Tussen de verf doemen schimmen op

Aan het eind van de vorige eeuw hoefde je er als jonge kunstenaar eigenlijk niet serieus mee aan te komen. Abstracte kunst: was dat niet dat zijpad waarvan oudere kunstenaars en theoretici inmiddels elke vierkante millimeter hadden verkend? En waren die kunstenaars, zoals Philip Guston, niet tot de conclusie gekomen dat die weg hartstikke dood liep? Nee, figuratie - en alles wat daar in verschillende media aan varianten van bestond - was in de jaren tachtig en negentig weer dominant.

Toch is die abstracte kunst lekker gebleven, en met name in de schilderkunst roert ze zich. In hun zoektocht naar de betekenis van het objectloze in de schilderkunst, openen kunstenaars als Esther Tielemans, Marijn van Kreij, Jan Maarten Voskuil en Koen Delaere nieuwe horizonten. Hun werk kenmerkt zich door een inventieve en absoluut niet dogmatische omgang met het begrip abstractie en wat schilderkunst daarin vermag.

Bij galerie Hofland in Amsterdam is nu een expositie te zien waaruit dit goed blijkt. De in Tilburg wonende maar in België geboren Delaere (1970) stelt hier samen met de bevriende Ryan Wallace (VS, 1977) abstracte schilderwerken tentoon. Zowel Delaere als Wallace spelen met anekdotiek. Delaere doet dat in zijn titels; Wallace met zijn materiaalgebruik dat kan variëren van een stuk beschilderd metaalrooster, tentzeil en hout. Verf is allang niet meer het enige medium in abstracte schilderkunst.

Delaere, die hard op weg is in Duitsland en Amerika door te breken, boetseert zijn imposante schilderijen door in een eerste laag acryl met een paletmes ‘richels’ te duwen.

Die richels kennen een onder- en een boventekening die een continue wisselwerking met elkaar aangaan. Ze worden bespat, beklodderd, er doemen schimmen op in de achtergrond, er hangen tuintjes van gestolde verf op de voorgrond. Het is poëtisch, het is super abstract en absoluut hypnotiserend.