Met uitzonderlijk talent naar de mondiale elite

Hij is een van de architecten van het handbalsucces. Vrijdagavond wacht Polen in de halve finale van het WK. „Deze meiden willen zo graag.”

Bondscoach Henk Groener tijdens de kwartfinale tegen Frankrijk: Wij willen winnen, maar op een mooie manier.” Foto JONATHAN NACKSTRAND/AFP

Maak Henk Groener niet groter dan hij is. Daar heeft de bondscoach van het Nederlands vrouwenhandbalteam een bloedhekel aan. De speelsters zijn eigenaar van het succes, niet Groener. Hij helpt ze hun ambitie na te streven, ingewikkelder moet zijn rol niet gemaakt worden.

Die bescheidenheid siert Groener, die natuurlijk wel degelijk zijn aandeel in het succes van Nederland op het WK in Denemarken heeft. Vrijdagavond wacht in de halve finale Polen. Het handbaldier – Groener speelde 208 interlands en maakte 519 doelpunten – bepaalt de tactiek waarmee Nederland op het WK zoveel opzien baart. Misschien nog belangrijker: hij heeft een eenheid gesmeed.

Het succes van de handbalsters laat zich volgens Groener (55) niet gemakkelijk verklaren. Het is een organische ontwikkeling geweest waaraan hij een bijdrage heeft geleverd. Maar hij niet alleen. Groener behoorde zo’n tien jaar terug tot de vier musketiers – samen met de oud-bondscoaches Ton van Linder, Bert Bouwer en Sjors Röttger – die bijeen kwamen om een spelvisie voor de toekomst te ontwikkelen. „We waren het snel eens”, herinnert Groener zich. „Ons uitgangspunt was snel en dynamisch spel, met veel ruimte voor creativiteit. Dat past bij de Nederlandse sportbeleving. Wij willen winnen, maar op een mooie manier.”

Het heeft een decennium geduurd, maar in Denemarken speelt Nederland zoals de mannen het destijds voor ogen hadden. Maar het zou wat al te makkelijk zijn het succes aan een paar brainstormsessies toe te schrijven, weet ook Groener. De kiem is gelegd door Bert Bouwer die, geïnspireerd door het goud van de Nederlandse volleyballers, de handbalsters rond de eeuwwisseling dagelijks bijeen bracht met het streven de Spelen te halen. Dat mislukte.

Groener: „Maar Bouwer heeft wel laten zien dat Nederland de kloof met de wereldtop kan dichten. Hij heeft de Nederlandse handbalsters anders leren denken.”

Handbalacademie

Stap twee was volgens Groener in 2006 de oprichting van de Handbalacademie op het nationale sportcentrum Papendal. Bedacht door technisch directeur Röttger en Charles van Commenée, de toenmalige technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF. Het idee was jonge speelsters een opleiding te geven die de Nederlands clubs hen niet konden bieden. Maar dan moeten ze wel echt willen. Want een van de toelatingseisen is een eigen financiële bijdrage. De rest van de kosten neemt NOC*NSF voor zijn rekening. Als junioren wonen zij intern op Papendal, waar training wordt gecombineerd met een studie. Het systeem werkt, want van deze selectie komen tien speelsters voort uit de Academie.

Het Papendal-project ontstijgt de Nederlandse competitie, want velen vervolgen hun weg rechtstreeks naar een sterke buitenlandse competitie. Op Marieke van der Wal en Michelle Goos na spelen alle internationals buiten Nederland. Daarmee is het hoge niveau van de Nederlandse ploeg deels verklaard. Bovendien kent deze generatie met Nycke Groot, Loïs Abbing en Tess Wester een aantal uitzonderlijke talenten. Zij vormen het geraamte van de ploeg. „Daarom komt het succes ook sneller dan verwacht”, zegt Groener.

Een succes tegen de stromen in, want na de mislukte plaatsing voor de Olympische Spelen in Londen wilden de speelsters niets liever dan een jaar voor ‘Rio’ intern naar de Spelen toewerken. Dat feest ging niet door vanwege de belabberde financiële positie van het handbalverbond. De speelsters raakten niet ontmoedigd, daarvoor is hun ambitie te groot. Linksom of rechtsom, deze groep wil naar de top, te beginnen op dit WK en over een half jaar in Rio.

De grote sprong voorwaarts van het Nederlandse team maakt Groener intens gelukkig. Vooral omdat de ambitie van de speelsters niet aangewakkerd hoeft te worden. Groener: „Ik vergelijk het met een vis. Als je die in het water gooit gaat-ie zwemmen. Als je deze meiden in een hal stopt en ze een bal geeft gaan ze spelen. Zó graag willen ze.”