‘Ik wil mensen uit hun kutleven halen’

(28) is het boegbeeld van de Nederlandse straatrap. Zijn ouderlijk huis, waar vroeger drugs werden verkocht aan junkies van wie hij dacht dat het zijn ooms waren, inspireerde hem tot zijn derde album: 13.

Foto Andreas Terlaak

‘Ik ben erachter gekomen dat ik graag alleen wil zijn”, vertelt de 28-jarige rapper Hef uit Hoogvliet in de woonkamer in het huis van zijn moeder. Hij logeert hier als hij ruzie heeft met de moeder van zijn dochtertje. „Ik ben niet meer zo bereid mensen bij mijn hart te nemen.”

Het huis van zijn moeder is voor hem een belangrijke basis. Hij vernoemde zijn nieuwe album naar het huisnummer: 13. „Vroeger zag je me de hele dag buiten jonko roken en drank kopen voor iedereen”, zegt Hef terwijl hij een skunkjoint draait. „Nu speel ik hier PlayStation en kan ik mijn moeder mee op vakantie nemen. Weinig rappers hebben zo’n buzz gehad als ik – alleen Opgezwolle en Kempi. Maar ik ben pas in een betere financiële positie sinds ik weet hoe ik ermee om moet gaan.”

De moeder van Hef zit tijdens het interview ook in de woonkamer; ze wil niet met haar naam in de krant. Ze vindt dat haar zoon te sociaal is geweest, zegt ze. „Het was hier altijd in vijf minuten vol met jongens die wilden eten en drinken, maar waar zijn ze nu?” Hef: „Ze mogen komen. Maar het probleem is dat ze geen stappen willen maken. Ze willen alleen feesten.”

Vernoemd naar de Playboy-baas

En Hef – hij vernoemde zich naar Playboy-baas Hugh Hefner – wil werken. Hij groeide de afgelopen jaren uit tot de peoples champ van de Nederlandse hiphopscene. Niet het meest zichtbaar in de mainstream, maar wel de zeldzame rapper die generaties en subgenres overstijgt. Praat met een Nederlandse hiphopliefhebber en het gaat al snel over Hef – zijn karakteristieke, lome straatrap. We weten waar hij zijn wiet koopt, hoe hij ontspant en wat hij aan zijn voeten draagt: slippers – indien het koud is met sokken aan.

Zojuist, bij metrostation Zalmplaat, werd hij enthousiast aangesproken door een jonge profvoetballer die hem vertelde hoe goed het met zijn sportcarrière gaat. Hef draaide zich bij het weglopen nog even om. „Ik zei toch, laat die rapshit!”

Alle jongens in zijn buurt willen blowen en rappen, zegt Hef. „Ik doe misschien iets stoerder in mijn clips, maar in het echt ben ik relaxt en eerlijk. Deze jongen verdient nu goed; voor hetzelfde geld had ik hem vroeger gezegd: ga roken en rappen.” Maar dat is het leven van Hef, zegt Hef. En in zijn muziek is hij daar eerlijk over. „Veel rappers liegen. Je hoort nooit dat ze skeer (blut) zijn. Maar ik kom ze vaak genoeg tegen in de bus en koop vaak genoeg eten voor niggers.”

Begrafenis

Ook in de muziek op 13 is het straatleven nooit ver weg. Hef roept met zijn raps een wereld op waarin weinig is en voor elke cent gestreden moet worden. Een koelkast met alleen boter erin, vechtlustige grote mannen en kleine mannen die direct gaan schieten; huilen op een begrafenis: „Weer een kleine die zijn vader mist.” Hij is geen gangster, zegt Hef. „Dan gaf ik nu geen interview. Maar ik heb wel dingen gezien en gedaan op straat.”

Wanneer hij op 13 rapt over cocaïne uitkoken in de keuken met ammoniak, dan is dat een jeugdherinnering. „Dat deed ik, en mijn moeder ook trouwens. Het waren normale dingen voor ons. Toen we klein waren, werden vanuit ons huis drugs verkocht. Ik heb in elke flat in de Bijlmer gewoond, zonder stroom en met kakkerlakken en junkies die in de lift pisten. In ‘Droom’ rap ik nu: ‘Niemand smeerde broodjes voor me’. Mijn moeder was al weg naar haar eerste baan wanneer ik opstond. En ze zat op haar andere baan wanneer ik thuiskwam.”

