend.

Vrouwenbeweging

Tegenover het gedicht van Lowell zet hij een gedicht van Emily Dickinson, over een zich gedwee naar de eisen van het huwelijk voegende vrouw. Ook dat gedicht vertaalt hij. En ook hier vormt het de aanleiding voor een kleine verhandeling over het huwelijk en de afschaffing van het geschiedenisonderwijs in de jaren zestig (‘neemt u me niet kwalijk dat ik daar weer over zanik’). Je zou Dickinsons gedicht kunnen lezen als ‘een pamflet voor de vrouwenbeweging’ en tegen het huwelijk, maar hij leest het toch eerder ‘als een ode aan getrouwd gebleven vrouwen.’

Zo heb je dan twee geweldige gedichten, twee mooie vertalingen, een historische uiteenzetting, een betoog, een column en een autobiografische verhandeling bij elkaar – in een goed geschreven, levendig en geestig stuk. En zo zijn die andere 54 stukken ook. Steeds is een gedicht de aanleiding. Er zitten onbekende en bekende namen bij (Goethe, Auden, Brodsky), van lang geleden (Sappho, Hadewych, Hooft) en van nu (Luuk Gruwez, Ingmar Heytze).

Barnard heeft een voorkeur voor onbekende talen als het Gaelic en het Shetlands, en meer in het algemeen voor exotische taal, vreemde etymologieën en gekke spelling, met alle geblader in woordenboeken van dien. De stukken gaan over van alles en nog wat. Barnard schrijft helder over technische zaken als metrum en rijm. Hij kan soepel dichters in een paar regels portretteren. En hij verbindt zijn literaire waarnemingen gemakkelijk met politiek, sociologie, geschiedenis, filosofie, muziek en religie. En altijd is hij persoonlijk en eigenzinnig aanwezig – op het irritante af. Hij heeft zo zijn eigen stokpaardjes, maar hij weet dat zelf. Hij dweept met zijn voorkeur voor het oude Europa van de Habsburgse Dubbelmonarchie en de 19de-eeuwse burger. Hij heeft een afkeer van internet, Google en e-boeken, en meer in het algemeen van de moderne tijd die volgens hem in 1914 begonnen is. Barnard weet wel zeker dat toen ‘de wereld begon te vergaan.’

Hij komt nu, honderd jaar later, met zijn eigen gedichtenschrift. Je hoeft het niet altijd met iemand eens te zijn om hem graag te willen lezen. Op elke bladzijde van Barnard is wel een mooie regel, een bijzonder citaat, een goede grap, een sterk beeld of een frappant weetje te vinden. Wist u wel dat Frédéric Chopin altijd een potje Poolse aarde bij zich had? Na zo’n mededeling lees je vanzelf verder. Dit lijkt mij dus een ideaal boek over poëzie. Eén bezwaar: er zit geen register in. Dat wil ik wel maken, voor de tweede druk.