Lampen zijn minder zuinig dan beloofd

Lampenmakers zetten te gunstige getallen op verpakking. En dat mag voorlopig.

Foto istock, bewerking fotodienst nrc

Men neme een peertje. Bijvoorbeeld een halogeenlamp van Osram, die op het doosje 700 lumen (licht) garandeert. Mispoes. De werkelijke lichtopbrengst is 641 lumen – 8 procent minder dan beloofd. En dat mag van de Europese autoriteiten.

Veel lampen geven minder licht én gebruiken meer stroom dan op de verpakking staat, zegt de Europese koepelorganisatie van milieuclubs, het Europese Milieubureau (EEB). Fabrikanten kunnen hun lampen zuiniger presenteren dan ze werkelijk zijn, omdat Europese voorschriften ruimte daartoe bieden. Uit documenten blijkt dat de Europese Commissie al jaren weet van deze legale, doch misleidende praktijk.

Producenten van lampen moeten volgens de huidige richtlijnen drie zaken op de verpakking vermelden: het verbruik in watt, de lichtopbrengst in lumen en het energielabel; een letter van A tot G. Op de verpakkingen worden deze gegevens echter regelmatig positiever weergegeven dan ze zijn. Dat kan omdat de Europese richtlijnen bij de testlaboratoria een foutmarge van zo’n 10 procent toestaan. Zowel bij de gemeten lichtopbrengst als bij het geconstateerde verbruik. Fabrikanten kunnen zo de prestaties van hun producten opschroeven.

Volgens het Zweedse consumententijdschrift Råd & Rön, dat lichtpeertjes test, overdrijven lampenproducenten de labresultaten op de verpakkingen soms tot wel 25 procent. Alleen de richtlijnen voor het energielabel zijn in 2012 aangescherpt. Met watt en lumen wordt nog steeds gesjoemeld, aldus de EEB. De organisatie schat dat consumenten jaarlijks zo’n twee miljard euro meer betalen aan energierekeningen, omdat producten niet waarmaken wat de verpakking verzekert.

Volkswagen is niet de enige

Deze consumentenmisleiding zou gelden voor alle soorten huishoudelijke lampen; spaar-, led- en halogeenlampen. De gloeilamp is sinds 2012 in Europa verboden, omdat die inefficiënt en milieu-onvriendelijk is. Maar er zijn volgens het EEB nog steeds lampen op de markt die volgens milieunormen verboden zouden moeten zijn. Het EEB hekelt met name producenten die claimen dat hun halogeenlampen energiebesparend zijn. Het EEB noemt die claim „illegaal” – want in strijd met de Europese regels – en „beschamend”. Ook de Nederlandse Consumentenbond vindt dat consumenten door die claim op het verkeerde been worden gezet, zegt een woordvoerder. „Halogeenlampen zijn ook gloeilampen, slechts íets zuiniger. Niet te vergelijken met de veel zuinigere ledlamp.”

De kwestie met de peertjes doet denken aan het emissiefraudeschandaal bij Volkswagen. En volgens het EEB gaat de consumentenmisleiding nog veel verder. „De zwendelcultuur is groter dan auto’s en lampen”, aldus Jack Hunter van het EEB. De testmarges in de Europese richtlijnen gelden niet alleen voor lampen, maar voor zo’n dertig huishoudelijke apparaten als wasmachines, ijskasten en televisies. Hunter: „Er zijn veel meer bedrijven dan Volkswagen die niet eerlijk zijn tegen hun klanten. Het verschil is dat het gesjoemel bij Volkswagen illegaal was. Bij de lampen wordt ruimte in de regels misbruikt.”

Hunter laakt daarom ook de Europese Commissie, die volgens hem draalt met het aanscherpen van de regelgeving. „We weten niet waarom, maar we denken dat de Commissie onder druk staat van de lichtlobby.”

Volgens een leidinggevende bij een lampenproducent, die niet bij naam genoemd wil worden, is de invloed van grote producenten als Philips op de Europese Commissie heel groot. „En als de grote fabrikanten de resultaten met 10 procent oprekken, moet iedereen meedoen, om concurrerend te blijven.” Volgens de anonieme leidinggevende zijn de marges van 10 procent bovendien volstrekt uit de tijd. „Met de huidige, nauwkeurige meetapparatuur zou een marge van een procent of twee, hooguit drie, realistischer zijn. Wat nu gebeurt is niet illegaal, maar niet eerlijk voor de consument, noch goed voor het milieu.”

De Commissie weet al sinds 2011 dat lampenfabrikanten de toegestane marges toevoegen aan de testresultaten om de producten beter te verkopen of lampen die te veel energie verbruiken door de test te loodsen, bevestigt een woordvoerder aan deze krant. De Commissie wil de „gesignaleerde problemen volgend jaar aanpakken”. Net zoals de regels voor energielabels in 2012 zijn verscherpt.

En wat zegt Philips?

Volgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) kloppen de verplichte energielabels sinds de aanscherping echter nog bij lange na niet. Uit een selectieve steekproef, uitgevoerd in 2013 en 2014, bleek dat ongeveer 70 procent van de vaatwassers, droogtrommels, koel- en vriesapparaten en ovens minder zuinig was dan op het label was aangegeven.

De Consumentenbond ziet ook lampen waarbij opgegeven en gemeten lumen en watt afwijken, maar constateerde geen structurele afwijking. „Wij kunnen helaas niet alle lampen testen”, aldus een woordvoerder. „De enige oplossing zou zijn als de autoriteiten van de EU-lidstaten vaker producten zouden onderzoeken op naleving van de wetgeving. Dat gebeurt helaas slechts mondjesmaat.”

Marktleiders Osram en Philips willen niet inhoudelijk reageren omdat de beschuldigingen over de hele branche gaan. Diederik de Stoppelaar, secretaris-generaal van branche-organisatie LightingEurope, zegt: „De verlichtingsbedrijven in Europa die wij vertegenwoordigen houden zich gewoon aan de regels. Die normen zijn niet door onszelf vastgesteld. Bovendien: de marges gelden zowel naar boven als naar beneden. Het gebeurt ook dat een lamp zuiniger is dan op de verpakking staat.”