Zijn moeder: „We hadden minder, maar we hebben ook meegemaakt dat we te veel hadden.”

Hef lacht: „Ja, dan stonden thuis emmers vol met losgeld van junkies. We kochten voor de hele klas patat en frikadellen, mijn vader had een BMW, mijn zus kreeg het gekste communiefeest ooit. Daarna werd het weer minder.”

Moeder: „Je hebt geen slechte jeugd gehad, ondanks alles.”

„Nee, maar het maakte me wel harder. Ik had een fiets gestolen en moest hem terugbrengen. Toen zette ik hem bij een mattie. De volgende dag vroeg ik geld voor de bus en zei je: ‘Waar is die fiets dan?’ Dat was wel een groen licht voor me om mijn eigen dingen te gaan regelen. Er was al weinig; als mijn moeder ook nog voor mij moest zorgen... Je gaf me één gulden om brood te halen en dan kwam ik thuis met Sultana’s, Mars, van alles, haha.”

Als jongen dacht Hef dat de junkies bij hem thuis zijn ooms waren, rapt hij op zijn nieuwe plaat. Hij rapt over criminaliteit zoals zijn favoriete series The Wire en The Sopranos het onderwerp behandelen, zonder opsmuk en met realistische, veelzeggende details. Hij zou best een commerciële hit als ‘Ik Neem Je Mee’ van Gers Pardoel willen scoren, zegt Hef. „Maar ik sta als gast op Gers zijn album en dan gaat het toch weer mijn kant op. Ik moet mezelf zijn. Maar Gers rijdt wel in een Mercedes en koopt een huis van zes ton.” Op 13 rapt Hef: „Je krijgt niet alles wat je wil maar je moet blijven hopen/ of Gers en Kraantje Pappie allebei beroven.”

Hef wil dat zijn muziek mensen motiveert. Hij baalt met terugwerkende kracht van de single ‘Kutleven’ van zijn vorige album Papierwerk. „Die had ik niet moeten uitbrengen.” Hef wil dat mensen kracht putten uit zijn muziek en zal niet snel rappen over iets als, zeg, de aanslagen in Parijs, zeg hij. „Ik wil juist de andere kant van die bullshit zijn. Ik wil mensen uit hun kutleven halen; ze er niet aan herinneren. Ik heb ook helemaal geen kutleven. Ik had misschien een kutdag of een kutweek. Dan ga ik zo’n zeurtrack maken. Dat is een gele kaart voor mezelf. Ik had het beter ‘Kutweekje’ kunnen noemen.”

Criminele circuit

Laatst kwam op straat een jongen naar Hef om te vertellen dat hij in de onderwereld 30.000 euro had verdiend na het luisteren van ‘Op Een Missie’; een Hef-klassieker over snel en risicovol aan geld komen in het criminele circuit. „Tachtig procent van die gangsterniggers die Tupac luisteren, verstaat geen Engels”, zegt Hef. „Ze horen alleen ‘motherfucker’ en ‘killer’ en dat is wat ze nodig hebben. Ik wil dat mijn track je power geeft.”

En, ja, dat kan dus ook betekenen dat iemand gemotiveerd het criminele pad op gaat, zegt Hef. „Ik denk niet dat iemand die naar school gaat, door mijn muziek zin krijgt om overvallen te plegen. Maar die wereld is er wel en ik ben de stem van niggers die op me lijken. Ik rap dat er geen excuus is om blut te zijn. Maar ook veel jonge voetballers luisteren mijn muziek. Ronnie Flex zet mij bovenaan in zijn Top 5 beste rappers. Dat kan ook gebeuren als je naar mijn muziek luistert: dat je zo hard gaat werken om niet skeer te zijn, dat je de grootste urban artiest van NL wordt.”