Respect

Volgens een recent onderzoek voelen Nederlanders zich minder vaak respectloos behandeld in winkels dan zes jaar geleden. Dat is een mooie trend en die is in Amsterdam hier en daar al bijzonder ver gevorderd. Dat merkte ik laatst toen ik een bril kocht. Het respect straalde mij van alle kanten tegemoet als de zon in juli, terwijl het toch de zoveelste donkere dag in december was. De winkel had iets van een pop-up store: een passpiegel stond scheef tegen de muur en langs het plafond liepen buizen en snoeren, alles wit. Alles ook hip en niet te duur, net als de brillen, dat laatste had me aangetrokken.

Achter de balie was het trefwoord yes. De medewerkers, frisgewassen en opgewekte twintigers, keken me aan met yes in hun ogen, de yes van respect, van ‘alles komt goed’. Op de toonbank uitsluitend een laptop met een lichtgevend appeltje en een pinapparaat. Op de grond verstuurde een iPad lome jazz de ruimte in, doorspekt met vrouwengeluidjes die het midden hielden tussen gekreun en de hik.

Dit is het dus, dacht ik: de winkel van morgen. Permanent met de schijn van tijdelijk. Met haastig wit geverfde muren, vluchtig, slim, creatief.

Een jonge vrouw ging mij voor naar een kamer die nog leger was dan de winkel. Tijdens de oogmeting wierp ze mij telkens een opbeurende yes toe, of ik de kleine letters nu kon lezen of niet. Yes… yes… De constatering dat mijn ogen opnieuw achteruit waren gegaan kreeg zo echt een positieve dimensie.

De medewerkster zette haar liefste glimlach op en vroeg: „Hoe jong bent u?”

Ik kende deze woordencombinatie niet en vroeg wat ze bedoelde. Instemmende twintigersogen keken mij door een hippe bril aan, terwijl ze voorover boog alsof ik behalve bijziend ook slechthorend was. Hoe-Jong-Of-Ik-Was.

Ik noemde mijn leeftijd en staarde haar verbluft aan: de medewerkster bouwde met haar yes-blik een kathedraal van respect op voor misschien wel de eerste vijftiger in de zaak. Nou zeg, zo jong al? Yes!

Probleempje: de voor mij bestelde glazen lieten zich moeilijk combineren met het gewenste frame. Want zo bleek dat te heten, frame, niet montuur. Behalve kaal en wit en jong was alles hier namelijk ook Engelstalig. Tussen eindeloze keren yes! en okay! hoorde ik een medewerker zomaar cheers mate! tegen zijn collega zeggen. Geen idee waarom.

Hoe dan ook, een no tegen mijn frame was niet de bedoeling. No’s zijn in de winkel van morgen zoiets als contant geld — helemaal afgeschaft. Problemen bestaan hier niet, slechts uitdagingen die op yes! wachten. Daarom brak er een formidabel discours uit achter het wit gesausde hardboard van de balie. De twintigers belden en tuurden langdurig naar hun laptop en toen kon het opeens wel. Ergens in de cloud had een onzichtbare techneut no! verruild voor yes.

Ik begreep hier niets van maar ik had wel een bril, en zo stapte ik de Van Woustraat in, waar scepsis heerste en chagrijn, de wereld van nu, van ‘nee’ — ik was weer thuis.