Column

Is Rutte een acteur, of een regisseur?

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Ik ben dol op film, dus ik werd behoorlijk opgewonden toen ik voor het eerst op kantoor hoorde over „de regie pakken”, „de regie voeren”, „de regie missen” en „de regie versterken”. Helemaal toen óók nog bleek dat mensen op kantoor niet alleen regisseren maar ook „acteren”, en dan nog „vanuit verschillende rollen”. Ik zette de popcorn alvast klaar in het afdelingskeukentje.

Groot was mijn teleurstelling toen bleek dat „acteren” op kantoor slechts een gewichtig woord is voor „iets doen”. Neem de zin ‘Een bestuurder moet snel acteren als er onzekerheden ontstaan’. Dat betekent helaas niet meer dan dat de baas iets moet doen omdat het anders gierend uit de klauwen loopt.

Alles met „regie” vond ik een stuk ingewikkelder. Ik las bijvoorbeeld – wist ik nog niet – dat allerlei mensen op kantoor de regie kunnen voeren. Zo zag ik op internet beleidsmedewerkers project- en programmamanagers en ketenregisseurs de regie voeren. Toen dacht ik: iemand die de regie voert is blijkbaar niet altijd de baas. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat beleidsmedewerkers ergens de baas van zijn. Premier Mark Rutte maakte het deze week nog bonter toen hij over de Teevendeal zei dat hij „overal in het proces” heeft gedaan wat hij moest doen „vanuit mijn regierol”. Wacht even. Een regieról? Ben je dan regisseur, of sta je dan te acteren?

Ik kwam ook ergens de „regiegemeente” tegen. Echt. Dat is een gemeente „die taken uitbesteedt en meer op afstand gaat sturen”. Nou lijkt het me al niet verstandig om met een hele gemeente tegelijk te gaan regisseren – sturen is blijkbaar hetzelfde als regisseren – maar het lijkt me al helemaal niet slim om dat op afstand te gaan doen. Dan staan de politici op het toneel en ligt de regisseur thuis met een borrel op de bank? Zo verklaarde ik tenminste de „horizontale regie” waarover ik las. De „verticale regie” is misschien dat de regisseur de moeite heeft genomen van de bank af te komen.

Wat wel steeds terugkomt in alle regieliteratuur: dat het niet vanzelf gaat. Er blijken „veel tegengestelde belangen bij het regisseren” en allemaal „snijvlakken” waarop de regie gevoerd moet worden. Wat je in ieder geval moet vermijden bij de regie is „matrixsturing”. Ik heb geen flauw idee wat dat is, maar misschien hebben jullie er iets aan.

Jongens. Ik snap het heel goed, dat jullie willen regisseren. Eronder gaat natuurlijk een diep verlangen schuil om in plaats van die collega met roos op de schouders eindelijk eens Scarlett Johansson te mogen regisseren of Ryan Gosling. Wat men thuis niet krijgt, probeert men vaak op het werk. Daarom hebben we het over „podium”, „voor de bühne”, „spotlights” en „shinen” op kantoor. Maar de enige die de regie heeft is de baas – hij hoeft dus geen regie te pákken – en die raakt hij alleen kwijt als te veel sukkels zich ermee bemoeien, hij eruit geschopt wordt of als hij door de zijdeur afgaat.

Behalve de baas kan dus iedereen stoppen met al die regie op kantoor, óf we gaan échte regie voeren. Dus dat er blockbusters uitkomen, special effects, actie, romantische komedies, ondertiteling, bodydoubles, figuranten, vieze films en kostuumdrama’s met pruiken en hoepelrokken zodat iedereen in pak naar kantoor komt. Kunnen we eindelijk gaan acteren.