Bestuurders corporaties blijven zitten

Door de strengere normen voor maximale beloning blijven bestuurders bij woningcorporaties zitten en stokt de doorstroming. Dat zeggen headhunters die betrokken zijn bij de benoemingen van bestuurders.

Twee jaar geleden werd de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) ingevoerd. Doordat er een overgangsregeling geldt van zeven jaar, is het voor bestuurders niet interessant meer om hun baan op te geven. In een nieuwe baan zouden ze fors in salaris achteruitgaan.

Volgens de wet mogen bestuurders van (semi)publieke instellingen, waaronder woningcorporaties, niet meer verdienen dan een minister. Volgend jaar is het algemene maximum 179.000 euro. De helft van de corporatiedirecteuren verdient nu nog bijna 33.000 euro meer.

Als je netto duizend euro per maand moet inleveren, zegt headhunter Frank Brummelhuis van QuiEs Executive Search, is dat voor veel bestuurders een goede reden om te blijven zitten. Ook in een deze week verschenen evaluatierapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken over de wet wordt het effect dat de doorstroom van topfunctionarissen stokt, „zeer aannemelijk” genoemd.

Een ander gevolg van de strengere beloningsnormen is dat er een ander type bestuurder solliciteert. Meer maatschappelijk betrokken, volgens deskundigen, vaker vrouw en vaker van buiten de sector. Volgens Brummelhuis komt dat laatste doordat mensen denken dat ze er „makkelijker tussenkomen” nu goedbetaalde managers intern niet meer zo graag doorstromen naar een bestuurderspositie – vanwege het lagere salaris.