Column

Het voordeel van rommel in de trein

Palmyra van Glanenweygel (47) is iemand van „vallen en opstaan en weer doorgaan”. Dus aarzelde ze geen moment toen ze de advertentie van schoonmaakbedrijf Hago Rail Services in de krant zag staan. Ze zat in een „uitkeringssituatie” en nu is ze „een soort stewardess” op de trein tussen Amsterdam en Utrecht.

Even na negen uur stapt ze in en dan leegt ze de prullenbakken, pakt koffiebekers en kranten van de tafeltjes en glimlacht ondertussen vriendelijk naar de reizigers. „Goedemorgen meneer, goedemorgen mevrouw, mag ik even? Sorry dat ik u lastigval.”

Ze vindt het leuk werk. „Ik heb iets met service verlenen en opruimen en ook wel een beetje met eh” – ze aarzelt even en kijkt naar haar chef, schuin achter haar – „mensen opvoeden. Ze zijn zich vaak niet bewust van hun daden. Ze hebben niet door dat de olie uit hun salade overal gaat zitten als ze de verpakking laten slingeren. Of dat de koffie over mijn handen gutst als ze hun half leeggedronken beker in de afvalbak dumpen. Maar ze zíén het wel als ze mij aan het werk zien. Dat zet ze echt wel aan het denken.”

We zitten in een houten keet onder station Utrecht Centraal, woensdagochtend kwart voor negen. „Sinds wij dit doen”, zegt de chef, „is de klanttevredenheid gestegen. Voorheen gaf 58 procent van de passagiers een 7 of hoger aan de reinheid van de trein. Nu is dat op het traject Amsterdam-Utrecht 71 procent.”

Ik zag Palmyra en haar collega’s voor het eerst op een maandagochtend in september, de proef met het schoonmaken van de trein tíjdens het rijden was net begonnen. De zaterdagavond daarvoor had ik tussen Den Haag en Utrecht in een coupé vol stinkende resten friet en shoarma gezeten, dus ik was blij. Maar ook boos. Hoezó moesten deze vrouwen de vuile keet achter de kont van de treinreizigers opruimen?

„Ik begrijp wat je bedoelt”, zegt de chef. „Ik zit al 28 jaar in het schoonmaakvak en ik heb het gedrag van het publiek zien verloederen. Wat wij meemaken...” De pr-vrouw van Hago Rail Services zegt dat er zelfs mensen zijn die in de prullenbakken eh..., eh..., pissen.

Palmyra vindt dat er twee kanten aan haar werk zitten. „In principe”, zegt ze, „moeten de passagiers geen rommel maken. Maar de passagiers maken wel rommel en dat is in mijn voordeel, want ik heb nu een baan. En iedereen is blij met ons, want wij brengen gezelligheid. Mensen zijn aardiger als wij er zijn. Als ik nu de coupé binnenkom, geven ze me zelf al hun lege koffiebeker aan.”

„In een schone trein”, zegt de chef, „gedraagt het publiek zich netter.”