Kerstmarkten in Amsterdam, het wil maar niet echt lukken

Nieuwe poging. Maar ook dit jaar komt het Kerstgevoel in Centrum maar niet.

Foto Imara Angulo Vidal

Klompensloffen, houten tulpen en grachtenpandjes als koelkastmagneten. Een deel van de Wintermarkt op het Rembrandtplein heeft iets weg van een doorsnee souvenirwinkel. Het Kerstgevoel komt hooguit van de grote kerstboom en de lichtjes die om de bomen gewikkeld zijn. Enkele tientallen toeristen eten staand braadworsten, Goudse kaas of bananen die in chocolade zijn gedoopt (in de smaken Mars, Bounty of Ferrero Rocher). De oliebol is koud.

En dan is het dinsdagavond ook nog eens regenachtig. De ‘koude’ kant van het plein, waar de Utrechtsestraat begint, oogt treurig. Het achterste stalletje is dicht, de verkoper van de naastgelegen notenkraam speelt op zijn mobiel en ook de Engelse fudge is bijzonder impopulair.

In het weekend trekt de drukte weer wat aan, dan is het gezelliger. Meer uitgaanspubliek. Maar zoals de Damrak-editie van twee jaar geleden, seizoen 2013/14, wordt het niet gauw meer. Dat was fantastisch, beamen alle eigenaren van de kraampjes. Toen bevolkten ruim honderd chaletjes de ‘Rode Loper’ naar de Dam, met tienduizenden voorbijgangers per dag. Dat waren nog eens tijden.

Helaas voor hen was die XL-editie echter eenmalig. Stadsdeel Centrum verwees de exploitanten vorig jaar naar het Rembrandtplein. De werkzaamheden aan het fietspad op het Damrak waren inmiddels immers afgerond waardoor de kraampjes nu op de stoep zouden moeten. Die zou onveilig smal worden. Ook vond het stadsdeelbestuur dat de markt een gebrek aan allure had voor de entree van de stad. Volgens de kraamhouders had vooral de Mc Donald’s kritiek op al die extra eetmogelijkheden voor de deur.

Op dat Rembrandtplein was vorig jaar ruimte voor slechts 26 kraampjes. Bovendien werd de pret met elf dagen verkort. De teleurgestelde marktkoopmannen lieten het afweten, of kregen een fikse korting op de kraamhuur. Toch waren zowel het stadsbestuur als de ondernemers achteraf tevreden. Tijdens de stille wintermaanden is de extra toeloop meer dan welkom voor de omliggende horeca.

Dit jaar mocht de markt dus weer neerstrijken op het Rembrandtplein. Maar dan wel nóg kleiner. De politie wil de zichtlijnen van de bewakingscamera’s beter vrijhouden, zodat drugsdealers minder kans hebben. Een handvol kraampjes sneuvelde. Ook op het gras mag niks staan, net als vorig jaar. Dat stuk groen is heilig.

Desondanks is exploitant René Duursma tot nu toe tevreden over de opkomst. „Afgezien van de verregende dagen.” De afgeslankte editie vindt hij „jammer, maar ik ben allang blij dat we iets mogen doen”. Ton Poppes, bestuurslid van de ondernemersvereniging Rembrandtplein, vindt dit de mooiste editie tot nu toe. „De kraampjes zijn mooi rondom afgetimmerd en het plein is transparanter.” Oftewel: de „hardware”, zoals hij het noemt, is in orde. Maar over de inhoud van de kraampjes, de „software”, wil Poppes het nog hebben: „De markt zou meer Kerst gerelateerde producten moeten verkopen. Leuke dingen die je mee naar huis wilt nemen.”

Volgens Duursma heeft het hoge toeristengehalte van de koopwaar alles te maken met het tijdstip waarop het stadsdeel de vergunning verleende: op het allerlaatste moment. Door die onzekerheid kiezen de ‘exclusieve’ kraameigenaren – die met interessantere waren komen en een markt enigszins kunnen ‘upgraden’, maar die wel ruim van tevoren geboekt moeten worden – voor andere markten. Een meerjarencontract zou dat probleem oplossen. Met meer unieke kraampjes zal ook de Amsterdammer vaker deze markt opzoeken, denkt Duursma. Alleen heeft hij dan dus wel meer ruimte nodig voor al die streekproducten en ambachtelijke waar – die andere Kerstmarkten nu vaak wel bieden. Volgend jaar hoopt Duursma de Nieuwmarkt in te lijven, misschien wel met een bescheiden schaatsbaan erbij, net zoals nu op het Leidseplein en Museumplein. „Die ijspret stellen toeristen zeer op prijs.”

De huidige Wintermarkt past in elk geval uitstekend in de jarenlange traditie van treurige kerstmarkten in de hoofdstad. De sfeer van ‘we doen het er maar mee’ overheerst, zowel onder bestuur, ondernemers als bezoekers. Iets meer lokaal publiek zou al helpen, al is dan wel een cultuuromslag nodig. Na een werkdag aan de glühwein dus – de Duitsers doen het al.