Shell kan in Nederland worden vervolgd voor schade Nigeria

Mocht Shell aansprakelijk worden gehouden, dreigen er miljarden aan claims van Nigeriaanse boeren.

Een inwoner van Goi (Ogoniland, Nigeria) toont zijn hand die besmeurd is met ruwe olie, die de oevers van de kreek door het dorp heeft aangetast. Foto: ANP/MARTEN VAN DIJL

Shell kan in Nederland worden vervolgd voor de gevolgen van olielekkages bij projecten van een dochteronderneming in Nigeria, zo heeft het gerechtshof in Den Haag vrijdag bepaald. Daardoor kan het bedrijf ook worden vervolgd voor activiteiten die het in andere landen heeft ontplooid. Het is de eerste keer dat een Nederlandse multinational door een Nederlandse rechter kan worden vervolgd voor milieuschade in een ander land.

Het hof verwerpt daarmee een eerdere uitspraak uit 2013, toen vier Nigeriaanse boeren Shell verantwoordelijk wilden houden voor vervuiling als gevolg van olielekkages. Toen werd nog geoordeeld dat het moederbedrijf niet aansprakelijk kon worden gesteld voor wat er bij het dochterbedrijf in Nigeria gebeurde. De boeren gingen daar samen met Milieudefensie tegen in hoger beroep. De rechter heeft de eisers nu gelijk geven: het hof heeft wel degelijk jurisdictie in de zaak tegen Shell en de dochteronderneming in Nigeria.

‘Nigeriaans geschil voor Nigeriaanse rechter’

Shell zegt zich niet verantwoordelijk te voelen voelen voor de lekkages, aangezien de activiteiten in het land door een dochteronderneming worden uitgevoerd. Volgens Shell moet de zaak daarom voor een lokale rechter komen, en niet voor een Nederlandse. Daarnaast worden de lekkages volgens het oliebedrijf veroorzaakt door sabotage en oliedieven die proberen brandstof af te tappen van pijpleidingen. Onder de Nigeriaanse wet is Shell in dat geval niet aansprakelijk. De Nederlandse rechter oordeelt echter dat het ‘nog te vroeg is om te oordelen dat de lekkages zijn veroorzaakt door sabotage’. Het hof heeft daarnaast bepaald dat Shell inzage moet geven in documenten over de mogelijke oorzaken van de lekkages.

In de uitspraak van vrijdag wordt verder niks gezegd over of het bedrijf al dan niet verantwoordelijk is voor de vervuiling. Daar gaat nu verder over geprocedeerd worden; de inhoudelijke behandeling van de zaak is in maart 2016.

Een woordvoerder voor de Shell Petroleum Development Company van Nigeria Limited (SPDC) laat tegenover Reuters weten ‘teleurgesteld’ te zijn:

“In 2013 was de rechter van mening dat Royal Dutch Shell plc niet aansprakelijk is in relatie tot deze claims, en dienovereenkomstig zijn wij van mening dat de rechter internationale bevoegdheid ten aanzien van SPDC in relatie tot dezelfde claims had moeten afwijzen. Wij zijn van mening dat claims met betrekking tot Nigeriaanse eisers die een geschil hebben met een Nigeriaans bedrijf inzake kwesties die plaatsvonden in Nigeria, moeten worden gehoord in Nigeria.”

Mocht Shell aansprakelijk worden gesteld voor de schade, kan het bedrijf volgens Milieudefensie miljarden aan schadeclaims verwachten van boeren waarvan het land door de lekkages is vervuild. Campagneleider Geert Ritsema tegenover het ANP:

“Dit is veel meer dan waarop we hadden gehoopt. Het belangrijkste is dat er voortaan jurisprudentie bestaat. Je mag dit soort zaken starten in Nederland.”

Shell schikte in januari voor 70 miljoen euro

In januari betaalde SPDC de Bodo-gemeenschap in de Nigerdelta 70 miljoen euro ter ter compensatie voor twee lekken in een pijpleiding in 2008. Shell had in 2011 al erkend dat die lekkages waren veroorzaakt door ‘bedrijfsfouten’ en niet door sabotage, maar kon het vervolgens niet eens worden over de hoogte van de schadevergoeding.

Van de 70 miljoen euro is 45 miljoen verdeeld onder de 15.000 getroffen bewoners van de regio, de overige 25 miljoen wordt gebruikt voor gemeenschapsprojecten zoals ziekenhuizen en scholen. Tevens zegde Shell toe de vervuiling in het gebied op te ruimen. Daar werd in mei een overeenkomst over gesloten.