Zo goed gaat het echt nog niet met Spanje

Ja, het gaat economisch beter, maar Spanje ís er nog niet, zegt onderzoeker Marcel Jansen. Wat gaan de verkiezingen brengen?

Deze vrouw voert actie in Madrid voor betaalbare huisvesting. De Spaanse economie groeit weer, maar nog steeds heeft 21 procent van de beroepsbevolking geen baan.Foto Paul Hanna / Reuters

Premier Mariano Rajoy maakt graag goede sier met de positieve cijfers van Spanje. Onder zijn bewind is het land uit een diep dal gekropen, groeit de economie het hardste van alle grote Europese landen en loopt de werkloosheid terug. Veel van zijn aanhangers geloven in een nieuw Spaans wonder. In de peilingen raakt de conservatieve Partido Popular weliswaar de absolute meerderheid kwijt, maar blijft de partij na de verkiezingen van 20 december van Rajoy wel de grootste.

Maar is Spanje daadwerkelijk de crisis voorbij? Marcel Jansen, onderzoeker bij de economische denktank Fedea en als hoofddocent arbeidseconomie verbonden aan Universidad Autónomo van Madrid, probeert een evenwichtig beeld te schetsen van de Spaanse economie. „Laat ik beginnen met een positieve opmerking”, zegt de Nederlander, die al jaren in Spanje woont. „Het gevaar van een ingreep is verdwenen. Mensen kijken weer met enige hoop naar de toekomst. En de economie groeit. Ook dat is waar. Maar die groei moet Spanje echt koesteren. Vergeet niet dat de olieprijs fors is gedaald en de rentevoet heel laag staat. Dat soort factoren hebben een grote invloed.”

Jansen wil het beeld van een Spanje dat weer helemaal op de weg terug is dan ook graag corrigeren. „Met name in het noorden van Europa wordt nu nog weleens gedacht dat de grootste problemen voorbij zijn. Maar dat zou ik zeker niet willen beweren.”

Staatsschuld van 99 procent

Spanje kampt met een staatsschuld van 99 procent van het bruto binnenlands product, een begrotingstekort van ongeveer 4 procent en heeft met 21 procent nog altijd een enorm hoge werkloosheid, zegt Jansen. „Maar ook veel mensen die wel werk hebben leven aan de onderkant van de samenleving. In Spanje zijn er zeven miljoen mensen met 750 euro of minder per maand. Daarbij moeten keuzes gemaakt worden tussen eten of het betalen van gas en licht.”

De arbeidseconoom is blij dat de verschillende politieke partijen in de verkiezingscampagne de nijpende werkloosheid als een serieus thema benoemen. „Daarbij worden verschillende oplossingen aangedragen. De linkse partijen als PSOE en Podemos willen de arbeidshervormingen van de regering het liefst weer terugdraaien. Volgens mij is dat niet realistisch.” Er is niet voldoende geld om lonen te verhogen, zegt Jansen, en het bedrijfsleven is er door de flexibele arbeidscontracten ten dele bovenop gekomen. „De Partido Popular gaat graag op dezelfde weg verder. Het liberale Ciudadanos wil een systeem van vaste contracten met onbepaalde tijd doorvoeren. Op zich een interessant voorstel, maar ze weten die boodschap niet goed genoeg over te brengen aan de kiezers.”

Volgens Jansen hebben de opkomst van nieuwe partijen als Ciudadanos en Podemos er in ieder geval voor gezorgd dat het debat over de economie aan diepgang heeft gewonnen. Toch moet er volgens hem een fundamenteler beleid komen om de ergste structurele problemen aan te pakken. „Spanje komt uit een zeer diepe crisis. Die heeft de afgelopen zeven jaar diepe sporen achtergelaten”, stelt Jansen in een koffietentje in het chique centrum van Madrid. „Voor de crisis was er een enorme bubbel op de huizenmarkt waardoor talloze jongeren er voor kozen hun opleiding niet af te maken, maar in de bouw te gaan werken. Dat was lonend. Maar toen de bubbel klapte werden ze werkloos.”

Middelbare school niet afgemaakt

Jansen wijst op de nog altijd alarmerende cijfers van het aantal ongeschoolde Spanjaarden. „Meer dan één op de vijf Spanjaarden heeft de middelbare school niet afgerond. Nog zorgwekkender is misschien wel dat 10 tot 12 procent van de beroepsbevolking niet eens aan de middelbare school is begonnen. Spanje heeft een enorm bassin van langdurige werklozen met een lage opleiding. Meer dan twee miljoen mensen staan al twee jaar of langer langs de kant. Politieke partijen hebben het daar vrijwel niet over. Zolang daar niets aan gedaan wordt, wordt de enorme ongelijkheid in Spanje alleen maar groter.”

Het is volgens Jansen van belang dat het onderwijssysteem in Spanje op de schop gaat. „Als Spanje daadwerkelijk de jeugdwerkloosheid terug wil dringen moeten scholen de hoeksteen van de samenleving worden. Je moet de leerplicht verhogen van zestien naar achttien jaar en zorgen dat jongeren een startkwalificatie hebben als ze van school komen. De allerslimsten redden zich wel, maar het gaat om de grote gemene deler. Als Spanje zich echt wil meten met de grootsten van Europa dan zal in de komende generaties geïnvesteerd moeten worden.”

Een van de problemen die een ontwikkeling van Spanje op de lange termijn in de weg staan, is volgens Jansen een gebrek aan onafhankelijke instituten die economische berekeningen voor de toekomst maken. „Zoiets als het Centraal Planbureau dat alle verkiezingsprogramma’s tegen het licht houdt kent Spanje niet. Politieke partijen kunnen daardoor vaak ongestraft van alles roepen.”

Als Rajoy stelt dat het Spanje weer voor de wind gaat is dat maar ten dele waar, zegt Jansen. „Vier jaar geleden had iedereen het bij zijn aanstelling over het dreigende bankroet. Dat gevaar is afgewend. Maar wil Spanje écht gezond worden dan zullen er structurele oplossingen gevonden moeten worden voor de corruptie, werkloosheid en ongelijkheid.”