Column

Leven met crises in een historische versnelling

Het heden krimpt, de toekomst stormt op ons af als crisis na crisis. Economische crises van binnen, geopolitieke chaos van buiten en de trendy crises die het binnen-buiten-onderscheid ontkennen – vluchtelingen aan de grens, terrorisme tussen Raqqa en Bataclan, smeltend zuidpoolijs. Regeren is vooruitzien, maar vooruitzien lukt niet meer. De politici zitten noodgedwongen ‘met de kop op het stuur’. Te dichte mist op de weg. De planbureaus zijn de klap van Lehman Brothers amper te boven. Vroeger leverden ze modellen met mooie lijntjes – welvaartsgroei op y, de tijd op x en waar de streep van links naar rechts een stippellijntje werd, daar begon de toekomst. Maar wie gelooft die stippellijn nog? Zelfs de olieprijs lijkt een jojo. Ook geopolitieke scenaristen zijn de draad kwijt. Ik las wat Amerikaanse scenario’s voor Europa in 2020: ze moesten hun best doen dingen te verzinnen die hetzelfde blijven. Onthullender was de vraagtekensoep: in Syrië blijft het chaos of niet (dus wel/niet miljoenen vluchtelingen erbij); Egypte, Libië en Tunesië blijven stabiel of niet (idem); hoge of lage economische groei; wapengeweld of toenadering tussen Rusland en Oekraïne; VK blijft of vertrekt; Merkel wint of verliest in 2017. Afwachten dus?

Laten we het over een andere boeg gooien. Crises horen erbij voortaan. Geen uitzonderingstoestand meer, maar het nieuwe normaal. Crises zijn de gebeurtenissen die de toekomst aanlevert en waar we niet meteen raad mee weten. Voor het permanente crisisgevoel sinds een jaar of zeven zijn twee soorten verklaringen. Het ligt aan ons hoofd of aan de wereld. Wijzelf worden kortzichtiger of de toekomst wordt onvoorspelbaarder (of allebei). Ons hoofd erbuiten latend: het kan goed zijn dat de toekomst op hol slaat, dat de Geschiedenis – ja met grote G – versnelt voor onze ogen. Komt vaker voor. In Europa voor het laatst in 1989. De Val van de Berlijnse Muur, het einde van de Koude Oorlog. Ook toen was er onzekerheid: als een tijdperk voorbij is, weet nog niemand wat komt. Ook toen zochten we richting, handelingsvermogen; het duurde even, maar we vonden het (Duitsland herenigd, Europese Unie opgericht, NAVO en EU oostwaarts uitgebreid). In Duitsland wordt het jaar 2015 – sterker dan bij ons – ervaren als historische breuk. De vluchtelingencrisis dringt het maatschappelijk bewustzijn diep binnen, de absolute en relatieve aantallen zijn hoog. Die Zeit spreekt van een ‘Epochenjahr’, ‘het jaar waarin de wereld over ons heen binnengebroken is. De chaos is niet meer ver ergens buiten, maar komt op ons af, midden in ons goedgeordende land.’

De Duitse filosoof Gadamer had het in 1969 al over de ‘epochemachende Ereignis’, de gebeurtenis die een tijdperk afsluit (naar Gr. epochê, halte). De term wordt vaak leeg gebruikt, beseft hij: ‘Veel baanbrekende gebeurtenissen worden alleen op de radio verkondigd’. Toch weten we volgens hem goed wat we ermee bedoelen. De epochale gebeurtenis is een insnede in de tijd, een cesuur die bepaalt wat oud is en wat nieuw. Het zijn niet historici die dat achteraf bepalen; de gebeurtenis beslist voor ons. De Berlijnse Muur was zo’n cesuur, met een precieze datum en uur, tegelijk beeld en symbool. Vandaag heeft zich nog niet één dwingend beeld uitgekristalliseerd waarin de breuk zich samenbalt. We kunnen kiezen: Duitsers zien vluchtelingentreinen, Fransen Charlie Hebdo, Nederlanders de MH-17 of Geldermalsen, allen de aangespoelde Syrische peuter Ailan. Maar ook vele breukjes vormen een breuk. De opdracht is dezelfde als toen in 1989 de fundamenten verschoven: krachten onderkennen, verhoudingen bepalen, handelingsvermogen organiseren. Een historische versnelling kun je ook gebruiken.