Oud botst met nieuw op de Maasvlakte

De havenwerker van de toekomst weet meer van computers dan van containers. Is dat een toekomst om trots op te zijn?

Rotterdamse havenwerkers bij een actie tegen EU-regels die het schepen mogelijk maakten hun eigen lading te lossen. Foto Ed Oudenaarden/ANP

Acties in de haven of niet. Vandaag besluiten FNV-leden of het eindbod van de werkgevers – onder meer een baangarantie tot 1 juli 2020 – voldoende is voor een referendum. Zo niet, dan volgen stakingsacties in januari en februari. De sfeer is er naar: afgelopen vrijdagavond braken de werkgevers en het Havenbedrijf Rotterdam het overleg af omdat havenwerkers korte tijd actie voerden. Spontaan, zegt de FNV.

Onder het conflict schuilt de tegenstelling tussen oud en nieuw.

Ronald Lugthart is ‘nieuwe haven’. De directeur van de in september geopende containerterminal Rotterdam World Gateway (RWG) op de Tweede Maasvlakte, werd twee weken geleden gekozen tot Havenman van het Jaar. De terminal moet zich nog bewijzen, maar Lugthart krijgt de prijs omdat hij opbouw inrichting van RWG succesvol heeft geleid.

Het belangrijkste bij die opbouw was het testen van alle computergestuurde processen, iets waar de terminal ook na de opening nog maanden mee bezig is. Lugthart is naar eigen zeggen geen directeur van een havenbedrijf, maar van een ict-bedrijf in de haven.

Net als overal elders wint automatisering snel terrein in de Rotterdamse haven. Het verschil met elders is dat een deel van de haven zich verzet tegen gevolgen van de vooruitgang.

Werkgevers en werknemers in de containersector staan tegenover elkaar.

FNV Havens en CNV Vakmensen voorzien de komende jaren honderden ontslagen door overcapaciteit bij de oudere terminals op de Eerste Maasvlakte en automatisering bij de nieuwe terminals op de Tweede Maasvlakte. Ze eisen een baangarantie tot 2022 – aanvankelijk tot 2025 – en maatregelen om de ontslagen te compenseren. In de haven werken in totaal circa 90.000 mensen, waarvan bijna 3.600 in de containersector.

De havenbedrijven zijn trots op de mondiale pioniersrol van Rotterdam. Bij RWG en APMT, de andere geautomatiseerde terminal die dit jaar werd geopend op de Tweede Maasvlakte, worden de kranen aan de kade bestuurd vanuit een controlekamer. Op afstand, met joysticks. Onbemande voertuigen vervoeren de containers over het terrein. Software vervangt mensen. De nieuwe generatie havenwerkers weet meer van computers dan van containers.

Dat is geen vooruitgang om trots op te zijn, zegt FNV-bestuurder Niek Stam. Hij ontkent dat de vakbond een achterhoedegevecht voert tegen een onvermijdelijke ontwikkeling. Stam: „Automatisering kun je wel degelijk afremmen. Je bent niet concurrerend door je mate van automatisering, maar de snelheid waarmee je een lading kunt afhandelen. Kijk naar de haven van Antwerpen, daar zijn ze succesvol zonder dat ze heel hard innoveren.”

De containeroverslag groeide dit jaar in Antwerpen met 8 procent, tegen stilstand in Rotterdam (en 9 procent daling in Hamburg).

Volgens Stam mist iemand die nooit op een kraan heeft gewerkt het gevoel en het inzicht die nodig zijn om containers veilig te transporteren. Vertraging in de internetverbinding zorgt voor extra risico, zegt hij. En denk ook aan het ruwere weer door de klimaatverandering; dat gaat zorgen voor onvoorspelbare wind, zeker op de Maasvlakte die op de zee is veroverd.

Minstens zo ingrijpend als de automatisering wordt die andere transitie van oud naar nieuw: het overschakelen van fossiele naar duurzame industrie. Nu draait de haven nog op olie, kolen en gas. De overgang naar duurzame energie is in volle gang.

Die gedwongen transformatie gaat veel geld en banen kosten, voorspelde hoogleraar Jan Rotmans deze week in het AD: „De haven zoals wij die kennen is ten dode opgeschreven.”

De oude havenwerker is toe aan vervroegd pensioen.