Column

Woord van het jaar

Sjoemelsoftware is gekozen tot het officiële ‘Van Dale Woord van het Jaar 2015’, zo maakte deze woordenboekenuitgever dinsdag bekend. Ruim 40.000 mensen brachten hun stem uit; sjoemelsoftware kreeg 48 procent van de stemmen. Poortjesspringer (‘zwartrijder die over een toegangspoortje bij een treinstation springt’) eindigde met 12 procent op de tweede plaats en je suis – de beginwoorden van alweer de vorige schokkende aanslag in Parijs – met 9 procent op de derde plaats.

Van deze drie lijkt sjoemelsoftware mij een terechte winnaar. Poortjesspringer mag dan een nieuw woord zijn, het verschijnsel is al decennia oud. Zelf zag ik mijn eerste poortjesspringers eind jaren zeventig in de metrostations van New York.

Zoals bekend verwijst sjoemelsoftware naar het Volkswagenschandaal. Van Dale definieert het als ‘software om de testresultaten van een apparaat positief te beïnvloeden, m.n. zulke software die in auto’s wordt gebruikt om de CO2-uitstoot gunstiger voor te stellen’. Het schokkende van de Volkswagenaffaire vind ik de kortzichtigheid en hypocrisie ervan: je bedondert de boel voor winst op de korte termijn, waarbij je lak hebt aan schade op de lange termijn. En om de winst zo groot mogelijk te maken, presenteer je jezelf nadrukkelijk als voorvechter van duurzaamheid. De schade bleef niet beperkt tot Volkswagen; ook het imago van Duitse grondigheid en onkreukbaarheid heeft er een flinke deuk door opgelopen.

Toeval wil dat sjoemelen van oorsprong een Duits woord is. Dat wil zeggen: sinds de 18de eeuw gebruiken Duitsers het woord schummeln, dat ‘oneerlijk handelen, bedrog plegen, knoeien’ betekent. De verdere herkomst is onduidelijk. Schummeln is voor een Joods woord aangezien, maar komt in het Jiddisch niet voor.

In het Nederlands is sjoemelen een betrekkelijk jong woord. Volgens etymologiebank.nl is het pas in 1931 voor het eerst aangetroffen, maar inmiddels zijn er zo veel nieuwe bronnen gedigitaliseerd dat die datering gemakkelijk te vervroegen is. Voor zover mij bekend dateert sjoemelen van het eind van de 19de eeuw. In 1901 stond het al in een woordenboek, namelijk in het Geïllustreerd Woordenboek der Nederlandsche taal van R.K. Kuipers. Interessant is dat Kuipers het in een heel specifieke betekenis kent, namelijk voor ‘met de kaarten morsen, valsch spelen’.

Aanvankelijk vinden we sjoemelen ook in kranten alleen in die betekenis. Tussen 1935 en 1960 werd het in dagbladen vrijwel alleen in bridgerubrieken gebruikt. Zo meldde een bridgerubriek in 1938: „Als het wat laat op den avond geworden was en biertje en bittertje goed gesmaakt hadden, werd een spel, dat niet minstens een manche-bod inhield, geannuleerd om maar zooveel mogelijk te kunnen sjoemelen.” Pas vanaf het eind van de jaren vijftig vinden we sjoemelen geregeld in de betekenis ‘bedriegen’. Het werd toen als Bargoens beschouwd.

Het aardige van de samenstelling sjoemelsoftware vind ik dat het woord software erdoor wordt afgestoft. Dat heeft namelijk z’n langste tijd gehad. De hedendaagse programmeur maakt geen software meer, maar een tool. Of een app.

Overigens ben ik blij dat de Van Dale-verkiezing dit jaar geen winnaar als swaffelen heeft opgeleverd. Dat woord kwam in 2008 als winnaar uit de bus en bracht een kleine, tamelijk beschamende rage op gang.