Hersteld en herrezen

Het leek gedaan met metalband Baroness, na een vreselijk busongeluk. Maar ze zijn terug, en hoe: het nieuwe album Purple is een triomf.

John Dyer Baizley, midden met baard over het nieuwe album van Baroness: „Er zijn mensen die veel ergere dingen meemaken dan wij, waar geen media bij komen kijken.” Foto Jimmy Hubbard

Purple, het nieuwe album van metalband Baroness klinkt triomfantelijker dan ze zelf van te voren hadden bedacht. Na een ernstig busongeluk, lange ziekenhuisopnames, een moeizame periode van herstel en een wisseling van de ritmesectie, had de band uit Savannah (Georgia) een heel duister, zwaar album kunnen maken. Misschien, werd gespeculeerd, maakte Baroness in hun serie monochromatische albumnamen na Red, Blue en Yellow&Green, nu wel het Black-album. Maar niets daarvan. Purple, geproduceerd door Dave Fridmann (producer van o.a. Mercury Rev, MGMT, Tame Impala), klinkt juist levensbevestigend. Opbeurend zelfs, vrolijk als de kleur zelf. Tegelijk is het Purple behoorlijk stevig, met stampende riffs, gierende solo’s en de herkenbare brul van frontman John Dyer Baizley.

„Ik had vooraf ook niet ingeschat dat het zo zou gaan klinken”, vertelt gitarist, zanger en schilder van de albumhoes Dyer Baizley aan de telefoon. „We hebben er wel enorm veel energie in gestoken, maar het was niet per se de bedoeling om het zo te laten klinken. Ik bedoel, een beetje glorieus moest het wel worden, maar bij het schrijven hebben we het gewoon maar laten gebeuren, en het werd zo.”

Baroness was in de nacht van 15 augustus op weg van een show in Bristol, Verenigd Koninkrijk, naar Southampton. Bij Bath weigerden de remmen van de bus, in verschrikkelijk slecht weer. De bus brak door een hek en stortte meters van een brug in een rivierbedding. Negen passagiers raakten gewond. Twee van hen raakten in de bus beklemd en moesten door de brandweer worden bevrijd. Drummer Allen Blickle en bassist Matt Maggioni braken allebei ruggenwervels, waardoor ze kort na het ongeluk noodgedwongen uit de band moesten stappen. Dyer Baizley lag zelf twee maanden in het ziekenhuis. Maar vanuit zijn ziekbed beloofde hij al snel dat de band terug zou komen. Met de nieuwe leden, bassist Nick Jost en drummer Sebastian Thomson, lukte het Dyer Baizley en gitarist Pete Adams sneller dan verwacht weer op tour te gaan: binnen een jaar stonden ze weer op de planken.

Dat was precies de bedoeling, zegt Dyer Baizley. „Ik had het gevoel dat de eerste dag van een tour het bewijs zou zijn dat ik hersteld was. Daarom boekten we een tour nog voordat we nieuwe leden hadden, zodat we die snel zouden moeten vinden. We speelden alweer toen ik eigenlijk nog niet goed kon lopen. Deze band is een geweldige plek om iets moeilijks te verwerken.”

De muziek voor Purple moest wel een beetje opbeurend zijn, vindt Dyer Baizley, als contragewicht voor zijn duistere gedachten na het busongeluk. Hij had moeite de teksten voor Purple op papier te krijgen, vertelt hij. „Toen bleek dat de nummers zo energiek werden, viel het beter op z’n plek. Op zulke muziek kon ik beter vertellen over moeilijke dingen. Gelukkig maar, anders hadden we voor de rest van onze carrière van die ontzettend duistere nummers moeten spelen.” Het moet ook niet over dat ongeluk blijven gaan, vindt hij. „Pete en ik wisten heus wel dat er nul procent kans was om het onderwerp te vermijden. Journalisten vragen ernaar, ons publiek vraagt ernaar, dat begrijp ik. Maar het ongeluk definieert ons niet. Er zijn mensen die veel ergere dingen meemaken dan wij, waar geen media bij komen kijken. De boodschap van dit album is dat we hebben geleden, maar dat iedereen lijdt en dat je er overheen kunt komen.”

Purple eindigt met een psychedelische, vervormde stem die iets onverstaanbaars zegt. Dat is de dochter van Dyer Baizley, die een citaat uit een strip van de Fantastic Four voorleest. „Ik had een slechte dag. Ik had veel last van m’n verwondingen, die nooit meer helemaal zullen helen. Mijn dochter was vijf en leerde lezen. Ze las dat stripboek en las dat citaat aan me voor. Het veranderde in één klap mijn bui. Ik kwam binnen tien seconden uit het duister en werd optimistisch en vrolijk en creatief. Later namen we dat zinnetje op, ik vond het iets gaafs om aan het eind te zetten. Die overgang naar optimisme is wat mij betreft de gedachte van dit album.”