‘Over kunst moet je niet denken: dit zijn de cijfers, dus dit is de waarheid’

Niet door kijken en kiezen, maar op basis van statistiek maakten Alix de Massiac en Vincent van Velsen een expositie van werken uit Nederlandse bedrijfscollecties.

‘Paned 2007’ van Gilbert & George (Erasmus Universiteit).

Ze zijn al een week aan het heen en weer sjouwen met kunstwerken in de expositieruimte. Een plattegrond hadden ze niet gemaakt, ook geen maquette zoals tentoonstellingsmakers vaak doen. Sterker nog, ze hadden de werken nog nooit eerder gezien. Ze hebben ze niet eens zelf uitgekozen.

Alix de Massiac (24) en Vincent van Velsen (28) hebben de jubileumtentoonstelling vanwege het tienjarig bestaan van de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland (VBCN) samengesteld. Een computer heeft op basis van statistische berekeningen de selectie van werken gedaan. De Massiac en Van Velsen moesten maar afwachten wat daar uitrolde. Met dat voorstel hadden zij de VBCN Open gewonnen, een competitie voor jonge curatoren.

Van elke deelnemende bedrijfscollectie – 29 van de 50 leden van de VBCN doen mee – is het meest gemiddelde en meest afwijkende kunstwerk geselecteerd uit de aanschaffen die ze in de voorbije tien jaar hebben gedaan. De parameters zijn door De Massiac en Van Velsen ingegeven, zoals geslacht, leeftijd, land van herkomst en hoogst genoten opleiding van de kunstenaar en maat van het werk en medium.

Het tonen van hoogtepunten was niet hun bedoeling, de tentoonstelling moet een dwarsdoorsnede geven van die bedrijfscollecties. Maar voor het gebruik van statistiek hadden ze ook een andere motivatie. „Als tegenwoordig over kunst wordt gesproken, gaat het vooral over cijfers. Over veilingopbrengsten, bezuinigingen of bezoekersaantallen. Wij wilden een keer cijfers gebruiken voor waar het om gaat in kunst. En het gaat natuurlijk om creëren”, zegt Van Velsen. De Massiac: „We willen ook weergeven dat cijfers ons leven steeds meer bepalen, dat we denken dat we zo alles ‘objectief’ kunnen maken met als gedachte ‘dit zijn de cijfers, dus dit is de waarheid’.”

Nu bijna alle werken aan de muur hangen of op hun sokkels staan, is het een aardige potpourri. De multiple Planed 2007 van Gilbert and George hangt naast een portret van de vrij onbekende Vlaamse Anita Goossens. „Ik had zelfs veel moeite om op Google haar geboortejaar te achterhalen”, zegt De Massiac. Een theeservies van Vika Mitrichenko van AkzoNobel staat vlak bij een grote foto van Shanghai van Balthasar Burkhard uit de collectie van ING. Een ets van Goltzius van Van Lanschot, hangt bescheiden op een wand, waar even verderop een groot wit doek met roze vegen hangt van voormalig hockey-international, nu kunstenaar Margje Teeuwen uit de Sanquin Kunstcollectie.

„We hebben nog geprobeerd het coherent op te hangen en te kijken of het thematisch kon, maar dat was ondoenlijk”, zegt De Massiac. „Het is nog een beetje op kleur.” Op de tentoonstelling hangen veel schilderijen, maar er is ook veel fotografie en er zijn zeven videowerken te zien.

Hoe uiteenlopend ook, toch bleken er opvallende overeenkomsten in de samenstelling van de collecties. Veel van de werken zijn van mannen, er zitten veel afgestudeerden van de Rijksakademie onder en veel is aangeschaft via enkele van de zelfde grote Amsterdamse galeries. Er hangen dus ook werken op de tentoonstelling, die ook in musea niet zouden misstaan, van kunstenaars als Michael Raedecker, Roy Villevoye, Robert Zandvliet, Wouter van Riessen en Emo Verkerk.

Aan vijf kunstenaars hebben De Massiac en Van Velsen gevraagd te reageren op de uitkomsten van het onderzoek. Jonas Lund heeft dat het meest direct gedaan door de collecties een award te geven, zoals de ‘Meest Mysterieuze Collectie’ voor het Isala Ziekenhuis in Zwolle.

Hebben ze ook een werk niet gekregen? De Massiac: „Eén bedrijf trok zich terug, omdat het werk op de kamer van de topman hing en hij wilde er zelfs voor één maand geen afstand van doen.” Was dat werk het meest gemiddeld of meest afwijkend? Lachend: „Het meest gemiddeld.”