Een topbaan zonder topsalaris

De beloning van bestuurders van woningcorporaties is sinds twee jaar aan strenge normen gebonden. Niet alle corporaties volgen de nieuwe regels al. Maar de gevolgen zijn wel zichtbaar.

Illustratie Studio NRC

Wie zegt zijn baan op voor een baan met minder salaris? De beloning van nieuw benoemde bestuurders van woningcorporaties is sinds twee jaar gebonden aan strenge normen. De zittende bestuurders krijgen royaal de tijd om te wennen aan minder salaris: dat behouden ze vier jaar, daarna wordt die in drie jaar afgebouwd. Een van de gevolgen, merken headhunters en andere deskundigen, is dat de komst van vers bloed stokt.

Deze week verschenen twee rapporten over de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT), die geldt voor de beloning van bestuurders van (semi)publieke instellingen. De ene evalueert de effecten van de wet, de ander in hoeverre de instellingen zich eraan houden. Bij die laatste vallen de woningcorporaties op. In bijna de helft van de gevallen wordt de vereiste norm niet gehaald: 48 procent van de corporatiebestuurders verdient gemiddeld bijna 33.000 euro te veel. Daarmee overtreden de corporaties de wet niet – ze mogen zich houden aan de overgangsregeling. Maar de gevolgen zijn wel zichtbaar.

1. Bestuurders blijven langer zitten om hun salaris te houden

Headhunters merken dat bestuurders minder snel overstappen naar een andere corporatie, omdat ze dan moeten voldoen aan de nieuwe normen en dus fors inleveren. Dat geldt zeker voor de wat oudere bestuurders, zegt Pieter Cortenbach, partner bij executive searchbureau Van der Kruijs, want zij kunnen het uitzitten tot hun pensioen. Headhunter Frank Brummelhuis van QuiEs Executive Search maakte onlangs mee dat een kandidaat, al bestuurder bij een andere corporatie, de baan op het laatste moment toch niet accepteerde omdat hij het verschil tussen zijn huidige salaris en het nieuwe maximale salaris te groot vond.

Het risico bestaat volgens de headhunters dat bestuurders langer blijven zitten dan goed is voor de corporatie. Cortenbach: „Als je voor de zoveelste keer hetzelfde rondje maakt, kan er onbewust een mate van blindheid en gemakzucht optreden.”

Daaraan wordt tegenwicht geboden door de commissarissen, zegt directeur Albert Kerssies van de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW). Zij kijken de laatste jaren scherper of een bestuurder nog wel de juiste persoon is voor de baan. „Ik zie nu vaker dat het antwoord op die vraag negatief is en er afscheid genomen wordt.”

2. Er wordt een ander type bestuurder benoemd

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken schrijft in het dinsdag verschenen evaluatierapport dat er door de lagere beloningen een ander type topfunctionaris reageert op vacatures. Daarmee „wordt er mogelijk een nieuwe bron van kandidaten aangeboord die voorheen nauwelijks kans maakte”. Het gaat daarbij „in het bijzonder om jongere bestuurders en vrouwelijke bestuurders”. Gegadigden zijn volgens Kerssies meer maatschappelijk gedreven. En vaker vrouw, signaleren ook de headhunters. Die kiezen volgens hen voor eindverantwoordelijkheid, niet voor een hoge beloning.

Nemen vrouwen genoegen met minder salaris en solliciteren zij daardoor vaker bij corporaties? De vooroordelen liggen voor het oprapen, lacht hoogleraar woningmarkt Johan Conijn, „maar ik doe daar niet aan mee. Opmerkelijk is het wel.” Zo werd vorig jaar augustus Karin Laglas benoemd bij corporatie Ymere – nadat de president-commissaris een half jaar eerder nog openlijk had gezegd dat hij geen geschikte bestuurder kon vinden die voor de verlaagde beloning wilde werken.

Nieuwe bestuurders komen ook vaker uit andere sectoren; dit jaar (tot november) was dat percentage volgens corporatievereniging Aedes ruim 36 procent. In 2014 was dat bijna 33 procent, en 12,5 procent in 2013. Volgens Brummelhuis komt dat doordat mensen ‘van buiten’ door de nieuwe beloningsnormen denken dat ze er nu „makkelijker tussenkomen”.

3. Het beloningsstelsel van corporaties raakt uit evenwicht

Corporatiebestuurders zijn gebonden aan de nieuwe wettelijke norm, vanaf 1 januari verder aangescherpt tot een maximum van 179.000 euro voor de grootste corporaties in de grootste gemeenten. Maar de managementlagen direct daaronder vallen onder de cao Woondiensten. Het is, zoals in het evaluatierapport staat, „zeer ongebruikelijk” dat een topbestuurder minder verdient dan anderen in de organisatie. Maar dat is soms wel het geval, en zal vaker voorkomen als de overgangsregeling voorbij is.

Dat betekent volgens het ministerie dat in die organisaties het loonsysteem waarschijnlijk moet worden aangepast. De sociale partners in de nieuwe cao onderzoeken nu of het systeem evenwichtiger wordt als bestuurders ook onder de cao vallen. FNV-bestuurder Janneke Waage van Woondiensten West-Nederland vindt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met het bestaande beloningssysteem. „We begrijpen dat de topbeloningen aangepakt worden. Maar het stelsel is heel zorgvuldig opgebouwd.” Dus ja, zegt ze, dat kan betekenen dat sommige bestuurders minder zullen verdienen dan hun ondergeschikten.