Snel weer business as usual ?

Oppositie keurt bijna unaniem het optreden van premier Rutte af, maar blijft met het kabinet samenwerken.

De rust van het kerstreces moet maar wat heilzaam werk doen voor de verhoudingen tussen oppositie en coalitie. Die verzuchting viel gisteren in de Tweede Kamer te noteren, die vanaf deze vrijdag drie weken niet vergadert.

Een dag eerder, woensdag, had de oppositie het helemaal gehad met het kabinet. En hoe vaak ze al bij premier Mark Rutte op het Torentje waren geweest om over andere dossiers tot afspraken met hem te komen, maakte daarbij echt niet uit.

In de parlementaire finale van het jaar steunde woensdagavond bijna de hele oppositie een motie van afkeuring tegen Ruttes kabinet. Kern van de kritiek: het kabinet deed er jarenlang niet alles aan om informatie rond de schikking met drugscrimineel Cees H. boven te halen en de Tweede Kamer juist te informeren.

De premier leidde „een VVD-campagne in plaats van de rechtsstaat te verdedigen”, zoals CDA-leider Sybrand van Haersma Buma samenvatte.

Al voor het debat hadden de oppositiepartijen samen doorgesproken wat ze wilden horen van de premier – zij weten elkaar goed te vinden na alle verbondjes van de afgelopen jaren. Na de verdediging van Rutte namen de fractievoorzitters van SP, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks en SGP op Buma’s werkkamer opnieuw hun opties door.

Van dit groepje wilde alleen de SP verder gaan dan afkeuren – ze wilde best een motie van wantrouwen indienen. Dat ging de andere partijen te ver. Veelzeggend was dat de altijd constructieve SGP de motie niet ondertekende. Partijleider Kees van der Staaij wilde eerst zien hoe de andere partijen die motie precies zouden uitleggen. Als dat te veel de kant van wantrouwen zou opgaan, zou de SGP alsnog kunnen tegenstemmen.

Coalitiepartijen VVD en PvdA bleven het kabinet steunen, samen met drie eenlingen uit de Tweede Kamer. De motie van afkeuring haalde het dus niet, met 65 stemmen voor en 77 stemmen tegen.

Het deed de coalitie geen kwaad

Hoe nu verder? Het kabinet blijft zitten en dus moeten de oppositiepartijen gewoon verder werken met Rutte en de VVD-bewindspersonen op het ministerie van Veiligheid en Justitie, Ard van der Steur en Klaas Dijkhoff. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers zei gisteren dat het onderlinge vertrouwen „zeker even een deuk heeft opgelopen, aan beide kanten”. Tegelijk zei hij dat zijn partij natuurlijk weer met het kabinet gaat samenwerken waar dat kan.

Of die samenwerking snel weer business as usual is, hangt van de opstelling van het kabinet en de coalitie af, zeggen de meeste oppositiepartijen. Blijven zij gekrenkt of verongelijkt, dan blijft het langer ongemakkelijk. Met die emoties lijkt het bij de VVD mee te vallen. Daar zijn ze blij dat dit boek nu dicht is. We kunnen nu weer verder, zegt de VVD.

Rutte zei woensdagavond laat dat hij gaat werken aan het opbouwen van vertrouwen. De premier maakte het debat, anders dan de oppositiepartijen, hier en daar juist wél persoonlijk. Het gaat rechtstreeks over het vertrouwen tussen „de heer Pechtold en mij”, zei hij bijvoorbeeld. „Ik verzeker hem: zo is het gegaan. Zo waar als ik hier sta. Ik vertel u geen fabeltjes.” Tegelijkertijd ontkende Rutte de kern van de kritiek van de oppositie, namelijk dat het kabinet bewust informatie zou hebben achtergehouden.

Intussen heeft deze kwestie de verhoudingen binnen de coalitie helemaal geen kwaad gedaan. Rutte had in het debat de horlepiep kunnen dansen, het was voor de oppositie toch nooit goed geweest, klonk het binnen beide partijen. Binnen de VVD bestaat waardering voor PvdA-leider Diederik Samsom, die zich volgens de liberalen in het debat fair opstelde en hier en daar zelfs de VVD-bewindspersonen verdedigde. De coalitie kan dus gewoon door.